Verliefd op Interbellum

Morgen verzorgt de Ebony Band het 4 meiconcert in het Concertgebouw in Amsterdam. Mogelijk voor de laatste maal, want het gezelschap is zijn subsidie kwijt.

‘Ik kom het liefst bij weduwen over de vloer’, zette een Tsjechische krant eens boven een interview met Werner Herbers. Een treffend citaat, want Herbers, oud solo-hoboïst van het Koninklijk Concertgebouworkest, doet niets liever dan speuren naar verloren en vergeten muziek, bij voorkeur uit het interbellum. Muziek van componisten met namen als Holzmann, Von Hannenheim of Schimmerling. Vaak al tijdens hun leven vergeten, en vandaag de dag al helemaal onbekend. Niet zelden kwam Herbers voor zijn speurwerk terecht bij een weduwe, nicht of andere erfgenaam van de componist, in de hoop daar muziek te vinden.

De Ebony Band, opgericht in 1990, had met Herbers’ ontdekkingen altijd veel succes. Componisten als de Mexicaan Silvestre Revueltas (1899-1940) en nazi-slachtoffer Erwin Schulhoff (1894-1942) kregen alsnog hun verdiende plaats in de eregalerij der componisten. In 2004 trok er echter een donkere wolk voor de zon. De Raad voor Cultuur was vol waardering voor de verdiensten van de Ebony Band, maar besloot toch tot een negatief subsidieadvies. Er zou te veel nadruk zijn op het hernemen, documenteren en registreren van eerder uitgevoerd repertoire. Het gezelschap raakte zijn subsidie van ruim een ton per jaar kwijt. Na het concert van morgenavond speelt de Ebony Band op 21 mei slechts nog één keertje in Nijmegen.

In zijn woning vlakbij het Concertgebouw in Amsterdam zegt Herbers nog altijd weinig begrip te hebben voor het oordeel van de Raad. „Toen ik net begon met de Ebony Band ging het vooral om het ‘opgraven’. Meestal speelden we zo’n ontdekking dan toch weer eenmalig. Om de muziek echt veilig te stellen, wilde ik sommige stukken nog eens spelen, en ze op cd zetten. De Raad was in zulke ‘herhalingen’ niet geïnteresseerd. Dat vind ik absurd: mijn oude club, het Nederlands Blazers Ensemble, speelt ook al vijftig jaar de Gran Partita van Mozart. Dat argument is kul!”

Zijn woede over de beslissing van de Raad was zo groot dat hij geen zin meer had om door te gaan. „Ik doe het uit pure liefde. Dat repertoire, die periode, is mij zeer dierbaar – ik wil er alles van horen. Het interbellum is de meest rijkgeschakeerde periode uit de muziekgeschiedenis, met het hele scala van ragtime tot twaalftoonsmuziek. Het is zonde als het bij een enkele uitvoering of heruitvoering blijft. Ik wil het vastleggen. ‘Behoud van cultureel erfgoed’, zoals dat heet, maar ook het completeren van de bestaande muziekgeschiedschrijving. Het materiaal moet op cd beschikbaar zijn, er moeten artikelen en boeken over verschijnen, en mensen moeten het kunnen vinden op internet. Weten dat het bestaat.”

Herbers gaat zich richten op een deel van het repertoire dat hij de afgelopen 17 jaar boven water heeft gehaald. „Daar moet nog een aantal cd’s van uitkomen. De opnames voor een stuk of vijf liggen al klaar. Ik moet het geld voor de verdere financiering maar bij elkaar zien te scharrelen, bijvoorbeeld via fondsen en mecenaat. En desnoods betaal ik een deel uit eigen zak.”

Morgen staat een deel uit het Berliner Requiem van Kurt Weill op het programma – een dodenmis. Vanwege Nationale Dodenherdenking, of heeft het misschien ook nog een bijbetekenis? „Er is niets opzettelijks aan; het is een speling van het lot. Dat Requiem spelen we trouwens op verzoek van het 4 meicomité, dat naast die onbekende componisten ook iets van Weill wilde horen. In Nijmegen eindigen we op 21 mei met La Creation du Monde van Milhaud. We eindigen met het begin. Ook aardig van het lot.”

4 mei concert o.l.v. Werner Herbers. 4/5 21u15 Concertgebouw, Amsterdam. Inl.: www.herdenk.nu