De boekwinkel

Boekwinkel Proust & Co. in Vertalië.Meneer Bonbon (slaat een boek op de toonbank): Dit is een rotvertaling.Meneer Winkelhouder: Sorry, we zijn gesloten.

Bonbon: U gaat net open!

Winkelhouder: Jamaar, ik werk hier niet.

Bonbon: Niets mee te maken, beste man. Ik wil me beklagen over dit boek, hetwelk ik een wijle geleden heb aangeschaft in uw negocie annex boekennering. Ik heb het gelezen en het is een rotvertaling.

Winkelhouder: Ah, dat boek. Jajaja. Volgens mij is er niks mis mee. Het is een hele adequate vertaling door een gerenommeerde vertaler voor een gerenommeerd uitgevershuis. Kijk maar, het staat erop: een prachtvertaling in goudglanzend Nederlands!

Bonbon: Nee, dit is een rotvertaling. Er klopt niks van. Het wemelt van de onnatuurlijke zinswendingen. Dubieuze interpretaties. Fout idioom. Verkeerde registers. Weglatingen. Blunders. Onversneden syntaxis uit de brontaal. Woorden die je nergens anders tegenkomt dan in een vertaling.

Winkelhouder: Noh dan, dan is het toch een goede vertaling?

Bonbon: Neenee, dan is het een rotvertaling. Ik wil mijn geld terug. Of een betere vertaling. Die u mij ongetwijfeld à l’improviste uit de rijkgevulde schappen kunt trekken.

Winkelhouder: Een letterlijke één op één vertaling is natuurlijk even onwenselijk als onmogelijk. Een vertaler moet nu eenmaal keuzes maken.

Bonbon: Dan heeft hij hier wel voortdurend de verkeerde keuzes gemaakt. Het leest als een natte krant.

Winkelhouder: Dat is de stijl van de oorspronkelijke auteur.

Bonbon: Dat is niet de stijl van de oorspronkelijke auteur.

Winkelhouder: Maar het blijft een goed boek. En voor een goed boek maakt het niet uit of het een goede of een slechte vertaling is.

Bonbon: Wilt u mij nou ook nog vertellen dat u mij een slecht boek verkocht heeft?

Winkelhouder: Ah, ik zie het al. Het is naar de geest gedaan.

Bonbon: Die geest lag dan zeker te slapen. Net als de redacteuren van het gerenommeerde uitgevershuis. In het origineel staat: deze papegaai is dood. En hier staat: dit is een rotvertaling. Dus dit is een rotvertaling.

Winkelhouder: Het is een bewerking. Omdat niemand er anders iets van zou begrijpen. Het is omgezet naar onze eigen belevingswereld. Kijk maar: van ‘dooie papegaai’ is ‘rotvertaling’ gemaakt, speciaal voor Vertaliaanse lezers.

Bonbon: Als het een bewerking is, is het een bewerking met een fles zoutzuur, een gekarteld broodmes, een roestige heggeschaar en een staaf dynamiet. Deze bewerking lijkt evenveel op het origineel als ik op u.

Winkelhouder: De vertaler heeft zich laten inspireren.

Bonbon: Luister eens, jongeman…

Winkelhouder: Ik ben 45!

Bonbon: Duizend excuses. Van deze vertaling klopt geen ene mallemoer. Geen hout. Deze vertaling is dood, zo dood als een pier. Deze vertaling heeft nooit geleefd. Het is een brok versteende prehistorische kots. Het is zo stijf als een houten plank. Dit is een rotvertaling.

Winkelhouder: Weet u wat: ik schilder hem blauw en plak er nieuwe veren op. Dan is hij weer zo goed als nieuw en zegt hij Lorre.

Bonbon: Maar ik wil helemaal geen papegaai, ik wil een goede vertaling!

Winkelhouder: Wat u wilt is niet een vertaling, maar een origineel! En dat verkopen we hier niet. Goeiemiddag.

De boekwinkel, een briefkaart uit Vertalië, werd geschreven, geconcipieerd, vertaald en voor de krant bewerkt door