In vijf weken twee keer drie druppels

Van de Utrechtse Heuvelrug tot aan de Duitse grens heeft de brandweer de hoogste droogtecode afgegeven.

Overal is brandgevaar.

Nog niet rampzalig

Kortenhoef. - Er zijn verschillende manieren om nader kennis te maken met de droogte in Nederland.

Je kunt om te beginnen eens kijken wat het gebrek aan hemelwater voor effect heeft op de natuur. We spreken af met Ron van Overeem en varen over een kwetsbaar stukje van de Vechtplassen, gelegen tussen de Utrechtse Heuvelrug en de rivier de Vecht. Hij is beheerder van dit gebied voor Natuurmonumenten. Het heeft hier vijf weken lang niet geregend. „Behalve twee keer drie druppels.”

Het gevolg van de droogte is vooralsnog niet dat de planten verdorren. Wel neemt de verdroging elke dag toe, zegt Van Overeem. Om het afgesproken waterpeil in de sloten en polders te kunnen handhaven, zijn de watermanagers, in dit geval van hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht, verplicht water uit de Vecht en uit het Amsterdam-Rijnkanaal in te laten. Al was het maar om te voorkomen dat de palen waarop huizen in de omgeving zijn gebouwd niet droog komen te staan en gaan rotten. Dat inlaten doen ze met „gebiedsvreemd water”. Water van mindere kwaliteit, waar fosfaten, sulfaten en chloriden in zitten.

Normaal gesproken worden de Vechtplassen gevoed met kwelwater. Kalkrijk water dat van de Heuvelrug afstroomt, in de bodem zijgt, en vanuit de grond weer opkomt. Mooi, schoon water dat heeft kunnen leiden tot het ontstaan van trilveen. Als je daarop staat, schudt het als een matras. Van Overeem vaart door het Hol, een voor publiek niet toegankelijk deel van de Kortenhoefse Plassen. Hij legt aan en plukt van de oever enkele zeldzame planten. Waterdrieblad. Zonnedauw. Moeraskartelblad. „Het inlaten van gebiedsvreemd water is desastreus voor deze soorten”, zegt hij.

Zo ver is het nog niet. De kwaliteit van het water is de afgelopen weken ongetwijfeld minder geworden. Maar rampzalig is de situatie nog niet. „Dan zou het nog veel en veel langer droog moeten blijven.”

Elke dag is het raak

Apeldoorn. - Je kunt ook naar vliegveld Teuge bij Apeldoorn gaan, om het effect van de droogte te zien. Daar vertrekken sinds enkele weken acht vliegtuigen per dag met als passagiers brandweermannen. Zij zijn gespecialiseerd in het „vroegtijdig detecteren” van bosbranden. En elke dag is het raak. Elke dag worden er branden ontdekt, die gelukkig ook weer snel konden worden geblust. Chef-vlieger Harry Meijer van het bedrijf Special Air Services (SAS) laat de foto’s in zijn digitale camera zien; branden waargenomen vanuit de cockpit. „Hier. Kijk. Gisteren in Nunspeet.”

De werkwijze is als volgt. De vliegtuigen lokaliseren een rookpluim. De brandweer op de grond wordt gewaarschuwd. Vervolgens beginnen de tankautospuiten te rijden, op aanwijzingen vanuit de lucht. „Dat gaat een stuk sneller. Er staan immers geen straatnaambordjes in de bossen”, zegt Ron de Groot, commandant van dienst van de veiligheidsregio Noord-en Oost-Gelderland. De communicatie tussen vliegtuig en auto verloopt via de alarmcentrale, want het veelbesproken nieuwe communicatiesysteem C2000 werkt hier niet goed, zeggen de piloten.

Bij grote branden kunnen helikopters van de luchtmacht worden ingeschakeld. De helikopters scheppen grote hoeveelheden water uit bijvoorbeeld het Uddeler Meer in een gigantische zak die ze vervolgens legen boven de brand. Chinook-helikopters kunnen per vlucht tienduizend liter ophalen. Helaas zijn de Chinooks in Afghanistan. De Cougar-helikopters, die nu paraat staan, zijn goed voor tweeënhalfduizend liter per vlucht. De Groot: „Ik ben nu in onderhandeling over onze vraag of wij ook komend weekeinde nog deze helikopters kunnen gebruiken.”

