Graf Kádár vernield

Onbekenden hebben dinsdagnacht op een begraafplaats in Boedapest het graf van János Kádár, wijlen de partijleider en premier van Hongarije, beschadigd en zijn schedel en enkele botten meegenomen. De marmeren grafsteen werd opzij geschoven, waarna de daders een gat sloegen in de kist. Ook de urn met de as van zijn vrouw wordt vermist. Op een monument dichtbij het graf schilderden de daders de leus ‘Heilige grond is er niet voor moordenaars en verraders’.

Sinds september heerst er grote politieke onrust in Hongarije. De Hongaarse premier Ferenc Gyurcsány wordt tijdens anti-regeringsdemonstraties uitgemaakt voor ‘vuile communist’. Gyurcsány’s regeringspartij MSzP komt voort uit de communistische partij MSzMP die Kádár vanaf 1956 leidde. Kádár was ook twee keer premier van Hongarije.

Veel Hongaren hekelen de ‘meedogenloze opportunist’ Kádár (1912-1989) die tijdens de Hongaarse Opstand van 1956 naar de Russen overliep. Tot 1962 leidde hij een terreurbewind. In 1962 ging hij overstag onder het motto ‘Wie niet tegen ons is, is voor ons’. Tot 1988 bleef Kádár de comunistische partij leiden. Een jaar na zijn aftreden overleed hij.

Internationaal werd Kádár geprezen om zijn ‘goelasj-socialisme’ waarin meer vrijheden waren toegestaan dan elders in Oost-Europa. Hongarije werd ook wel aangeduid als ‘de vrolijkste barak in het kamp’. Volgens zijn critici is echter ook de huidige corruptie in Hongarije de erfenis van Kádár.

Alle partijen hebben de grafschennis veroordeeld als een ‘barbaarse’ daad. „Dit heeft niets te maken met politiek”, aldus de conservatieve oppositiepartij Fidesz. „Iedereen heeft recht op een laatste rustplaats.”