Filmfondsen voor arme landen gered

Het Hubert Bals Fonds en het Jan Vrijman Fonds blijven bestaan. Ontwikkelingssamenwerking heeft besloten de bedreigde fondsen die filmproducties in ontwikkelingslanden stimuleren anders te financieren.

Dit blijkt uit het antwoord van minister Koenders (OS) op vragen van het Tweede-Kamerlid Van der Ham (D66). De fondsen krijgen voortaan geen subsidie meer, maar een betaalde opdracht. Want, zo schrijft Koenders, de filmfondsen ondersteunen in arme landen „kunstenaars zowel inhoudelijk als financieel, waarbij deze organisaties tevens in staat zijn zuidelijke kunstenaars een internationaal platform te bieden”.

Regisseurs in ontwikkelingslanden kunnen geld krijgen voor het maken van speelfilms (Hubert Bals Fonds) dan wel documentaires (Jan Vrijman Fonds). Zo is de Maleisische film Love Conquers All, winnaar op het jongste Internationaal Film Festival Rotterdam IFFR, betaald door het Hubert Bals Fonds (HBF). En de succesvolle documentaire And Along Came a Spider van de Iraniër Maziar Bahari is mede gefinancierd door het Jan Vrijman Fonds (JVF). De belangrijkste financier is het ministerie van OS.

De fondsen dreigden het slachtoffer te worden van de nieuwe regels, die voorschrijven dat subsidies meetbaar moeten bijdragen aan de bestrijding van armoede. „Dat kunnen de fondsen niet aantonen, maar ze zijn wel belangrijk voor de positie van Nederland in de internationale filmwereld”, zegt Kamerlid Van der Ham.

De oplossing van Koenders moet volgens zijn woordvoerder nog uitgewerkt worden: „Het zou kunnen dat wij meer aandacht willen voor Afghanistan of het Grote Meren-gebied in Afrika.” Dat zijn niet per se de cinematografisch interessantste landen. „Hoeft geen probleem te zijn”, zegt de woordvoerder van het IFFR: „In een land als Argentinië hebben wij ons werk gedaan. We oriënteren ons al op andere gebieden.” De woordvoerder van het documentairefestival IDFA laat zich op een vergelijkbare manier uit.