554 rozen voor een renpaard

De Kentucky Derby, morgen in Louisville, is de grootste paardenrace in Amerika.

Koningin Elizabeth eregast bij 133ste editie van ‘de twee mooiste minuten in de sport’.

Je ziet ze bijna niet in het donker, maar je hoort ze des te beter. In galop komen de renpaarden voorbij. Het is zeven uur, op een ochtend in maart – 47 dagen voor de Kentucky Derby. Al ruim een uur worden paarden getraind op Churchill Downs, in het zuiden van Louisville. We staan achter de omheining van de renbaan, tegenover de hoofdtribunes met hun witte torenspitsen, de Twin Spires. Hoog op de tribunes zit een spotter, legt gids Gene Logan (66) uit, die contact heeft met ‘outriders’ op de baan; toezichthouders te paard die bijvoorbeeld ingrijpen als een paard er zonder berijder vandoor gaat. Een paardenambulance is standby.

Achter ons de ‘backside’ van het complex; een paardendorp met 47 stalgebouwen, waar ruimte is voor 1.404 renpaarden, en de 256 onderkomens van hun verzorgers plus voorzieningen zoals een kapel en een sportzaal. In de cafetaria tussen renbaan en stallen, Wagner’s Trackside, schuiven verzorgers aan voor een stevig ontbijt; een handvol dollars tellen ze neer voor een kop koffie, toast, eieren en spek. De plaats van de paarden op de één mijl (1.600 meter) lange ovaal wordt om acht uur ingenomen door trekkers met forse harken die de tien centimeter dikke toplaag (75 procent zand, 23 procent slib/leem, 2 procent klei) opschudden tot een kussen met een dempende werking. Zo ligt de baan er vandaag bij tijdens de Kentucky Oaks, een opwarmertje (met andere paarden) voor de Derby, en morgen, als twintig driejarige volbloeden en hun jockeys om 18.08 uur uit het starthek worden losgelaten, voor ruim 150.000 toeschouwers (vorig jaar 157.536). „Er zal dan weer veel drank doorheen gaan”, zegt gids Terry Johnson. Hét Derby-drankje is mint julep – bourbon whiskey, mintblaadjes, suiker en ijs. „Veel van de circa honderdduizend mensen op het middenterrein zullen weer geen paard zien.” De goedkoopste plaatsen kosten 40 dollar, de duurste, in Millionaire’s Row, 250.000 dollar.

Kentucky is dé paardenstaat van Amerika – in 2010 worden daar de Wereldruiterspelen gehouden – Lexington, in het oosten van Kentucky, de paardenhoofdstad, behalve deze week. Dan eist Louisville alle aandacht op. Daar begon het allemaal in 1874, toen kolonel M. Lewis Clark na een rondreis door Engeland en Frankrijk de Louisville Jockey Club oprichtte en op grond van zijn ooms John en Henry Churchilleen renbaan liet aanleggen. Een jaar later, op 17 mei, werd de eerste Kentucky Derby gehouden, geïnspireerd door de Epsom Derby in Engeland.

Bokslegende Muhammad Ali groeide in Louisville niet zo ver van Churchill Downs op. Toen hij met boksen begon, liep hij ’s morgens op de baan om het hardst tegen de paarden. Ali bracht veel tijd in de stallen door, schrijft hij in zijn biografie (The Greatest, 1975). „Ik wilde bij de paarden wonen en bij de paarden slapen. Ik was dol op de geur van paarden en hooi, en ik vond hun lichamen prachtig. Hun bouw inspireerde me om nog harder te trainen, tot ik dezelfde lichamelijke conditie zou hebben.”

De grootste paardenrace in de VS is elke eerste zaterdag in mei. De Run for the Roses, luidt de bijnaam van het twee kilometer (1,25 mijl) lange evenement waarbij het winnende paard een groene zijden deken krijgt – in de vorm van een hoefijzer – met daarop 554 rode theerozen vastgenaaid. Dat gebeurt in de Winner’s Circle. Een Amerikaanse kennis vertelde onlangs dat de as van haar schoonmoeder daar is uitgestrooid. Traditie in die familie: weddenschappen afsluiten op de winnaar, met Monopolygeld.

De geest van Barbaro waart hier nog rond, het winnende paard van 2006 dat twee weken na de Kentucky Derby op drie plaatsen een been brak en in januari dit jaar na complicaties overleed. Heel Amerika leefde mee met het – aanvankelijk positieve – herstel van het dier dat zijn eigenaar een jaar geleden bijna anderhalf miljoen dollar aan prijzengeld bezorgde, uit een prijzenpot van in totaal ruim 2,2 miljoen dollar. Voor elke dollar die de gokkers hadden ingezet op Barbaro, kregen ze 14,20 dollar terug. Bij de 1.400 loketten op Churchill Downs werd vorig jaar 22 miljoen dollar op de paarden ingezet.

Vandaag worden de eigenaren van Barbaro bedankt voor hun pogingen om het paard te redden, en deze week zullen op Churchill Downs plastic Barbaro-armbandjes (blauw, à twee dollar) worden verkocht, waarvan de opbrengst bestemd is voor de Barbaro Memorial Foundation, een stichting die zich inzet voor de gezondheid en de veiligheid van paarden.

Er is meer dat herinnert aan de winnaar van vorig jaar. Bij de ingang van het museum een kopie van Barbaro en de uit Peru afkomstige jockey Edgar Prado, op ware grootte. Het duo schreef geschiedenis, omdat de voorsprong bij de finish, zeseneenhalve paardenlengte, een van de grootste was uit de historie van de Kentucky Derby. In een rozenperk achter de hoofdtribune staat een jockey van hout, ongeveer één meter hoog. Elk jaar wordt die geschilderd in de kleuren van het uniform van de winnende jockey. Tot zaterdag zijn dat die van Prado – blauw met een wit kruis, groene mouwen en een blauwe helm. Dit jaar rijdt de 39-jarige Prado met renpaard Scat Daddy. De meeste jockeys in de VS zijn afkomstig uit Zuid-Amerika, omdat zij stuk voor stuk lichtgewichten zijn – uiterlijk meer jongen dan man.

Morgen zitten in Louisville bijzondere eregasten op de tribune bij ‘de twee mooiste minuten in de sport’: de Britse koningin Elizabeth, die ook renpaarden bezit en in het verleden paarden had ondergebracht in stallen in Kentucky, en prins Philip. Met ruim 150.000 andere toeschouwers zullen ze het renpaard Curlin (7-2) als lichte favoriet van start zien gaan.

Bekijk een filmpje van de geschiedenis van de derby op www.nbcsports.com