VROM bekijkt corporaties met vergrootglas

Het opknappen van de probleemwijken dwingt de woningbouwverenigingen om duidelijk te maken hoe ze daarbij hun vermogens willen gaan inzetten.

De bouwproductie van woningcorporatie Wonen Weert is „sterk achtergebleven”. Leefbaarheidaspecten in de wijken, zoals veiligheid, hebben „nauwelijks een plek in het beleid”. Ook komen er steeds minder betaalbare woningen bij voor de lagere inkomensgroepen door sloop en verkoop van goedkope woningen. Wonen Weert biedt ook „weinig ruimte” aan belanghebbenden, zoals huurders, om mee te praten over de toekomst van wijken en buurten. Eén positief punt: Wonen Weert heeft de „vergrijzingstrend goed opgepakt”: er zijn veel woningen geschikt voor ouderen en gehandicapten. Maar Wonen Weert heeft door de achterblijvende prestaties per saldo wel een „aanzienlijke vermogensovermaat waarvoor zij geen bestemming heeft”.

In Arnhem brengt corporatie Volkshuisvesting Arnhem het er beter vanaf. Zij is een „actieve corporatie die op dynamische wijze bezig is” en „veel investeert in zwakke wijken”. Toch heeft ook Volkshuisvesting Arnhem nog zo’n groot vermogensoverschot dat gedeeltelijke afdracht aan armere corporaties „een optie” is.

De conclusies zijn te vinden in visitatierapporten over een tiental woningcorporaties. Deze deden vrijwillig mee aan een proefproject van de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV), een deels door VROM gesubsidieerd kenniscentrum. Onlangs besloot koepelorganisatie Aedes al dat maatschappelijke visitaties voor woningcorporaties verplicht worden. De SEV heeft op verzoek van een vijftiental woningcorporaties voor het eerst een standaard ontwikkeld om de corporaties onder het vergrootglas te leggen. SEV-directeur René Scherpenisse spreekt van een „onafhankelijk maatschappelijk oordeel over prestaties”.

De prioriteit van het kabinet voor de aanpak van probleemwijken maakt zo’n visitatie urgent. Begin dit jaar deed Aedes namens de woningcorporaties het aanbod miljarden euro’s extra in probleemwijken te investeren, waarbij rijkere corporaties de armere bijstaan.

Voor de visitaties zijn vele belanghebbenden geïnterviewd, van gemeentebesturen en huurdersverenigingen tot welzijnsorganisaties, zorginstellingen en politie. Ook is geput uit accountantsverslagen, beleidsdocumenten en prestatieafspraken van gemeenten met corporaties. Op basis hiervan zijn ‘scorekaarten’ met puntenschalen ontwikkeld. Het ministerie van VROM toont zich „zeer tevreden” over de visitatiemethode, die na 1 januari 2008 bij de Aedes-leden wordt toegepast.

Is Wonen Weert geschrokken van het nogal kritische rapport? „We hebben ons heel bewust aangemeld”, zegt plaatsvervangend directeur Koos Neijnens. „Voor ons is het heel belangrijk te weten hoe de buitenwereld over ons denkt.” Wonen Weert moet volgens hem onder meer door fusieperikelen „van ver komen”. Neijnens wijst erop dat het visitatierapport ook aangeeft dat de woningcorporatie bezig is aan een „inhaalslag”. Dat heeft er volgens Neijnens toe geleid dat de belanghebbenden inmiddels „heel positief over ons denken”.

De Weertse wethouder Anton Kirkels (Volkshuisvesting, VVD) vindt visitatie belangrijk voor de gemeente „omdat de maatschappelijke investeringen in beeld worden gebracht”. Mede op basis hiervan kan de gemeente met de corporatie zaken aanpakken.

Directeur Frank van Laarhoven van corporatie Volkshuisvesting Arnhem ziet in de onafhankelijke visitatie een mogelijkheid „te laten zien dat we maatschappelijk verantwoord bezig zijn”. Hij vindt dat woningcorporaties door de veelvuldige kritiek „te veel defensief gedrag” vertonen. Volgens de Arnhemse wethouder Sander van Bodegraven (Volkshuisvesting, PvdA) helpen visitatierapporten „nog beter te kijken naar de prestaties van woningcorporaties”.

Voor het forse vermogensoverschot van Volkshuisvesting Arnhem kan volgens Van Bodegraven een goede bestemming binnen de eigen gemeente worden gevonden. Directeur Van Laarhoven erkent dat het financiële beleid van zijn corporatie „conservatief” was. „We zijn bezig dat te herijken.”

Ook voor de Weertse wethouder Kirkels is de beoordeling van de vermogenspositie een belangrijk element. Het overschot bij Wonen Weert moet volgens hem „bij voorkeur” in de eigen gemeente worden gestoken. Wonen Weert werkt intussen samen met armere corporaties in Zuid-Limburg, die steun krijgen bij hun grote investeringsbehoefte wegens de vergrijzing. „Maar we zullen ook in Weert meer maatschappelijke investeringen doen”, beaamt plaatsvervangend directeur Neijnens.

De visitatiemethode zal volgens projectleider Steven de Waal op enkele punten mogelijk nog worden verfijnd. Zo moet het maatschappelijk besteedbaar vermogen van woningcorporaties „scherper” in beeld worden gebracht. Hij maakt deel uit van een tijdelijke auditraad, die het proefproject heeft begeleid.