Want de komende dagen blijft het nog droog. Pas na het weekeinde wordt regen voorspeld.

Daar is Erik Pluim, commandant van de brandweer in Ommen. Een mooi korps met ruim honderd vrijwilligers, onder wie veel boeren. Ze zijn in geval van bosbrand inzetbaar. Ook Erik Pluim gaat vandaag vliegen. Op zoek naar branden in zijn regio. Hij heeft in zijn gemeente het vuurwerk tijdens Koninginnedag moeten afgelasten. „We zitten hier met de ‘code droog’, en het waaide schofterig hard.” Over de oorzaak van de meeste branden hoeft hij niet lang na te denken. „Ik ben ervan overtuigd dat alle branden worden aangestoken.” Een collega heeft hetzelfde gevoel. „Er zijn in Nederland mensen die graag rode autootjes rond zien rijden.”

Alle bomen zijn zwart

Alphen. - Om de effecten van de droogte waar te nemen, kun je ook naar bossen waar deze week branden hebben gewoed. Zoals in het Brabantse Alphen. Hier ging maandagavond anderhalve hectare particulier bos verloren.

Het bos ligt niet ver van een camping. Aan de overkant is een militair munitiedepot. Pal ernaast loopt een fietspad. De bomen zijn zwart. Het mos is zwart. Alles is zwart. Grote aantallen mieren zijn alleen door hun gekrioel nog van hun omgeving te onderscheiden.

Het ligt voor de hand om te denken dat een fietser een brandende peuk heeft weggegooid. „Het onderzoek loopt nog”, vertelt brandweercommandant Adriaan Machielsen van Alphen-Chaam.

Hij vertelt dat hij niet zo blij is met het verbod op roken en open vuur dat omliggende gemeenten hebben afgekondigd. „Mensen roken een sigaret en gooien die snel weg zodra ze een surveillant zien.” Zijn advies luidt: „Je gezonde boerenverstand gebruiken.”

Na jaren nog effect

Kootwijk. - Je kunt ook een kijkje nemen in de bossen bij Kootwijk op de Veluwe, om te zien hoe droog Nederland is. Op de stuifzandgronden heeft hier op 11 augustus 1995 een grote brand gewoed. Ongeveer honderd hectare bos werd in de as gelegd. „Het was gortdroog en er was oostenwind”, vertelt boswachter Wim Huisman van Staatsbosbeheer. „Het vuur sloeg in ijltempo om zich heen.”

Nog steeds liggen er verkoolde takken en stammen, als een monument ter herdenking van de brand. „Het was een van de eerste keren dat we besloten het bos na een brand of een storm niet helemaal op te ruimen, maar de natuur min of meer z’n gang te laten gaan”, zegt Wim Huisman.

De huidige periode van droogte, met alle risico op bosbranden, is misschien niet het moment om er uitgebreid over te vertellen. Maar feit is wel dat de grote bosbrand een aantal interessante natuureffecten heeft opgeleverd. „Soms heel verrassend”, zegt Huisman. Er zijn talloze vliegdennen verloren gegaan, en prachtige jeneverbessen. Wat daarna opbloeide waren zeldzame mossen. Insecten die op het dode hout afkwamen, wat een invasie van insectenetende vogels tot gevolg had. „Vooral spechten.” En zeldzame paddestoelen zoals de houtskoolzwam, een soort waarvan de sporen ontkiemen bij verhitting.

Tussen de zwarte staken in het bos recreëren gezinnen. Rinus en Gerda Westerneng zitten aan een picknicktafel en vertellen dat ze zich maar al te goed bewust zijn van het brandgevaar. Hun kinderen Henja en Remco bouwen hutten van de oude, verkoolde takken. Het gezin uit Voorthuizen gooit nóóit iets weg. Geen papier. Geen flesje. En vooral geen glaswerk. „Dat werkt als een vergrootglas. Met de zon erop kan het tot brand leiden”, weet Gerda. Zo hebben ze hun kinderen ook opgevoed. Vader Rinus: „Ze mogen wel snoepen, maar de papiertjes stoppen ze netjes in hun broekzak.”