Bank en publiek

Is het voorstelbaar dat het in heel Washington wekenlang stil zou blijven als de cruciale Amerikaanse Citibank speelbal zou zijn in een complexe en slordige overnamestrijd? Zou Berlijn zwijgen als hetzelfde met Deutsche Bank gebeurde en zou Parijs zich afzijdig houden als dit BNP Paribas overkwam? Het antwoord is hoogstwaarschijnlijk: nee.

In Nederland gaat het anders. Maatschappelijk reacties op de overnamestrijd rond ABN Amro zijn er inmiddels genoeg. De vakbonden laten zich uit, de werkgeversvoorzitter en de SER-topman worstelen openlijk met de grenzen van de aandeelhoudersmacht. De meningsvorming is in de invloedrijke opiniefora in volle gang. Maar in Den Haag zelf is het aan de stille kant. Tweede Kamerleden van de regeringsfracties verklaren zich niet goed genoeg op de hoogte om te kunnen oordelen – een beperking waar zij in andere dossiers vaak beduidend minder last van hebben. Uit het kabinet komt weinig commentaar, en dat geldt vooral voor minister van Financiën Bos (PvdA). De enige relevante officiële instantie die zich tot nu toe substantieel uitliet, is De Nederlandsche Bank, die als toezichthouder op de financiële sector zijn taak uitoefent.

Het was aanvankelijk begrijpelijk dat de minister van Financiën terughoudend was. Prematuur commentaar kan gemakkelijk worden opgevat als bemoeienis in een proces dat in principe aan de krachten van de markt moet worden overgelaten. Elke uitspraak galmt luid door op het Europese en internationale toneel. Daar kan president Wellink van De Nederlandsche Bank inmiddels van meepraten. Hij zal zich overigens gesterkt voelen door het optreden van zijn collega’s van de Duitse Bundesbank, die deze week al hebben gewaarschuwd dat ze niet zullen stilzitten als een grote Duitse bank dit overkomt.

De terughoudendheid van minister Bos wordt nu langzamerhand minder opportuun. Nu rechter Willems van de Ondernemingskamer gisteren de uitvoering van de verkoop van ABN Amro’s Amerikaanse dochter Lasalle aan Bank of America heeft geblokkeerd, is de chaos rond ABN Amro groter dan ooit. Financiën is op de achtergrond druk bezig met de kwestie, in samenspraak met De Nederlandsche Bank. De minister heeft competenties op dit vlak, want hij zal uiteindelijk formeel zijn goedkeuring moeten geven aan de verkoop van substantiële aandelenpakketten in een van de vijf grootste banken van het land. Maar daar gaat het in deze fase niet om.

Een majeure bank die zo in het ongerede lijkt te zijn als ABN Amro, roept bij het publiek begrijpelijke vragen op. Die hoeven niet alleen te gaan over Oranjegevoel, de zogenoemde uitverkoop van het Nederlandse bedrijfsleven of de vraag of de macht van de aandeelhouders uit de hand loopt. Het gaat erom dat klanten, crediteuren en rekeninghouders erop blijven vertrouwen dat zij zaken doen met een veilige financiële instelling. Dat is ook in het belang van ABN Amro zelf. Banken staan of vallen met vertrouwen van het publiek. Het kan geen kwaad als de minister zichtbaarder dan tot nu toe aan deze zorgen tegemoetkomt.