Nederland weigerde te schikken in zaak-Erkel

Nederland gaat in beroep tegen de uitspraak van een Zwitserse rechter dat het nog 770.000 euro aan losgeld tegoed heeft van Artsen zonder Grenzen.

Veel betrokkenen hadden gehoopt dat het niet zou gebeuren – óók op het ministerie van Buitenlandse Zaken zelf. Maar Nederland is gisteren, na lang wikken en wegen, toch in beroep gegaan in de zaak rondom het losgeld voor de vrijlating van Arjan Erkel.

„Het is een principezaak voor ons”, zegt Ahmed Dadou, woordvoerder van het ministerie. „Wij willen niet te boek staan als een land dat losgeld betaalt. Een land dat betaalt, brengt ontvoerders op een idee.”

Nederland betaalde in april 2004 wel degelijk één miljoen euro voor de vrijlating van Erkel, de chef van Artsen zonder Grenzen in Dagestan, een Russische deelrepubliek op de noordelijke Kaukasus. Erkel werd in augustus 2002 gekidnapt. Maar Nederlandse diplomaten hebben altijd volgehouden dat ze dit enkel hadden voorgeschoten. Artsen zonder Grenzen Zwitserland (AzG), de werkgever van Erkel, zou hen beloofd hebben om het losgeld betalen, maar zou zo gauw niet genoeg contanten hebben kunnen regelen. AzG heeft deze lezing altijd betwist.

Nederland eigende zich de 230.000 euro toe die AzG tijdens de ontvoering in bewaring had gegeven op de Nederlandse ambassade in Moskou, en stapte naar de rechter in Genève om de resterende 770.000 euro van AzG te eisen. Maar de Zwitserse rechter wees die eis half maart af. Volgens hem was er geen bewijs van zelfs maar een mondeling contract tussen Nederland en AzG. Hij veroordeelde Nederland bovendien tot het betalen van proces- en advocatenkosten.

Bij AzG, dat zijn tegenclaim om die 230.000 euro van Nederland terug te krijgen eveneens afgewezen zag, konden ze ermee leven. De rechter had zich over de kern van de zaak immers duidelijk uitgesproken. „AzG heeft zich nooit formeel gecommitteerd om klager terug te betalen”, schreef hij in zijn zeventien pagina’s tellende vonnis, dat niet openbaar is maar dat deze krant heeft ingezien. Nederland had zich volgens hem ten onrechte beroepen op mondelinge „ontwijkende verklaringen” van AzG.

De juridische dienst van het ministerie van Buitenlandse Zaken heeft er weken over gedaan om het vonnis te analyseren. De juridische argumentatie van de rechter vindt men er om meerdere redenen onbevredigend. Maar woordvoerder Dadou zegt dat „zorgen over onze toekomstige dienstverlening” de belangrijkste reden zijn voor het beroep. „Welke service kan Nederland verlenen als ngo’ers, expats en diplomaten in de toekomst worden ontvoerd? Wij willen tot het uiterste gaan.”

Het besluit verraste sommigen, ook intern. Dé twee sleutelfiguren op het ministerie in de zaak-Erkel zijn intussen vervangen: minister Ben Bot (CDA) is opgevolgd door zijn partijgenoot Maxime Verhagen, toenmalig directeur-generaal Consulaire Zaken Peter van Wulfften Palthe is nu ambassadeur in Berlijn. Beiden waren, volgens een ingewijde die anoniem wil blijven, „te emotioneel betrokken” bij de zaak: „Zij voelden zich gepakt door AzG.” De zaak kwam aan het rollen door een stuk in de Franse krant Le Monde, na Erkels vrijlating. Volgens Bot en Palthe kwam dat door een lek bij AzG, wat overigens nooit bewezen is. Daarop moest Bot toegeven dat er losgeld was betaald.

Dit verklaart volgens sommigen waarom Nederland weigerde de zaak te schikken, zoals de rechter op een totnogtoe geheimgehouden zitting in januari, in Genève, met klem had gevraagd. De rechter, die wist dan andere landen en ngo’s de zaak met argusogen in de gaten hielden, was zich bewust van de internationale precedentwerking. Een schikking, schreef hij in maart in zijn vonnis, had het politieke gewicht van de zaak kunnen afnemen. Maar Nederland voelde daar niet voor.

Minister Verhagen trad daags na deze episode aan. Hij had geen persoonlijke betrokkenheid bij de zaak. Sommigen drukten hem op het hart om de principiële lijn van zijn voorganger te volgen. Anderen zeiden dat „Palthe vergeten was een bonnetje van AzG te vragen” en dat Nederland – al hád het gelijk – zijn verlies moest nemen. Ook de risico’s van hernieuwde publiciteit, plus de kans om weer te verliezen, passeerden de revue.

Christian Captier, chef van AzG Zwitserland, had vanmorgen de tekst van het beroep (zo’n zestig bladzijden) nog niet ontvangen. Daarom kon hij niet zeggen of zijn organisatie ook beroep aantekent tegen het besluit van de rechter om de 230.000 euro niet aan AzG terug te geven. Wel zegt hij: „De rechter is duidelijk geweest in maart. Ik zie niet in wat Nederland hier nog uit kan slepen – behalve een hoop ergernis voor iedereen. Dit beroep is een politieke daad die een land onwaardig is.”