Voor doctorandus is er wel een huis

In Rotterdam neemt het aantal hooggeschoolde banen de komende jaren fors toe.

Maar twee op de drie studenten ontvluchten na hun studie de stad.

Om de oplopende tekorten op de Rotterdamse arbeidsmarkt tegen te gaan, moet de stad hoger opgeleiden voorrang verlenen bij het woning toewijzingsbeleid. Dat bepleit de Rotterdamse wethouder Dominic Schrijer (Werk, Sociale Zaken en Grotestedenbeleid, PvdA). „We moeten mensen binden, want ons eigen goud glijdt ons door de vingers.” Zijn voorstel hoopt hij de komende weken uit te werken.

In tegenstelling tot veel andere steden heeft Rotterdam (zeventig procent sociale woningbouw) grote moeite de midden- en de hoge(re) klassen binnen de stadsgrenzen vast te houden. Uit onderzoek blijkt dat 55 procent van de werkenden niet in de stad zelf woonachtig is. Als studenten al wonen in de tweede stad van Nederland (584.356 inwoners), dan vertrekt grofweg twee op de drie na beëindiging van de studie aan de Erasmus Universiteit of een van de vele hbo-instellingen in de stad. Vooral naar Amsterdam trouwens. „Pijnlijke cijfers”, vindt Schrijer.

Nu de hoogconjunctuur naar verwachting nog enkele jaren aanhoudt, stelt die braindrain Rotterdam voor extra problemen, stelt Schrijer. „De uitstroom gaat naar schatting 60.000 tot 70.000 vacatures opleveren.” Alleen al in de Rotterdamse binnenstad wordt in de komende vier à vijf jaar een banengroei verwacht van acht tot tienduizend arbeidsplaatsen, vooral in de zorg, de zakelijke dienstverlening en de detailhandel.

Later deze maand verschijnt de economische trendprognose van de stad, de Arbeidsmarktmonitor. „Maar dat er grote gaten zullen vallen, dat staat vast. Terwijl VNO-NCW blijft hameren op het afschaffen van het ontslagrecht, zijn ondernemers juist bezig met het tegenovergestelde: hoe houd ik mijn personeel vast? Tijdens werkbezoeken hoor ik niet anders.”

Het aanbieden van extra stageplekken is niet voldoende om de banengroei bij te benen, beseft Schrijer. Om te voorkomen dat bedrijven bij gebrek aan gekwalificeerd personeel de stad verlaten, pleit hij voor het openbreken van de woningmarkt. „Jonge mensen willen hier best wonen, alleen dan wel in de schil rondom het centrum. Maar als daar al plek is, blijken de woningen vaak te duur. En voor een sociale huurwoning komen ze niet in aanmerking, omdat ze net boven de inkomensgrens zitten.”

Corporaties zouden volgens Schrijer meer woonruimte ter beschikking moeten stellen aan de hoger opgeleiden. Dat gebeurt al sporadisch, bijvoorbeeld op Coolhaveneiland waar woningcorporatie Woonbron afwijkt van het bestaande toewijzingsbeleid. Jonge, pas afgestudeerden, bij voorkeur actief in de creatieve sector, worden bevoordeeld bij de loting.

Als mogelijk criterium gaan Schrijers gedachten onder meer uit naar een puntensysteem. „Of heel simpel: als je kan aantonen dat je afgestudeerd bent aan universiteit of hbo.”

Vooral in de binnenstad laat het aanbod te wensen over. Telt Amsterdam voor elke werkplek in het centrum ook één woonplek, in Rotterdam is dat drie op één, liet het college ruim twee maanden geleden weten bij de presentatie van de Stadsvisie. In dat stedenbouwkundig vergezicht somt het stadsbestuur de kwaliteitseisen op waar Rotterdam in 2030 aan zou moeten voldoen, om een sterke economie en (dus) een aantrekkelijke woonstad te garanderen. Maar het bijbouwen van ‘passende woonlocaties’ voor de high potentials lost de knelpunten op de arbeidsmarkt op korte termijn niet op, benadrukt Schrijer.

Schrijer beseft dat eenvoorkeursbeleid zoals hij voorstaat niet bij iedereen in goede aarde zal vallen. Maar nood breekt wet, meent hij. „Het gaat niet om uitsluiting, het gaat om bepaalde groepen een duwtje in de rug te geven. Werkgevers laten zich bij hun vestigingskeuze vooral leiden door de bereidwilligheid van werknemers om in een bepaalde stad te wonen. Wij moeten ons sociale kapitaal vasthouden.”