NMa: energienota is 31 euro te hoog

De energiebedrijven hebben de afgelopen jaren meer winst behaald op de levering van elektriciteit en gas aan hun klanten dan de overheid redelijk acht.

Per afnemer is de rekening voor het gebruik van het energienetwerk gemiddeld 31 euro per jaar hoger dan de norm die de overheid hanteert voor het rendement op de netwerken. Dit heeft de Directie Toezicht Energie (DTe) van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) berekend.

Op grond hiervan stelt de NMa vast dat de regulering door de overheid van de tarieven voor het transport van elektriciteit en gas strenger kan. Binnenkort zal de toezichthouder bekendmaken hoe het verschil tussen „een redelijke winst en een gerealiseerde winst” kan worden verkleind. Dit betekent dat de energiebedrijven verplicht zullen worden een lager tarief voor het gebruik van de netwerken in rekening te brengen.

Het rapport beklemtoont dat de energiebedrijven hun winsten op de netwerken „volledig binnen de bestaande wettelijke kaders hebben behaald”.

De NMa heeft geen aanwijzingen gevonden voor ongeoorloofde kruissubsidiëring, waarbij de netwerkbedrijven subsidies zouden verstrekken aan het moederbedrijf door ondoorzichtige interne verrekenprijzen te hanteren. „De uitkomsten van het onderzoek tonen aan dat de kans dat dit kan gebeuren uiterst miniem is”, aldus het rapport.

Het onderzoek van de DTe naar de omvang, herkomst en besteding van de winsten van Delta, Eneco, Nuon en Essent is van belang nu minister Van der Hoeven (Economische Zaken, CDA) heeft aangekondigd deze zomer de splitsing van de energiebedrijven in een netwerkbedrijf en een commercieel bedrijf door te zetten.

Volgens de NMa heeft de regulering van het transport de afnemers tussen 2001 en 2007 een jaarlijkse besparing van gemiddeld 45 euro opgeleverd. Niettemin is er nog steeds sprake van een „meer dan redelijk geachte winst”. Deze wordt veroorzaakt door volumegroei, verschillen in waardering van de activa en de tijd die de energiebedrijven van de NMa hebben gekregen om efficiënter te worden. Dit betekent ook dat de energiebedrijven over voldoende financiële middelen beschikken om noodzakelijke investeringen in hun netwerken te doen.