Doodshoofden tussen woekerende bloemen

In de Maastrichtse binnenstad is het druk met toeristen en warm. Het Visitor’s Centre van de Universiteit Maastricht biedt verkoeling en heerlijke ijscappuccino. Hier kunnen studenten ondermeer terecht voor gratis internet, studiezalen en een pingpongtafel. Het Visitor’s Centre is gehuisvest in het voormalige Bonnefantenklooster dat dateert van 1627. De eerste bewoners waren nonnen, ‘les dames des bons enfants’. Na een verbouwing in de jaren zestig van de twintigste eeuw, betrok het Bonnefantenmuseum het pand. Het museum dankt er haar naam aan maar heeft al vanaf 1995 een door de Italiaanse architect Aldo Rossi ontworpen gebouw aan de andere kant van de Maas.

Sinds een jaar of twee biedt het voormalige Bonnefantenklooster nu onderdak aan het servicecentrum van de universiteit. De sporen van het oude klooster zijn er nog. Het levende bewijs daarvan – zo leerde een rondleiding van Simon Vogel, coördinator van de informatiebalie – was een betreurenswaardige bouwvakker die tijdens de laatste renovatie door de vloer zakte en middenin een nonnengraf uit 1716 belandde. Het driehonderd jaar geleden overleden zustertje bleek zo goed geconserveerd diep in de koude grond, dat haar lichaam nog bijna helemaal intact was. De kelder met in totaal 39 grafnissen is nu toegankelijk, voor de liefhebber.

Op uitnodiging van de Universiteit Maastricht heeft Hadassah Emmerich (Heerlen 1974) de muren van de kloostergang rondom de binnentuin van het Visitor’s Centre voorzien van een tientallen meters lange wandschildering onder de titel Some girls are bigger than others.

Emmerich staat bekend om haar exotische schilderkunst; een weelderige beeldtaal met een batik-achtige sfeer, waarmee ze verwijst naar de Indonesische afkomst van haar vader. Op de galerijmuren worden knalroze, woekerende bloemen gecombineerd met sombere elementen als doodshoofden. De nonnen die in de grafkelder rusten, hebben ook een plekje in het kunstwerk gekregen.

Pièce de résistance van het servicecentrum is een computerspel dat deel uitmaakt van het door het Maastrichtse architectenbureau Maurer United Architects ontworpen interieur – althans dat zou het moeten zijn. „Het spel is ongetwijfeld spectaculair”, aldus Vogel, „er is alleen voortdurend gedonder met de techniek. In al die maanden dat het spel er is, heeft nog geen student het uitgespeeld.”

Vanaf een houten tribune in de centrale hal kan men op reusachtige schermen Dropping Science spelen. Dit is een virtuele en interactieve sculptuur waarvan de twee spelers deel uitmaken. Met behulp van zogenaamde game controllers bepalen ze hun virtuele lot. Het spel begint wanneer de spelers X en Y als een flipperkastbal boven de aarde worden afgeschoten. De spelers manoeuvreren door asteroïdenwolken bestaand uit de Europese sterren, de ster van Maastricht, het stadslogo, en de driehoeken uit het logo van de Universiteit van Maastricht. Eenmaal afgedaald naar de aarde gaan de spelers op zoek naar de stad Maastricht en uiteindelijk naar het Visitors’ Centre, waar ze zich dan virtueel én fysiek bevinden.

Ook vandaag laat de techniek het afweten. De controllers zijn bij de technicus voor reparatie en dus demonstreert Vogel het spel op een normaal computerscherm. Na vijf verwoede pogingen is de aarde nog steeds niet bereikt: „X en Y gecrasht, probeer opnieuw.”

Simon Vogel: „Ik moet je eerlijk zeggen dat het me nog nooit gelukt is, en ik heb speciaal voor dit bezoek vanmorgen nog geoefend.” Lastig spel dus.

Universiteit Maastricht, Visitor’s Centre, Bonnefantenstraat 2, Maastricht. www.unimaas.nl