Smoelenboek voor de hinderlijke jongeren

Het politiekorps Zuid-Holland lag deze week onder vuur wegens het opslaan van informatie over jongeren.

Die ophef is opmerkelijk.

Deze week kwam het politiekorps Zuid-Holland-Zuid in het nieuws omdat het foto’s en andere informatie van jongeren opslaat in een database die voor agenten toegankelijk is. Kamerleden eisen onderzoek naar mogelijke inbreuk op privacy.

De ophef is opmerkelijk. De werkwijze is al anderhalf jaar oud, NRC Handelsblad berichtte er februari 2006 al over. Zuid-Holland-Zuid is niet uniek met het opstellen van dergelijke ‘smoelenboeken’, ook niet als het gaat om jongeren die geen enkel strafbaar feit hebben begaan. Het ministerie van Binnenlandse Zaken vroeg de 25 regionale korpsen in 2000 al om groepen probleemjongeren te registreren, vertelt Dineke Mekel. Zij is betrokken bij het zogenoemde Jeugdinformatiesysteem (JIS) van Zuid-Holland-Zuid. Volgens haar werken 24 korpsen er al mee.

Het opstellen van dergelijke ‘smoelenboeken’ is in 2003 ook gefiatteerd door het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP). Vorige maand ging het CBP nog een stap verder door de 21 zogenoemde Antillianengemeenten in Nederland tijdelijk toestemming te geven dergelijke dossiers over Antilliaanse jongeren aan te leggen en die onderling uit te wisselen. De ervaringen met dat project kunnen op termijn de basis vormen voor een algemene verwijsindex voor risicojongeren, tekende het CBP daarbij aan.

De politie Zuid-Holland-Zuid kondigde vorig jaar als een van de eerste regiokorpsen aan dat foto’s, namen en adresgegevens in een centraal bestand worden opgeslagen. Ook wordt daarbij vermeld wat ze doen en waar ze rondhangen. Kamerleden noemen het verontrustend dat het CBP er geen onderzoek naar deed. Maar het CBP is geïnformeerd en tekende geen bezwaar aan. De wet was gevolgd.

Veel politiekorpsen gebruiken de ‘Beke-shortlist’ bij het aanleggen van dergelijke smoelenboeken – genoemd naar het onderzoeksbureau dat de methode ontwikkelde. Buurt-agenten brengen de jongeren individueel in kaart, waarna onderzocht wordt voor welke hulpverlening zij in aanmerking komen. Een woordvoerder van Beke: „Als een korps foto’s maakt zonder toestemming van de betrokkene, is dat niet een methode die wij direct zouden aanbevelen, maar als het doel blijft preventief beleid te kunnen ontwikkelen, zie ik geen grote problemen.”

Die foto’s maakt Zuid-Holland-Zuid wel, zegt Mekel. Ook groepskenmerken (gedrag, hanglocaties) komen in de database terecht. Soms schrijven wijkagenten informatie over individuen op. Zo bracht het korps de afgelopen anderhalf jaar 174 groepen in kaart. Als van een groep één jaar lang geen meldingen binnenkomen, dan worden ze opgeslagen in het archief, en zijn die gegevens niet meer direct op te vragen. Die status geldt nu voor dertig van de groepen.

De Rotterdamse politie werkt met de Beke-shortlist. Vorig jaar werden zo 1.795 risicojongeren door stadsdelen en de wijkagenten in kaart gebracht, waarvan er volgens een woordvoerder van de gemeente inmiddels 650 weer ‘op de rails zijn gezet’. In 2004 en 2005 konden vier hinderlijke, zeven criminele groepen en een jeugdbende worden ontmanteld.

Voor opsporing mogen de in het JIS opgeslagen gegevens niet gebruikt worden, benadrukt Mekel. Vijf jaar geleden had het niet gekund, zegt Mekel. „Maar we gaan mee met de tijd. Jongeren zelf doen ook veel minder moeilijk over privacy, zetten van alles over zichzelf op internet.”