Het ondoorgrondelijke Europafonds

Het Europafonds van Buitenlandse Zaken wil het debat over de EU in Nederland aanwakkeren. Maar het geld gaat vooral naar pro-Europese projecten. „We zijn teruggepakt voor het referendum.”

De samenwerking tussen politie en justitiële diensten in Europa wordt zo intens dat er kritisch naar moet worden gekeken, constateerden de medewerkers van het linkse onderzoeksbureau Jansen & Jansen in Amsterdam vorig jaar. „Er was geen behapbare informatie voor de burger over de nadelige gevolgen van de innige samenwerking in Europa”, zegt Wil van der Schans van Jansen & Jansen terugblikkend.

Met een interactieve website en een themakrant wilden ze bij Jansen & Jansen de leemte vullen. Een op hun lijf geschreven opdracht, vonden ze zelf. Het onderzoeksbureau is immers gespecialiseerd in het kritisch volgen van opsporingsdiensten. En met de themakranten over terrorismebestrijding en identificatieplicht hadden ze de nodige kennis en ervaring in huis.

De medewerkers van Jansen & Jansen zetten begin vorig jaar hun plannen om in een subsidieaanvraag bij het Europafonds van het ministerie van Buitenlandse Zaken om zo de benodigde 30.000 euro binnen te slepen. Het Europafonds, met een jaarlijks budget van 2,5 miljoen, is de voornaamste geldschieter voor Europese projecten in Nederland. Het komt Jansen & Jansen goed uit dat het Europafonds niet alleen wil dat de burgers beter worden geïnformeerd over de Europese Unie. Het fonds wil ook de maatschappelijke discussie over de Unie aanwakkeren. Precies zoals Jansen & Jansen dat ook wil.

De aanvraag van Jansen & Jansen belandde begin vorig jaar bij de afdeling Europese Unie van de Directie Voorlichting en Communicatie (DVL/EU) van het ministerie. Die nam eerst een conceptbesluit. Vervolgens bogen allerlei ambtenaren van het ministerie zich over de aanvraag, waarna DVL/EU een definitief voorstel opstelde voor de staatssecretaris van Europese Zaken: de aanvraag van Jansen & Jansen werd niet gehonoreerd.

Hetzelfde overkwam meerdere organisaties die kritisch zijn over de Europese Unie. Willem Bos diende een aanvraag in namens het Comité Grondwet Nee en zeven andere organisaties die ten tijde van het referendum over de Europese Grondwet in 2005 optrokken in het samenwerkingverband Ander Europa. De aanvraag overleefde de ambtelijke ballotage bij het Europafonds niet. „Wij zouden niet professioneel genoeg zijn”, zegt Vos.

Ook het project van het linkse Leidse collectief Eurodusnie kreeg geen subsidie. Ontving Eurodusnie in 2005 nog 40.000 euro van de onafhankelijke referendumcommissie, Buitenlandse Zaken wilde een jaar later geen geld beschikbaar stellen voor de Europese internetgemeenschap die het collectief van de grond wilde krijgen. „We wilden dat eurokritische schrijvers uit verschillende landen en Nederland op die website zouden publiceren en met elkaar in discussie zouden gaan’’, zegt Marco van Duyn van Eurodusnie.

Een plan van de stichting Zora van vrouwelijke filmmakers uit Wageningen om een film te maken over de vraag waarheen het met Europa moet gaan, werd te vaag en te beknopt gevonden.

Volgens Buitenlandse Zaken waren de ‘verspreidingsplannen’ van de themakrant van Jansen & Jansen vaag. De indieners zouden niet afdoende hebben aangegeven hoe zij de themakrant wilden verspreiden. „Onzin. We wilden de krant verspreiden via scholen, bibliotheken, zoals we dat ook deden met onze eerdere themakranten’’, zegt Van der Schans. Deze kranten ontvingen eerder subsidie van onder andere de Stichting Democratie en Media, grootaandeelhouder van de uitgeverij van NRC Handelsblad.

Van der Schans en andere afgewezen ‘Eurosceptici’ betwijfelen de motieven van de ambtenaren van het ministerie. Ze denken dat Buitenlandse Zaken hun aanvragen weigerde te honoreren om hun „kritische geluid jegens Europa’’. Van der Schans: „Een van de vereisten was ook een interactieve website, zodat de discussie met de burger wordt bevorderd. Vreemd dat je dat niet terugzag in de projecten die toen wel zijn gehonoreerd”. Margriet Goris van stichting Zora: „Eerder kregen we wel geld van de onafhankelijke referendumcommissie voor een aanvraag die ook erg beknopt was.”

Marco van Duyn van Eurodusnie en Willem Bos van Ander Europa menen dat ze „zijn teruggepakt” voor de uitslag van het referendum over de Europese Grondwet. Ze menen dat het ministerie ‘eurosceptische’ initiatieven in de kiem wil smoren. Bos: „Mede dankzij ons was de opkomst bij het referendum 1,5 keer hoger dan bij de Europese verkiezingen. Alleen de uitslag was niet zoals de politieke elite dat wenste’’. De ‘gedupeerden’ noemen het belachelijk dat ambtenaren beslissen over wel of niet toewijzen van gelden aan maatschappelijke projecten.

Volgens Paul Kapteyn, voorzitter van de Vereniging Democratisch Europa, zijn de criteria die het ministerie hanteert bij het beoordelen van de aanvragen nogal onduidelijk. Hoewel zijn vereniging, die als kritisch te boek staat, vorig jaar nog subsidies ontving, zijn twee aanvragen in de eerste fase van dit jaar afgewezen. „Het Europafonds is net een god; soms regent het en soms is het droog en wij gewone stervelingen hebben geen idee waarom.”

In een reactie laat het ministerie van Buitenlandse Zaken weten dat bij de beoordeling van de subsidieaanvragen „de kwaliteit van het projectvoorstel leidend is’’. Een woordvoerder zegt dat Buitenlandse Zaken juist streeft naar een evenwichtige selectie van projecten, waarbij pro-Europese, neutrale en kritische geluiden gelijkelijk in aanmerking komen voor subsidie. Dat nauwelijks geld gaat naar kritische projecten, ligt niet aan het ministerie, zegt hij. „Wij zijn afhankelijk van wat er vanuit het maatschappelijk middenveld aan subsidieaanvragen wordt aangeboden.”

Uit de 62 dit jaar al ingediende aanvragen – waaronder ‘Europa is fun’ van de Stichting Expertisecentrum ETV.nl – blijkt dat er weinig eurokritische projecten zijn voorgelegd aan het ministerie. „Logisch’’, zegt Vos van het samenwerkingsverband Ander Europa. „Met andere organisaties hebben we dit besproken en we hebben besloten dat we geen subsidieaanvragen meer indienen bij het Europafonds. Het zou niet meer dan een bezigheidstherapie zijn.” Van der Schans van Jansen & Jansen: „Zo’n aanvraag heeft geen zin. De kans op toewijzing is toch erg klein is.”