Mandgraafwedstrijd 1

„Slaap je nu nog niet?” vraagt mama.

„Het lukt niet”, zegt Rintje. „Ik lig alsmaar te woelen. Mijn dekentjes liggen niet lekker.”

„Kom eens hier”, zegt mama, „dan zal ik je wel eens even helpen.” Ze schudt de dekens flink uit, legt ze terug in de mand en legt Rintje er weer bovenop.

„En?” vraagt ze. „Zo beter?”

Rintje knikt, maar als mama weg is merkt hij dat hij eigenlijk nog steeds niet erg lekker ligt.

Hij gaat staan en begint met zijn voorpoten in de dekens te graven. Eerst gooit hij alle dekens op een grote berg aan de linkerkant van de mand. Maar daar liggen ze niet goed.

Dan gooit hij ze naar de rechterkant van de mand. Maar ook daar liggen ze niet lekker. Steeds woester en woester gaat Rintje graven. Tot alle dekens buiten de mand liggen, maar dat is helemaal niet lekker.

Daar is mama weer. „Zijn de graafwerkzaamheden weer begonnen?” vraagt ze.

„Dat zeg je altijd, als ik niet lekker lig!” roept Rintje boos. „Maar ik doe het heus niet voor mijn plezier.”

„Als er een wedstrijd mandgraven zou bestaan”, zegt mama, „dan zou jij de absolute kampioen zijn!”

„Dat is een goed idee!” zegt Rintje. „Als die kampioenschappen niet bestaan dan ga ik er voor zorgen dat ze er komen! Morgen ga ik op school aan juf Wijskop vragen of we met de sportdag ook een wedstrijd mandgraven kunnen houden!”

„Ik weet zeker dat je kans maakt op de eerste plaats”, zegt mama, „want je traint al elke avond!”

Onder het praten is Rintje doorgegaan met graven, tot de dekens eindelijk precies zo liggen als hij wil. Door al het gegraaf is hij zo moe dat zijn ogen meteen dichtvallen.

Mama geeft hem een kus op zijn neus en fluistert zachtjes: „Droom maar lekker over de mandgraafwedstrijd.” Ze draait zich om en loopt heel zachtjes naar de woonkamer.

Wordt vervolgd

www.rintje.nl