Hé, dus zo zag de oorlog er ook uit

Hoezo bestaat kwaliteitstelevisie niet meer?

De Tweede Wereldoorlog kroop een stukje dichterbij. Prachttelevisie toverden de omroepen voor hongerende kijkers de eerste drie meidagen op het scherm. VPRO en IKON brachten intrigerende levensgeschiedenissen in Westerbork Girl en Profiel over de omstreden Gezina van der Molen. EO’s Netwerk onthulde dat de KLM direct na de oorlog nazi’s vanuit Duitsland via Zwitserland hielp vluchten naar Argentinië. En VARA/NPS verrasten met een Nova-reportage over de opmars van oorlogsmonumenten in de berm.

Hoogtepunt was toch, opnieuw, de special van Andere Tijden, getiteld Van D-Day tot Dam. Opnieuw omdat de rubriek drie jaar geleden de toon zette met Het leven ging door, een compilatie uit veertig uur verzamelde amateurfilms over de Tweede Wereldoorlog in Nederland. Sinds ik die film aan mijn brugklassers laat zien, vertelde een bevriende leraar geschiedenis, worden voor proefwerken weer tienen gehaald.

Andere Tijden brengt de oorlog op ooghoogte. En daar slaagde de rubriek gisteren weer in, met dat verschil dat nu het perspectief van de Canadese bevrijders centraal stond. De Tweede Wereldoorlog bleek de eerste filmoorlog. Speciaal opgeleide Canadese soldaten filmden hun verrichtingen voor de bioscoopjournaals thuis. Op basis van dat gecensureerde propagandamateriaal lieten beeldresearcher Gerard Nijssen en programmamaker Mathijs Cats zien hoe de geallieerden zich een weg vochten naar Duitsland. Sara Plat spoorde radioverslagen op, en fragmenten uit soldatendagboeken en -brieven die als commentaar werden ingesproken.

Door de combinatie van krijgshaftig strijdgewoel en persoonlijke verslag schetsten de makers een meeslepend doorkijkje van de bevrijding. We zagen de Canadezen ploegen door het mulle strandzand, gebombardeerde Duitse konvooien passeren, bikkelen in de Zeeuwse modder – nooit geweten dat de strijd op het platteland zo allesvernietigend was –, Tilburgers over de tenen rijden, schaatsen bij Nijmegen, Deventer collaborateurs bespugen, en strijd leveren op de Grote Markt in Groningen. En tussendoor zagen we van die terloopse maar o zo bijzondere alledaagse taferelen. Een soldaat die zijn sokken van een besneeuwde waslijn haalt. Een collega die miniatuurklompjes laat maken en een uitbundig Sinterklaasfeest. De Canadese radiostem, bevreemd: „De man draagt een hoed met twee kanten.”

Me dunkt, dit was vakwerk en heel wat oprechter dan de ‘virtual-historytechniek’ die de Italiaanse filmmaker Roberto Malini gebruikt. Trots vertelde hij in Eénvandaag dat hij voor zijn documentaire Op reis met Anne Frank op basis van foto’s een computeranimatie heeft gemaakt. Hij blaast leven in kamp Bergen-Belsen en brengt bewegend beeld van de Frankjes op het moment dat ze de Prinsengracht verlaten. Morgen is de film te zien via internet en op de Italiaanse televisie.

Ga ik kijken? De gedachten worden nu nog in beslag genomen door Andere Tijden-beelden. Canadese genietroepen doorzochten met een mijndetector de tuin van een Groninger familie. Bij de vijver moest een sieradenkistje liggen dat door joodse vrienden in bewaring was gegeven.

En warempel, daar werd het uit de modder gevist. Een stomverbaasde vrouw des huizes pakte de juwelen er één voor één uit. De Canadese commentator juichte: „De sieraden zijn 25.000 dollar waard en zullen door de familie worden verkocht om het huis weer op te bouwen.” Zouden de joodse vrienden of hun nabestaanden het geld hebben teruggekregen?

Discussieer over deze column op www.nrc.nl/ogen