ING gaat nu voor het geld

De tijd dat ING blind de directie steunt, is voorbij. Vorige week stemde de grootbelegger met de hedgefondsen mee vóór opsplitsing van ABN Amro.

Directeur Peter Paul de Vries van de Vereniging van Effectenbezitters (VEB) maakt ieder jaar zijn bedevaart. Een missie met traditie. Zijn voorganger Robert de Haze Winkelman deed hetzelfde. Bestemming is bank en verzekeraar ING, tegenwoordig gehuisvest in de ‘kruimeldief’, pal aan de A10 in Amsterdam.

Hun doel: ING overreden haar macht als superbelegger in Nederlandse bedrijven te gebruiken voor aandeelhoudersvriendelijk beleid. De Vries, die over enkele maanden vertrekt bij de VEB, kan inmiddels tevreden zijn. „Zij stemmen nu in hun financiële belang.”

De biedingsstrijd om ABN Amro maakt duidelijk dat ING tegenwoordig nog maar één ding wil: geld. Vorige week stemde ING met haar aandelenpakket van meer dan 5 procent in ABN Amro vóór het voorstel van speculatieve belegger TCI om de bank op te breken. Scheidend financieel directeur Cees Maas van ING zei zondag in Buitenhof dat hij opsplitsing persoonlijk niet ideaal vindt, maar ja, het aandeelhoudersbelang en het hoogste bod moeten zegevieren.

Twintig jaar geleden was het wel anders. In juni 1987 maakte de BV Nederland kennis met het moderne zakendoen: een overnamestrijd om uitgever Kluwer. Concurrent Elsevier deed het eerste bod, dat door Kluwer als vijandig werd bestempeld. Wolters Samsom deed een tegenbod, dat Kluwer wel acceptabel vond. Na rechtszaken, aandeelhoudersvergaderingen, verhoogde biedingen en een intermezzo met de Britse krantenmagnaat Robert Maxwell won Wolters Samsom. De doorslaggevende stem had verzekeraar Nationale-Nederlanden, tegenwoordig onderdeel van ING, die zijn grote pakket Kluwer-aandelen aanbood aan Wolters Samsom.

Sindsdien gold ‘de Nationale’, een van de grootste beleggers in Nederlandse aandelen, als de beschermheer van Nederlandse ondernemingen. ING was tegen vijandige overnames, zoals nu dreigt bij ABN Amro. ING steunde bij voorkeur het zittende management, tenzij het niet anders meer kon. En ING keek ook naar de langere termijn, niet alleen naar de kans op een eenmalige overnamepremie. Toen de Amro Bank een apart beleggingsfonds opzette om een gevreesde uitverkoop van Hollands glorie tegen afbraakkoersen te verijdelen, was ‘de Nationale’ een vanzelfsprekende partner.

Nationale-Nederlanden en later ING bezaten medio jaren negentig aandelenpakketten in wel zeventig beursgenoteerde bedrijven. ING was ook spin in een web van kruiselingse participaties in de financiële wereld, met grote belangen in ABN Amro, Aegon en Fortis, en in kleinere partijen als participatiemaatschappijen NPM en NIBC. De aandelenpakketten waren extra aantrekkelijk doordat zij zo groot waren dat een fiscaal gunstig regime geldt: het dividend op de aandelen kon ING belastingvrij incasseren.

De rol van ING als aandeelhouder was altijd wazig. De groep was aandeelhouder, maar deed ook aan kredietverlening aan bedrijven, gaf effecten- en vermogensbeheeradviezen aan particuliere klanten, beheerde pensioengelden van bedrijven waarin ING grootaandeelhouder was en gaf fusie- en overnameadviezen. „Ik sta stijf van de voorkennis”, zei ING-bestuursvoorzitter Ewald Kist zeven jaar geleden in zakenblad Quote.

Met alle belangen was de macht heel zichtbaar, zoals in de strijd om Kluwer, maar soms heel kwetsbaar. ING bezat begin 1993 5 procent van de aandelen DAF, de vrachtwagenproducent die in financiële problemen kwam. Wat de ING-beleggers die de DAF-aandelen beheerden niet wisten, maar de ING-top wel, was hoe groot de problemen van DAF waren. Gezien de kennis van de ING-top kon het concern de aandelen DAF niet meer verkopen zonder grote beroering te wekken. Zo leed ING een verlies van bijna 60 miljoen euro toen DAF failliet ging.

Het keerpunt in de rol van ING kwam met de internationale expansie vanaf medio jaren negentig. Het concern had geld nodig om Amerikaanse verzekeraars te kopen. ING stutte haar eigen aandelenkoers met hoge en voorspelbare winstgroeicijfers. De beleggingsportefeuille was het spaarvarken dat langzaam maar zeker werd leeggeschud.

Grote pakketten ABN Amro, Aegon en Fortis gingen overboord. ING profiteerde tevens van de fusie- en overnamehausse. Medio jaren negentig had het concern nog zeventig beursgenoteerde grote belangen, nu is dat de helft.

Na de beurskrach van 2001-2003 werd het alleen nog maar belangrijker om winst uit de beleggingen te persen. Zo verdwenen aandelenpakketten als Vendex KBB en VNU, beide overgenomen door financiële opkopers. Sinds drie jaar is de topman van ING geen Nederlander meer, maar Michel Tilmant, een Belg. Eind vorig jaar huurden de hedgefondsen Centaurus en Paulson als hun financieel adviseur ING in. Doel: opbreken van Ahold.

In al zijn tevredenheid heeft De Vries van de VEB één kanttekening. „In het buitenland is ING als belegger kritischer dan hier. Zij blijven, zoals bij Getronics, meestemmen met de directie voor die belachelijke topbeloningen.”