Turkse secularisten zijn zélf een obstakel

Door een blokkade van de verkiezing van Gül ontnemen de secularisten Turkije de gelegenheid om de AK-partij nog verder te matigen, meentSuat Kiniklioglu.

De beslissing van het Turkse Constitutionele Hof om de verkiezing van een nieuwe president te blokkeren, was een ongelukkige en onnodige interventie door de machtige seculiere elite in het politieke proces van Turkije.

Het seculiere establishment – dat de krachtige steun van het leger heeft – stelt dat de verkiezing van minister Abdullah Gül van Buitenlandse Zaken, die lid is van de gematigde islamitische regeringspartij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling AK, een bedreiging zou zijn voor het secularisme dat de kern vormt van de moderne Turkse staat.

Maar gelet op de gang van zaken onder het bewind van de AK-partij in de afgelopen vijf jaar, is deze angst misplaatst. Premier Tayyip Erdogan en zijn regering hebben zich doen kennen als slimme pragmatici die bereid zijn binnen de seculiere Turkse democratie te opereren. In feite kan de populariteit van de AK-partij zelfs toegeschreven worden aan de geslaagde afstand die de AK van de islamistische Partij van de Deugd heeft genomen.

Het succes en de gematigdheid van de regeringspartij zijn inmiddels een inspiratiebron voor een breed scala van gematigde moslimelites in het Midden-Oosten.

Wie van buiten Turkije de recente Turkse massabetogingen ten gunste van het secularisme als een uiting van westerse waarden beschouwt, moet eerst nog eens goed nadenken. De meeste militante Turkse ‘secularisten’ staan namelijk argwanend tegenover de Turkse wens om toe te treden tot de Europese Unie, ze zijn vaak sterk anti-Amerikaans en moeten over het algemeen niet veel van de globalisering hebben.

De AK-partij heeft daarentegen een van de indrukwekkendste bijdragen aan de democratie uit de Turkse geschiedenis geleverd, en onderhandelingen over toetreding van het land tot de Europese Unie aangeknoopt.

De Turkse economie is de laatste vijf jaar gemiddeld met 7 procent gegroeid en heeft in drie jaar tijd bijna 50 miljard dollar aan directe buitenlandse investeringen aangetrokken.

Zoals te verwachten duiden de opiniepeilingen op sterke steun voor de AK-partij, terwijl een zwakke oppositie worstelt om de kiesdrempel van 10 procent te halen.

Door een blokkade van de verkiezing van Gül, een politicus die de islam grotendeels buiten het openbaar bestuur heeft gehouden, ontnemen de secularisten Turkije een cruciale gelegenheid om de AK-partij nog verder te matigen. Wat niet tot de militante secularisten doordringt is dat de AK-partij zich uiteindelijk tot een christen-democratische Partij à la de Duitse CDU zal omvormen, mits ze daartoe maar de kans krijgt.

Het Turkse establishment moet inzien dat het niet voor altijd in het politieke proces kan blijven ingrijpen. Het moet de islamitische democraten in Turkije de kans geven zich te matigen door binnen het democratische proces ervaring met macht en verantwoordelijkheid op te doen. Dat is de enige manier waarop Turkije zijn lastig te bereiken binnenlandse politieke consensus zal vinden.

De voornaamste reden achter de interventie van het seculiere establishment was in elk geval niet de angst dat Turkije islamitisch zou worden.

De angst was dat de impuls tot democratisering, die deels voortkomt uit de hoop om tot de Europese Unie toe te treden, zijn macht zal uithollen.

In dit verband raakte de kandidatuur van Gül een open zenuw van de broze Turkse democratie: de betrekkingen tussen de burgerregering en het leger, dat zichzelf als hoeder van het secularisme beschouwt en sinds 1960 al vier gekozen regeringen heeft verdreven.

De Turkse president benoemt niet alleen alle rechters en rectors van universiteiten, maar is ook opperbevelhebber van de strijdkrachten, met de bevoegdheid de geüniformeerde legerleider te benoemen.

Op 22 juli vinden vervroegde verkiezingen plaats. Erdogan heeft inmiddels verklaard te zullen streven naar een grondwetswijziging waardoor de president door het volk in plaats van door het parlement zal worden gekozen.

De werkelijke vraag achter de crisis is dan ook wat voor soort democratie in Turkije de overhand zal krijgen – een bestuur van een seculiere elite met een autoritair tintje, of een open en transparante democratie onder islamitische democraten.

Suat Kiniklioglu is verbonden aan het German Marshall Fund van het Amerikaanse Ankara-bureau.

© International Herald Tribune