Volharding leeft zich uit in klank en ruimtelijkheid

Concert: Orkest De Volharding o.l.v. Jussi Jaatinen. Werken van Satian, Torstensson, Van Eijden, Kyriakides en Boogman. Gehoord: 2/5 Lantaren/Venster, Rotterdam. Herh.: 3/5 Eindhoven, 6/5 Veere. Inl: www.volharding.com.

Kan een ensemble van vrijwel uitsluitend koperblazers een impressionistische kleurenrijkdom voortbrengen? Met het programma Volkleuren wil De Volharding een bevestigend antwoord geven.

Pass (2006), van de Armeens/Nederlandse componist David Satian (1979), is gebaseerd op kleine beweginkjes die in één instrument worden ingezet, en dan worden overgenomen. Een soort timbrecrescendo’s dus, waarvan het coloristische aspect wordt versterkt doordat het melodische nergens doorzet. Toch ligt de charme van het werk vooral in de ritmiek, met synchrone trillers, versnellingen en verdikkingen. Curieus is het slot, waar de muziek onverwachts aanzwelt tot groteske dramatiek, die langdurig wordt uitgemolken.

Satian blijft wat kleur betreft toch redelijk binnen de grenzen van de bekende Volharding-sound. Om het monochrome verder te ontstijgen, geeft Cynthie van Eijdens in Natuurbeeld (2007), ook een opdrachtwerk, extra slagwerkinstrumentjes aan alle musici. Het werk lijkt een wat naïef voorkabbelend jachttafereeltje: roepende tertsen op de hoorn, een vogelfluitende fluit (origineel), en zelfs de wind die toonloos door de instrumenten jaagt. Verrassend om te lezen dat het eigenlijk over de schepping van het heelal gaat.

Hoge verwachtingen wekt Axis/Ashes (2006), een nieuw werk van Willem Boogman, alleen al door de opstelling van de music in een cirkel rond het publiek, ‘full surround’, met contrabas en dirigent midden in de zaal. Axis/Ashes is een nog wat onderzoekend werk, waarin Boogman de ‘ruimte’ als muzikale parameter uitprobeert: cirkelbewegingen, rondschietende klanken en traag verkleurende surround-unisono’s.

De musici van Orkest De Volharding lieten het hier gisteren wel erg afweten, met een beroerde intonatie en een ongekende hoeveelheid mislukte toonaanzetten. Trombonist Koen Kaptijn had van dit alles geen last toen hij in zijn eentje Trombone Song (1992) van Yannis Kyriakides een wat verlate maar voortreffelijke wereldpremière bezorgde. In dit werk wordt de tromboneklank gemanipuleerd door tijdens het blazen te zingen.

Beter in zijn element was het ensemble in drie werken van Klas Torstensson. Vooral de trio’s Brass Link 1 en 4 zijn spectaculair en vol kleurenspel: zelfs op één toon schrijft Torstensson soms heel veel klankverschillen voor. Ook het oudere Järn (1982), dat heerlijk chaotisch spetterde en gonsde, sprak de kwaliteiten van het ensemble duidelijk meer aan dan de delicate exercities van Boogman.