Nederlandse handel mist groei in Azië

Het belang van internationale handel voor de Nederlandse economie groeit, maar de Nederlandse handelsstromen zijn steeds meer gericht op de landen om ons heen. Hierdoor mist Nederland kansen, omdat de economische groei het grootst is in deze verre markten. Dit schrijven de economen Peter van Bergeijk en Heleen van Gorcum vandaag in het economenblad ESB.

Het idee dat grenzen en afstanden er niet meer toe doen en afzetmarkten van China en India „als vanzelf” binnen handbereik komen, berust volgens de onderzoekers niet op feiten. China en India samen nemen maar 4 procent van de totale Nederlandse goederen- en dienstenhandel voor hun rekening. Tweederde van de Nederlandse goederenhandel en 60 procent van de dienstenhandel vindt plaats binnen de EU.

De Nederlandse handel heeft zich de laatste tien jaar meer gericht op nabije markten, in tegenstelling tot handelaren in andere kleine Europese landen als Zwitserland en Denemarken. Zij wisten wél aansluiting te vinden met de verafgelegen „economische dynamiek”. In opkomende markten is het volgens de auteurs vaak nog gebruikelijk onder de vlag van de overheid te opereren, daarom is „voor betere toegang tot deze markten economische diplomatie door de Nederlandse overheid de sleutelfactor.”