Het huis van Pim Fortuyn staat te koop

Zondag vijf jaar geleden werd Pim Fortuyn vermoord.

Zijn huis wordt verkocht. „Je moet op een gegeven moment afscheid nemen.”

Als de LPF nou nog wat voorstelde, dan had het huis van Pim Fortuyn het partijbureau kunnen worden. Maar de Lijst Fortuyn behaalde bij de verkiezingen van november geen zetels en verdween uit de Kamer. Het partijkantoor in Den Haag wordt gesloten.

Komende zondag is het vijf jaar geleden dat Pim Fortuyn werd vermoord. Het huis waar hij tot zijn dood woonde, het ‘Palazzo di Pietro’ in Rotterdam, staat te koop, zegt Marco Pastors, voormalig protégé van Fortuyn. De huidige eigenaar van het huis is vastgoedmagnaat Chris Thünnessen. Hij onderhield het huis vijf jaar lang met alle spullen van Fortuyn er nog in, heel trouw. Maar nu zoekt Thünnessen, in stilte, naar een koper. „Iedereen weet dat”, zegt Pastors.

Wat níet iedereen weet, is dat het huis wellicht geen museum blijft, ter nagedachtenis van Pim. Thünnessen hoopte aanvankelijk een koper te vinden die het interieur in ere zou houden, zegt advocaat Oscar Hammerstein, de woordvoerder van Thünnessen. Maar de gemeente Rotterdam wilde het niet kopen, Leefbaar Rotterdam, de partij die Fortuyn begon, kán het niet, en de LPF is bijna ter ziele. Marco Pastors zou er zelf niet willen wonen, zegt hij. Oscar Hammerstein evenmin. „Ik zou er moeite mee hebben om Pims schilderijen van de muur te moeten halen.” Rest dus de verkoop aan een ‘vreemde’.

„Het kan best zijn dat Thünnessen zegt: ik heb een koper, we doen het maar”, zegt Hammerstein. „Misschien blijft de plaquette met Pims naam bij de deur, maar woont er straks iemand anders.” „Misschien was het nieuwtje er voor Thünnessen na vijf jaar een beetje af”, zegt Mat Herben, voormalig fractievoorzitter van de LPF. Het is nog niet bekend wat er met het interieur gebeurt.

Drie weken geleden verdwenen alle geschriften, faxen en brieven van Fortuyn al uit het huis, zegt de huisbewaarder en zijn voormalig secretaris, Baukje Schuling. Zijn kleding is geschonken aan het Haagse kostuummuseum. De beroemde donkerblauwe Daimler van waaruit Fortuyn riep dat hij de nieuwe minister-president van Nederland zou worden, werd twee jaar geleden al verkocht, zegt Pastors. Butler Herman is alweer langer dan een jaar weg uit het Palazzo di Pietro. Hij nam de hondjes van Fortuyn mee: Kenneth (de bruine) en Carla (de gevlekte). Ze maken het goed, zegt huisbewaarster Schuling.

Pim Fortuyn trok op 31 juli 1998 in het Palazzo di Pietro. Na zijn dood kocht Chris Thünnessen het op 14 februari 2003 volgens het Kadaster voor 760.000 euro van de erven Fortuyn. „Uit piëteit en respect voor Pim”, zegt Baukje Schuling. Thünnessen heeft het voor tonnen verbouwd, zegt Mat Herben. Alles is vers geschilderd, de leidingen zijn van koper, en er zit een nieuw dak op. Aan elk venster prijkt een smetteloze markies, de lampekappen zijn opnieuw gestoffeerd, de vlaggemast kreeg een topje van bladgoud, het glas is nu inbraakveilig, de tuin wordt nog tweewekelijks onderhouden, het bed wordt nog elke maand verschoond door ‘Janny’ die komt schoonmaken.

Toch vindt Schuling het niet raar dat Thünnessen nu alsnog van het huis af wil. Met het vertrek van het archief en zijn kleding is toch de ziel al uit het huis, vindt ze. „Je moet op een gegeven moment afscheid nemen.”

Het Palazzo di Pietro werd de afgelopen vijf jaar gebruikt als de sociëteit van de LPF/Lijst Vijf Fortuyn, voor vergaderingen, recepties en fundraisers. Marco Pastors vergaderde er geregeld toen hij zijn eigen partij Eén NL opzette. Het is mooi verstild, maar ook een beetje griezelig binnen. Geen krant is verplaatst, geen visitekaartje verlegd. Veel schilderijen en afbeeldingen van mannelijk naakt, veel portretten en foto’s van Fortuyn zelf. Het hoogtepunt: een marmeren borstbeeld van Fortuyn, als een Romeinse keizer gebeiteld. Schuling wijst op de klokken, de gordijnen, de leesbrillen, de banken, de wastafels en het sanitair. „Pim had smaak.”

Maar het huis maakt een koele indruk. Een hotelsuite waar de gast elk moment kan terugkeren. De enige aanwijzingen dat hier ooit een mens van vlees en bloed leefde, zijn zijn laatste sigarettenpeuk, in een glazen bakje, twee fietsen in de garage (de blauwe heeft een mandje voorop),het paar pantoffels naast het bed en een vaalwitte handdoek beneden op tafel, die Fortuyn altijd over zijn knieën legde tijdens het schrijven.

Zondag rond 18.00 uur, het tijdstip dat hij vermoord werd, wordt zijn dood herdacht. Op het gras voor het huis, zoals het al vijf jaar gaat. Schuling: „Dan zet ik de ramen open en Callas op de stereo. Ik weet zeker dat er weer honderden mensen komen.”

Morgen in NRC Handelsblad veel aandacht voor Pim Fortuyn.