Onverzekerde zorg

Een puffende vrouw staat op het punt om in het ziekenhuis te bevallen. Ze ploft bijna. Maar ze krijgt het verzoek het baren nog even uit te stellen. Er is ‘iets met de polis’.

Dit is maar een reclamespotje van een verzekeraar. Maar hoe ver staat het van de realiteit? In de zorgsector niet zo heel ver, valt te vrezen. Niet omdat er ‘iets’ met de polis is. Maar omdat er helemaal geen polis is. Het Centraal Bureau voor de Statistiek heeft gisteren bekendgemaakt dat zo’n 241.000 mensen in Nederland niet tegen ziektekosten zijn verzekerd, terwijl ze dat wel verplicht zijn. Dat zijn er veel meer dan gedacht. De daling die toenmalig minister van Volksgezondheid Hoogervorst (VVD) had voorzien bij de invoering van het nieuwe zorgstelsel per 1 januari 2006, heeft zich niet of nauwelijks voorgedaan. Het probleem kan nog groter worden, omdat verzekeraars per 1 juli van dit jaar de ongeveer 240.000 wanbetalers uit hun bestand mogen schrappen.

De onverzekerden vormen een ‘los eindje’ in de Zorgverzekeringswet die vorig jaar is ingevoerd. Hoogervorst heeft dit probleem gebagatelliseerd; zijn opvolger Klink (CDA) is nog niet verder dan het stadium waarin hij zich beraadt op maatregelen. Onbekend met de materie is hij zeker niet; het nieuwe zorgstelsel komt voort uit ideeën die daarover bij het Wetenschappelijk Instituut van het CDA bestonden toen Klink daar directeur was.

Voor illegalen, die per definitie onverzekerd zijn en dus niet bij de groep van 241.000 zijn meegeteld, is er een oplossing bedacht. De minister heeft een door de overheid te financieren fonds aangekondigd waarmee medisch noodzakelijke zorg voor illegalen, die ‘in betalingsonmacht verkeren’, zoals Klink het heeft geformuleerd, kan worden betaald.

Maar hoe moet het met andere onverzekerden? Een waarborgfonds voor deze groep is zowel door Hoogervorst als Klink van de hand gewezen. Zo’n fonds zou worden gevuld met premies van de bijna 16 miljoen burgers die wél verzekerd zijn. Met recht kunnen zij vinden dat de solidariteitsgedachte, een van de grondslagen van het stelsel, voor iedereen geldt – en dus dat iedereen premie moet betalen.

Dat burgers onverzekerd rondlopen, is op de eerste plaats aan hen zelf te wijten. Wie bewust of uit slordigheid nalaat premies te betalen, maakt zich schuldig aan een soortgelijk delict als belastingontduiking of sociale fraude. De overheid heeft het onverzekerd zijn strafbaar gesteld. De onverzekerden zijn telbaar, traceerbaar, aanspreekbaar en dus aansprakelijk te stellen. Maar onwetendheid speelt ook een rol. Bij de onverzekerden zitten relatief veel allochtonen, onder wie voormalige asielzoekers, en jongeren zodat er vermoedelijk ook aan de voorlichting het een en ander schort.

Burgers worden geacht belasting en sociale premies te betalen. Ook dat doen ze voor zichzelf en hun medeburgers. Meestal hebben ze er geen omkijken naar. Het wordt voor hen geregeld. De vraag is of deze geautomatiseerde solidariteit niet ook bij de zorgverzekering de kwestie van de niet-verzekerden en de wanbetalers kan oplossen. Het probleem is tot nu toe ten onrechte afgeschoven op de zorgsector zelf. Het dilemma of een ziekenhuis een ernstig zieke, doch onverzekerde patiënt moet opnemen, is een schrikbeeld.