Gezocht: nieuwe werkelijkheid

Maandag wordt de winnaar van de Libris Literatuurprijs bekend gemaakt.

De shortlist laat zien dat schrijvers zich steeds meer op de buitenwereld richten.

Waarom negeren critici stelselmatig wat romans zeggen over de wereld waarin ze tot stand kwamen? Ondermeer deze vraag wierp Rutger van der Hoeven (redacteur De Groene Amsterdammer) onlangs op in een stuk dat pleitte voor een ruimere blik op literatuur dan hij meestal in recensies aantrof. De kwestie is actueel omdat er in de literatuur de afgelopen jaren een beweging gaande is naar het soort werkelijkheid dat je in de krant pleegt aan te treffen. Dat zal deels te maken hebben met de onrustbarende wijze waarop die realiteit zich aan ons opdringt. En ook Nederlandse en Vlaamse schrijvers hebben de spreekwoordelijke ‘binnenkamer’ verlaten.

Dat wordt duidelijk weerspiegeld door de shortlist van de Libris Literatuurprijs van dit jaar. Je kunt je een krantensupplement voorstellen met artikelen over de ontwrichting van een gemeenschap na een reeks moorden (Louis van Dievels De pruimelaarstraat), de Stalin-terreur (Sana Valiulina’s Didar en Faroek), illegalenproblematiek (Tom Lanoyes Het derde huwelijk), het levensverhaal van een geëmigreerde boer (Gerbrand Bakkers Boven is het stil), de doorwerking van de Tweede Wereldoorlog voor de tweede generatie (L.H. Wieners De verering van Quirina T.) en de alles absorberende angst voor terrorisme en de islam (Arnon Grunbergs Tirza).

De jury zal zich in de eerste plaats hebben bezig gehouden met de vraag of dit goede romans zijn. Maar uit de samenstelling van de lijst blijkt al een zeker respect voor andere argumenten. Zo zijn de drie vaste ‘minderheden’ op de nominatielijsten (Vrouwen, Vlamingen en Debutanten) netjes vertegenwoordigd. Ook staan er twee boeken op de lijst die strikt literair gezien niet tot de hoogvliegers van 2006 behoren.

Het lijkt dus zinnig om in de beoordeling van deze Libris-lijst te kijken naar hoe de genomineerde romans met de werkelijkheid omgaan. Hebben deze boeken iets interessants te vertellen over die werkelijkheid? Voegt het ook iets toe aan dat wat in de krant staat? Veranderen ze de werkelijkheid van wie ze leest?

De zes boeken vallen wat dat betreft uiteen in drie duo’s: twee beschrijven een interessante werkelijkheid, maar schieten literair tekort. Dan twee waarin de literaire middelen er niet in slagen een alliantie met de erin beschreven actualiteit aan te gaan en twee waarin dat wel gebeurt.

De eerste twee romans op de lijst ontlenen hun belang er vooral aan dat ze een niet-alledaagse werkelijkheid vastleggen. Dat gebeurt in het minst bekende boek op de lijst: De Pruimelaarstraat van Louis van Dievel. Het verhaal wordt verteld vanuit de buurtbewoners in een Vlaamse voorstad nadat hun 21-jarige buurman Staf van Eyken is gearresteerd. Deze doodde begin jaren ’70 daadwerkelijk drie vrouwen in de omgeving van Mechelen. Van Dievel schrijft goed, maar het is bezwaarlijk dat de werkelijkheid die het boek oproept zo weinig ontwikkeling kent.

De van oorsprong Estse Sana Valiulina liet zich voor Didar en Faroek inspireren door het levensverhaal van haar ouders, een soort liefde in tijden van Stalin-terreur. Maar hoewel ook Valiulina een interessante werkelijkheid laat zien, zijn ook hier literaire tekortkomingen, in bijvoorbeeld de neiging tot sentiment. Ook hier wordt de lezer evenveel wijzer als van een goed krantenstuk en je wordt ook op dezelfde manier wijzer.

In de genomineerde romans van Tom Lanoye en Gerbrand Bakker zijn de tekortkomingen niet literair – althans niet literair in strikte zin. Bij deze twee is het probleem dat de beschreven werkelijkheid niet meer is dan een decor. Bij Bakker was dat vast ook niet de bedoeling. Zijn Boven is het stil is vooral een met verve en aandacht geschreven roman over een boerenzoon. Bakker verdient zijn nominatie vooral om de kalme beschrijvingen van het boerenleven.

Bij Tom Lanoye is de achtergrond doordesemd van krantenactualiteit (homoseksuele weduwnaar gaat schijnhuwelijk aan met Afrikaanse vrouw, opgejaagd door de immigratiedienst en Marokkaanse jongeren) maar die setting is niet waarom Het derde huwelijk een goede roman is. Dat komt vooral omdat het portret van zijn hoofdpersoon, de boze en ongelukkige Maarten Seebregs, groots is.

Uiteindelijk geldt voor twee boeken op de Libris-lijst dat een visie op de werkelijkheid een verband aangaat met de verbeelding van de auteur, waarna er iets nieuws ontstaat. In De verering van Quirina T. van L.H. Wiener koestert de hoofdpersoon Victor van Gigch zijn werkelijkheden. Maar al zijn illusies worden zonder mededogen aan stukken geslagen. ‘Schrijven is afmaken in de ruimste zin des woords: afmaken wat onvoltooid was, maar evenzeer ombrengen wat niet had moeten zijn’, zegt hij Uiteindelijk gaan niet alleen de zekerheden van de hoofdpersoon eraan, hij houdt helemaal geen werkelijkheid meer over.

Als Wiener de prijs niet wint, is dat te wijten aan botte pech. De pech dat zijn boek naar dezelfde prijs dingt als Tirza van Arnon Grunberg. In één zin samengevat is Tirza het verhaal van een man die zijn dochter niet kan loslaten. Maar bij Grunberg vertelt dat verhaal aan de hand van een lange stoet thema’s uit de actuele werkelijkheid, die hij naar zijn hand zet. Grunberg brengt de werkelijkheid in beweging om hem ondergeschikt te maken aan het diepere thema van zijn roman: de panische angst van zijn hoofdpersoon voor bandeloosheid én voor beheersing – voor zijn eigen illusies en voor de werkelijkheid.

Dat maakt Grunbergs hoofdpersoon – net als die van Wiener – een romanheld aan wie niemand zich kan onttrekken. Tirza is het soort fictie dat de werkelijkheid niet ongemoeid laat, sterker: dat een nieuwe werkelijkheid schept.

De uitreiking van de Libris Literatuurprijs is maandagavond te zien bij NOVA, Ned. 2.