In de schaduw van de moederbank

Opgegroeid in de schaduw van de moederbank, heb ik, niet gehinderd door kennis (laat staan voorkennis), het drama van de ondergang van ABN Amro als zelfstandige bank met een aparte belangstelling gevolgd. Deze uitspraak behoeft nadere toelichting.

De moederbank is de Nederlandsche Handel-Maatschappij, door koning Willem I in 1824 opgericht. Deze bank ging in 1964 een fusie aan met de Twentsche Bank, waaruit de Algemene Bank Nederland (ABN) ontstond, die in 1990 fusioneerde met de Amro-bank, zelf het resultaat van een fusie, eveneens in 1964, van Amsterdamsche Bank en Rotterdamsche Bank. Eindresultaat: ABN Amro.

Dit verklaart nog niet waarom ik in de schaduw van de moederbank van ABN Amro ben opgegroeid. Welnu, mijn geboortehuis stond (staat nog) een paar huizen af van dat deel van de Amsterdamse Vijzelstraat dat de Nederlandsche Handel-Maatschappij in beslag zou nemen voor de bouw van haar nieuwe hoofdkantoor (architect K.P.C. de Bazel).

Van die bouw herinner ik me niets. Wel bestaat er nog een foto waarop je mij als heel klein kind ziet in de tuin van ons huis tegen een blanke hemel: de oude huizen aan de Vijzelstraat tussen Heren- en Keizersgracht zijn al gesloopt, maar het nieuwe gebouw, dat veel hoger zou worden dan die oude huizen, staat er nog niet.

Eenmaal klaar, zou dat gebouw de ochtendzon uit onze tuin halen. Ook zou de bouw van de nieuwe NHM nogal veel wateroverlast veroorzaken in de kelders van de aanpalende woningen, waaronder de onze. Kortom, ik ben, in de meest letterlijke zin van het woord, opgegroeid in de schaduw van de moederbank. Pas toen ik ongeveer 16 was verliet ik die schaduw, want toen gingen wij verhuizen.

De geschiedenis van de NHM is in die periode niet altijd rimpelloos verlopen. In 1939 werd zij bijna meegesleept in de val van het huis Mendelssohn & Co. Maar nu lijkt toch het einde te zijn gekomen. Hoe het zo gekomen is, is de laatste weken uitvoerig in de pers uit de doeken gedaan. Ik kan daar niets aan toevoegen. Behalve dit: in 1939 moest de toenmalige president van de NHM, D. Crena de Iongh, aftreden, hoewel de verantwoordelijkheid voor de bijna-déconfiture eigenlijk lag bij zijn voorganger, de legendarische C.J.K. van Aalst, die in 1934 was afgetreden en trouwens twee maanden na die crisis zou overlijden.

Een vergelijking met de huidige president, Rijkman Groenink, gaat niet op, want de oorzaken van beide crises zijn verschillend. Maar ook in de huidige crisis zal de oorzaak wel mede dieper te zoeken zijn. Misschien is die oorzaak deel van een ruimer verschijnsel, dat niet eigen is aan de bank: Nederlandse zelfoverschatting, waar ook de politiek last van heeft. Terecht schrijft Het Financieele Dagblad op 24 april dat „ons economisch zelfbeeld overdenking verdient”. Niet alleen het economische.

Bij verscheidene beoordelingen van Groeninks beleid is mij opgevallen dat hem een gebrek aan empathie werd verweten. Ook een typisch Nederlands verschijnsel? Dat kandidaten voor de rechterlijke macht mede worden beoordeeld op hun vermogen zich in te leven in de belevingswereld van anderen, is bekend; maar nu ook bankiers?

Amerikaanse en Britse bankiers, van wie Groenink graag de gelijke had willen zijn, zullen er raar van opkijken. Nederlands reputatie als een ‘soft’ land, die het toch al had verworven met Srebrenica en nu met Uruzgan, zal er slechts versterkt door worden. Nederland wil graag meespelen met de grote jongens, maar kan het niet.

Het is waar dat Groenink, die toen overigens nog niet president was, een gebrek aan empathie heeft vertoond bij de mislukte poging van ABN Amro om, in 1998, de Belgische Generale Bank – ook een schepping van Willem I – over te nemen. De Belgen werden benaderd alsof zij Nederlanders waren. Blijkbaar ontbrak elk besef dat hun cultuur, ook in de zakenwereld, een heel andere is dan de onze.

De moeilijkheden waarin ABN Amro zich nu bevindt zullen Maurice Lippens, de grote man van de Generale, „ongetwijfeld binnenpretjes bezorgen”, schrijft De Standaard. Voor zijn reddingsoperatie in 1998 beloonde koning Albert hem door hem graaf te maken. Dit op zichzelf tekent al het verschil tussen de Nederlandse en Belgische cultuur. Het zij de koning overigens graag gegund, na de moeilijkheden die zijn – officiële en onofficiële – kinderen Philip, Laurent en Delphine hem baren.

Maar Lippens zal zijn „binnenpretjes” wel nauwelijks binnen kunnen houden als Fortis, waarbij de Generale Bank uiteindelijk is beland, erin zou slagen om, samen met de Banco Santander en de Royal Bank of Scotland, Barclays’ bod op ABN Amro te overtroeven. Dan zou er van de Nederlandse bank helemaal niets overblijven. Kent de Belgische adel nog hogere titels dan die van graaf?

Waar zou overigens het portret van Willem I blijven dat achter het bureau van alle presidenten van NHM, ABN en ABN Amro prijkte? De Engelsen, Schotten en Spanjaarden zullen er wel geen belangstelling voor hebben. Misschien de Belgen van Fortis? Ze hebben per slot van rekening wel iets aan Willem I te danken.

Maar ik ben er niet helemaal gerust op. Tien jaar geleden verscheen in de kranten een personeelsadvertentie van ABN Amro, waarop je een meisje in minirok zag staan met op de achtergrond het portret van een lang overleden president van de bank, dat een zoon in bruikleen had gegeven. Een frivoliteit die in elk geval niet het karakter van die president weerspiegelde.

Maar dit is allemaal geschiedenis. Moeten wij erom treuren dat die nu voorbij is of, zoals ik een aandeelhoudster voor de televisie zag zeggen, dat het tafelzilver verdwijnt? Treuren niet, een beetje weemoedig zijn misschien wel, maar het zou vreemd zijn als Nederland, dat zich er altijd op heeft laten voorstaan dat het, om met Huizinga te spreken, „al de vensters van ons huis heeft openstaan”, die plotseling zou gaan sluiten.