Zonder een dwingender milieubeleid gebeurt er niks

Om de klimaatambities van het nieuwe kabinet te bereiken, zal milieuminister Cramer voor een trendbreuk in het beleid moeten zorgen. Van vrijwilligheid naar verplichtingen. Deel 2 in een serie.

Windattributen op het kantoor van Lagerweij Wind, een ontwerpbureau gespecialiseerd in windturbines, met op de achtergrond directeur Henk Lagerweij. Foto’s Evelyne Jacq Jacq, Evelyne

Soms is het handig om als bedrijf de overheid even achter de broek te zitten. Bouwbedrijf BAM deed eind 2005 een dringende oproep aan de overheid: zorg dat bij aanbestedingsprocedures duurzaamheid een belangrijk criterium is en niet alleen de laagste prijs.

In de bouw is veel CO2-winst te behalen. BAM gaf een lijst van mogelijke criteria aan de overheid. Ministeries, provincies, gemeenten en diensten als Rijkswaterstaat zijn in gesprek gegaan met de aannemer. Anderhalf jaar later is er nog geen concrete actie uit voortgevloeid. „We zijn een paar keer dichtbij een proefproject geweest”, vertelt woordvoerder Arno Pronk van BAM. „Maar je zit met mededingingsaspecten, omdat concurrenten kunnen betogen dat wij daar voordeel uit kunnen halen. Ook de financiering bleek moeilijk te regelen.”

Een beter milieu begint bij jezelf, was de slogan waarmee de overheid jarenlang burgers trachtte op te roepen tot milieuvriendelijker gedrag. Maar een onderzoeksbureau constateerde drie maanden geleden dat duurzaam inkopen bij de overheid zelf moeilijk van de grond komt. De overheid koopt jaarlijks voor zo’n 30 miljard euro goederen en diensten in. Het probleem voor de regering is om alle goede intenties en doelstellingen om te zetten in veranderingen van gedrag.

Aan het invoeren van verplichtingen ontkomt ze niet meer, zeggen vertegenwoordigers van bedrijven. Neem Philips, dat er samen met enkele concurrenten op aandringt dat de Europese Unie en de VS de traditionele gloeilamp uitbannen. Of Shell-topman Jeroen van der Veer, die in januari in een opiniestuk in de Financial Times een oproep deed om dringend met maatregelen te komen voor een lagere CO2-uitstoot.

Net als voor verlichting zullen er normen moeten komen waar televisies, cv-installaties of auto’s aan moeten voldoen. Milieukeurmerken of informatie over energieverbruik en CO2-uitstoot is niet voldoende. „Als een consument wijs moet worden uit alle claims en zelf rekensommetjes moet gaan maken, haakt hij al snel af”, zegt Ron Wit van Stichting Natuur en Milieu. „Je moet het de consument makkelijk maken om energie te besparen door het stellen van zuinigheidsnormen of minder energiezuinige apparatuur duurder te maken.”

Dat vergt wel een trendbreuk in het milieubeleid. Samen komen we er wel uit, was lang het idee. De overheid sloot convenanten met bedrijfstakken als de basismetaal en de chemie, en daardoor is de zure regen teruggedrongen. Het convenant met de verpakkingsindustrie leidde tot meer recyclebare verpakkingen. Maar de vrees is dat het op deze manier te langzaam gaat.

Subsidies zijn al afgebouwd. Sinds 2003 kan de burger bijvoorbeeld geen subsidie meer krijgen voor het plaatsen van zonnepanelen op zijn dak. Veel ophef is er over de MEP, een subsidie die de inzet van duurzame energie moest bevorderen. Vorig jaar werd die plotseling stopgezet, omdat er zoveel gebruik van werd gemaakt dat de uitgaven uit de hand liepen. En dat was niet de eerste keer. De druk op minister Van der Hoeven van Economische Zaken is hoog om snel met een nieuwe regeling te komen. „Wij zeggen, bezint eer ge begint”, zegt voorzitter Peter Vogtländer van de Energieraad. „Als je niet de tijd neemt voor een robuuste regeling, gaat het weer fout.”

Subsidies moet je alleen gebruiken om nieuwe technologieën van de grond te krijgen, vindt hij. „En dan alleen voor onderzoekers en startende bedrijven die zich daarmee op de wereldmarkt kunnen onderscheiden. Energiecentrum Nederland heeft 250 opties op een rij gezet waarmee we CO2-uitstoot kunnen reduceren. Voor de overheid is het onmogelijk om te bepalen welke daarvan het beste werken”, aldus Vogtländer. Ook de milieubeweging verwacht geen heil van subsidies. „Je moet de vervuiler laten betalen, niet degene die zich goed gedraagt belonen”, zegt Wit.

Een waarschuwend geluid komt van VNO-NCW, dat pleit voor een mondiale aanpak. „Je moet als Nederland geen symboolpolitiek willen bedrijven met een te streng en kostbaar nationaal beleid”, zegt Cees Oudshoorn, directeur economische zaken van de ondernemersorganisatie. „De regering moet niet de valse verwachting wekken dat we als Nederland de klimaatverandering kunnen oplossen. De landen die al eerder in het Kyoto-akkoord hebben beloofd hun CO2-uitstoot terug te brengen zorgen voor 18 procent van de uitstoot, de rest van de wereld voor 82 procent. Je kunt beter onze kennis en technologie exporteren, dan hier alleen maar veel geld uitgeven. Dat levert een groot verlies aan welvaart op, terwijl het milieu er niets mee opschiet.”

VNO-NCW zal later deze maand bij de minister pleiten voor een duurzaamheidsakkoord tussen overheid en bedrijven. Daarin zou veel aandacht moeten worden besteed aan de vraag hoe Nederland koploper kan zijn in technologieontwikkeling. Cramer wordt door bijna iedereen geprezen als een deskundig minister. „Er is in Nederland zeker draagvlak om het probleem aan te pakken”, zegt Wit. „Maar niet voor specifieke maatregelen. Om die erdoor te krijgen, zal de politiek moeten tonen dat ze over een sterke ruggegraat beschikt.”