Met de handrem erop wordt de overheid niet beter

Van voelbare onrust op de diverse departementen is vooralsnog nog geen sprake, maar in 2011 moeten 15.000 arbeidsplaatsen bij de overheid zijn verdwenen.

Hoe moeilijk is het om de komende jaren 15.000 ambtenaren te laten verdwijnen? Die vraag hangt sinds de formatie dreigend boven de Haagse departementen. In 2011 moeten er 15.000 (van de ongeveer 175.000) arbeidsplaatsen zijn verdwenen bij Rijk, agentschappen en zelfstandige bestuursorganen.

Van voelbare onrust op de departementen is vooralsnog geen sprake en ook de speciaal aangestelde project-secretaris-generaal, Roel Bekker, heeft nog weinig van zich laten horen. Maar wat al wel is gebeurd, is dat het ministerie van Financiën het bedrag al heeft ingeboekt op de begroting én dat er een verdeling is gemaakt hoeveel ambtenaren bij de verschillende ministeries en uitvoeringsorganisaties moeten verdwijnen. 15.000 ambtenaren in vier jaar, dat betekent een kleine 4.000 per jaar eruit. Kan dat?

Een deel van het antwoord werd indirect deze week gegeven met het verschijnen van het Personeels- en Mobiliteitsonderzoek Overheidspersoneel 2006. Hierin staat een schat aan informatie over de arbeidsbewegingen bij de overheid. De cijfers zijn indrukwekkend. Op jaarbasis vertrekken er in 2005 82.030 mensen bij de overheid – dus ook bij gemeenten, waterschappen, scholen en politie. In datzelfde jaar komen er 76.430 mensen bij. Ter vergelijking: dat is jaarlijks de populatie van Amstelveen. Tussen 2003 en 2005 blijkt jaarlijks circa 8 tot 9 procent van het overheidspersoneel zijn werkgever te verlaten.

Uit het onderzoek van Binnenlandse Zaken blijkt ook welke mensen zijn vertrokken en waarom. Van de 82.000 uitstromers in 2005 was 53 procent man. En van alle uitstromers was 43 procent ouder dan 55 jaar. Van alle vertrekkers kreeg 40 procent een nieuwe baan, belandde 12 procent in de WW of de WAO en ging 39 procent met pensioen.

Interessanter dan de demografische gegevens zijn de beweegredenen voor het vertrek: op één staat de inhoud van het werk, gevolgd door de te beperkte mogelijkheden voor loopbaanontwikkeling, de combinatie arbeid en zorg, de wijze waarop er leiding wordt gegeven binnen de overheid en tenslotte: de wijze waarop de organisatie wordt bestuurd.

De laatste jaren is er volgens de overheid zelf over de hele linie sprake van een gestage daling. Het aantal ambtenaren nam in 2005 bijvoorbeeld af met 5.600 (3.000 bij het rijk), na jaren van stijging.

Getalsmatig komt die daling van 3.000 rijksambtenaren in één jaar dicht bij de gewenste daling van 4.000 per jaar in de huidige kabinetsperiode. Daar komt bij dat de rijksambtenaren maar voor een deel van de 15.000 banen op hoeven draaien. In het rapport De verkokering voorbij – geschreven door de secretarissen generaal en de basis voor de bezuinigingsoperatie – staat dat de bezuiniging niet alleen geldt voor het rijk, maar ook voor de agentschappen (120.000 ambtenaren) en de zelfstandige bestuursorganen (ruim 50.000 arbeidsplaatsen). Een deel van de te vertrekken ambtenaren zal dus bij de diensten weggaan.

Kijkend naar het natuurlijk verloop bij de overheid zou je kunnen zeggen dat twee jaar de handrem erop voldoende is om de gewenste bezuiniging te halen. Immers, in 2005 is al aangetoond dat een restrictief personeelsbeleid (vacaturestop bij belastingdienst), gecombineerd met een aantrekkelijke vertrekregeling (55-plussers konden fiscaal voordelig stoppen met werken), succesvol kan zijn.

Cijfermatig mag dit verhaal kloppen, wenselijk is het zeker niet, vinden ook de sg’s. Want het doel is uiteindelijk niet om een kleinere overheid te hebben, maar vooral een betere overheid. Daarvoor is een gerichte inkrimping van de overheid nodig. In hun notitie schrijven de sg’s zelf: „Hoewel er op basis van natuurlijk verloop de komende jaren gemiddeld ongeveer 7.000 ambtenaren per jaar zullen uitstromen, zijn omvangrijke taakstellingen zonder sociaal plan waarschijnlijk niet te realiseren. Waar mogelijk zullen mensen herplaatst moeten worden.”

Daar komt bij dat de ‘vrijwillige’ vertrekkers niet allemaal weggaan bij de afdelingen die het hardst worden aangeslagen in het bezuinigingsplan. In het sg-plan staat dat de beleidsafdelingen gemiddeld 20 procent moeten inleveren, de uitvoeringsdiensten gemiddeld 10 procent en de diensten staf en ondersteuning gemiddeld 25 procent. Minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken, PvdA) heeft laten weten dat de bezuinigingen niet tot gedwongen ontslagenen leiden. Ambtenaren van wie de functie vervalt, kunnen elders bij het rijk aan de slag.