De nacht van het vuur

Keith Lowe: Inferno. The Devastation of Hamburg 1943. Penguin, 512 blz. €42,50

De aandacht voor de geallieerde bombardementen op Duitsland is al vanaf het einde van de jaren negentig groeiende. Dat is niet alleen het geval in Duitsland, waar men het eigen ‘slachtofferschap’ heeft herontdekt en boeken, documentaires en films over de ’Bombenkrieg’ in hoog tempo verschijnen. Maar ook in Groot-Brittannië is de erfenis van het ‘strategic bombing’ weer onderwerp van debat. De Britse betrokkenheid bij actuele militaire conflicten zoals de oorlog in Irak, heeft de discussie over de schaduwzijden van de Britse oorlogsstrategie tijdens de Tweede Wereldoorlog weer actueel gemaakt. Inferno. The Devastation of Hamburg 1943 van de jonge Britse romanschrijver Keith Lowe is daar een bewijs van.

Ruim anderhalf jaar voordat Dresden in een vuurzee ten onder ging, bombardeerden Britse en Amerikaanse bommenwerpers tussen 24 juli tot 3 augustus 1943 Hamburg. Militair gezien was deze ‘Operatie Gomorrha’ een groot succes. Met de introductie van het ‘Window’-systeem, waarbij de Duitse radars met aluminiumstrookjes werden verstoord, wisten de geallieerden de zware luchtverdediging van Hamburg volledig lam te leggen. De Britse en Amerikaanse bommenwerpers konden dagenlang relatief ongestoord hun lading loslaten. De Hamburgse infrastructuur, havens en oorlogsindustrie werden zwaar beschadigd.

De omvang van de destructie ging echter verder. Tijdens de nacht van 27 op 28 juli veroorzaakte de Royal Air Force (RAF) met een grote concentratie brandbommen een ‘vuurstorm’ van ongekende omvang. Een massale vuurzee raasde met hoge snelheid door de Hamburgse binnenstad en de woonwijken Hamm, Hammerbrook en Borgfelde. De orkaanachtige brand bereikte temperaturen tot boven het smeltpunt van glas en snelheden tot meer dan 200 kilometer per uur. Net als in Dresden was het deze vuurstorm die voor het hoge aantal slachtoffers zorgde en de overlevenden met de meest verschrikkelijke herinneringen achterliet. Tijdens die ‘julibombardementen’ op Hamburg kwamen 45.000 mensen om, de meesten stierven tijdens de nacht van de vuurstorm.

Keith Lowe schetst een indringend beeld van deze gebeurtenissen. Hij heeft voor dit boek de rol van historicus op zich genomen en deed uitgebreid onderzoek. Hij doorzocht archieven, nam vele interviews met betrokkenen af en toont zich bijzonder goed op de hoogte van de historiografie. De fijnzinnigheid in zijn formuleringen en zijn geslaagde poging de geschiedenis in directe en persoonlijke beelden tot leven te wekken maken Inferno tot een goed leesbaar en spannend boek. Die stilistische kwaliteiten worden vooral duidelijk door de wijze waarop uiteenlopende ooggetuigenverslagen zijn geïntegreerd. De historische, feitelijke beschrijvingen worden op die manier steeds aangevuld met commentaren van tijdgenoten. Als in een spannende roman volgt Lowe de betrokkenen. En zo wordt steeds vanuit een ander perspectief, in een bijna filmische beeldtaal, verslag gedaan van de gruwelijke gebeurtenissen.

Soms wekt de historische sensatie die Lowe met zijn mooie stijl en compositorisch vermogen weet op te roepen enig wantrouwen. Zijn duidelijk merkbare emotionele betrokkenheid bij het thema en de prominente aandacht voor aangrijpende getuigenissen van de slachtoffers en de gruwelijke details, herinneren aan de ‘slachtofferhype’ die de laatste jaren in Duitsland is ontstaan. In veel Duitse tv-documentaires en populaire geschiedschrijving over de Bombenkrieg wordt het lot van de Duitse slachtoffers soms met wel erg veel pathos beschreven. Zodoende verdwijnen historische achtergronden vaak uit beeld.

Dit laatste is bij Lowe niet het geval. Hij heeft duidelijk oog voor de complexiteit van de geschiedenis. Hij benadrukt het belang van Hamburg als haven- en industriestad en het psychologische effect dat de verwoesting van deze stad op het Duitse leger en op de bevolking had. Het belangrijkste verschil met veel recente Duitse publicaties en documentaires, is dat Lowe niet alleen het slachtofferperspectief laat zien, maar ook ingaat op de beleving van de geallieerde bemanningsleden en andere betrokkenen, onder wie de gevangenen van concentratiekamp Neuengamme die werden ingezet bij opruimingswerkzaamheden.

Ook lukt het Lowe om zonder al te veel te moraliseren de overwegingen inzichtelijk te maken die de Britse en Amerikaanse legertop hebben gebracht tot het bombarderen van Hamburg en andere steden. Hoewel Lowe ethische vraagtekens zet bij de methoden van de RAF, vermijdt hij een stereotype tegenstelling van daders en slachtoffers. En net zo min als de Duitsers collectief als onschuldige slachtoffers worden afgeschilderd, verschijnen in Inferno de bemanningsleden van Britse bommenwerpers of hun opdrachtgevers als moreel verdorven daders.