Mensaapgebaren

Chimpansees en bonobo’s maken veel flexibeler gebruik van gebaren dan werd gedacht.

Een schreeuw is angst, een pruilmondje betekent trek.

Alleen de mensapen (chimpansees, bonobo’s, gorilla’s en orang oetans) gebruiken gebaren in onderlinge communicatie. Andere aapjes (de monkeys) beschikken in hun communicatie alleen over geluiden en gezichtsuitdrukkingen. Nu blijkt dat chimpansees en bonobo’s deze gebaren zelfs veel flexibeler toepassen dan geluiden en gezichtsuitdrukkingen. Gebarentaal wordt vaak gezien als een evolutionaire voorloper van de mensentaal.

Dit blijkt allemaal uit een inventarisatie van gebaren, geluiden en gezichtsuitdrukkingen bij twee chimpanseegroepen (ieder 17 leden) en twee bonobo-groepen (van 6 en 7 leden) in drie Amerikaanse onderzoekscentra. Het onderzoek is gisteren gepubliceerd door Frans de Waal en Amy S. Pollick van Emory University (Atlanta, Georgia) in de Proceedings of the National Academy of Sciences (Early Edition). Opvallend is dat die flexibiliteit in het gebruik van gebaren bij bonobo’s weer groter is dan bij chimpansees.

Gebaren kunnen bij de onderzochte mensapen in verschillende situaties verschillende dingen betekenen. Geluiden en gezichtsuitdrukkingen hebben in hun communicatie veel constantere betekenissen en worden ook veel meer in specifieke situaties toegepast. Een schreeuw is altijd angst, en bij bonobo’s heeft het ‘stille pruilmondje’ vrijwel altijd te maken met voedsel. Maar een vragend handgebaar tijdens een gevecht aan een buitenstaander betekent steun; datzelfde gebaar aan iemand met voedsel is een vraag om eten.

Wie de geluiden en gezichtsuitdrukkingen van de ene mensapensoort kent, kan die van een andere soort meestal ook wel begrijpen, bij de gebaren is dat niet zo.

Bonobo’s waren in het onderzoek ook handiger in de combinatie van gebaren en gezichtsuitdrukking; in 83 procent van de gevallen kregen ze een reactie van de ‘aangesproken’ bonobo. Normaliter reageert tweederde van de geadresseerden op een gebaar of geluid of gezichtsuitdrukking, bij chimps geldt dat percentage ook voor combinaties.

Tussen bonobogroepen bestaan ook grote verschillen in de betekenis van een gebaar, tussen chimpanseegroepen bestaan zulke verschillen niet. De onderzoekers zien daarom in de flexibelere gebarentaal van bonobo’s een aanwijzing dat de gemeenschappelijke voorouder van mens en chimpansee/bonobo meer op de huidige bonobo heeft geleken dan op de huidige chimpansee. Die gemeenschappelijke voorouder leefde ongeveer zes miljoen jaar geleden.