Nederlandse dans

In het artikel ‘Hou eens op met die onzin’ (Cultureel Supplement 13 april) poneert Ingrid van Frankenhuyzen de stelling dat het niet goed gaat met de dans. Ze laat een stel niet-kunstenaars ongenuanceerde uitspraken doen en wekt met haar commentaar de suggestie van een debat dat haar conclusie onderschrijft. Bovendien versmalt ze het geveinsde discours tot een eenvoudige Holland-België, alsof de danswereld daar ophoudt.

De bewering dat de Nederlandse dans op de internationale podia ontbreekt is onjuist. In het artikel worden de internationale triomfen van het Nederlands Dans Theater en van Emio Greco/PC – die zich dankzij het Nederlandse bestel konden ontwikkelen – terecht geprezen. Maar er zijn talrijke gezelschappen die samen een indrukwekkende internationale speellijst kunnen voorleggen.

Als nieuw hoofdstuk in haar persoonlijke kruistocht tegen het Scapino Ballet pleit Van Frankenhuyzen voor liquidatie van dit gezelschap. Haar uitspraken over het Scapini Ballet zijn een vertekening van de werkelijkheid en een poging tot stemmingmakerij.

Hoe ziet de mooie werkelijkheid er uit? In Nederland zijn vier grote(re) gezelschappen die moderne dans of modern ballet presenteren. De dansers behoren tot de wereldelite en beheersen een enorme diversiteit aan stijlen en technieken. De artistiek leiders bewaken niet alleen de kwalitatieve continuïteit van hun groep, zij zetten ook de deuren open voor jong choreografisch talent. In deze gezelschappen bruist het bij de dansers van de energie en ambitie om te creëren en choreograferen. Daarnaast zijn er de kleinere gezelschappen, productiehuizen, festivals en werkplaatsen die uitmunten door diversiteit en ideeënrijkdom.

Het marktaandeel van de gesubsidieerde kunsten op de Nederlandse podia loopt terug. Niet, echter, de publiekscijfers voor dans of het aantal voorstellingen. De terugloop wordt veroorzaakt door de groei van het niet gesubsidieerde, commerciële aanbod in de theaters, zoals ook de kolommen op de kunstpagina’s van de kwaliteitskranten in toenemende mate gereserveerd worden voor amusement en entertainment.

Dáár maakt de danssector zich zorgen over. Om het tij te keren, heeft de dans zich de afgelopen twee jaar sectorbreed, van groot en gevestigd tot klein en heel klein, onder het vergrootglas gelegd, analyses gemaakt en aanbevelingen voor samenwerkingsverbanden geformuleerd. En ook met deze brede coalitie loopt de energieke sector wereldwijd voorop.

directie Scapino Ballet, Rotterdam