Een brief waarop heel groot IN NAAM DER KONINGIN staat

Op mijn bureau staat een doosje waarin ik mijn post doe. Ongeopend, dat moet ik erbij vertellen, want ik hou niet van het openen van post. De dreiging die er van de meeste enveloppen uitgaat, van een rekening, een aanmaning, of een persoonlijk kattebelletje van de lokale deurwaarder, vind ik genoeg om de post ongelezen te laten.

In de doos zitten vooral brieven van de Belastingdienst. De Belastingdienst is een beetje dom (sorry, Belastingdienst, belast me alsjeblieft niet extra als je dit leest, maar vat het op als een goedbedoeld advies waardoor ik in aanmerking kom voor allerlei prettige belastingvoordeeltjes), want de Belastingdienst doet zijn brieven in blauwe enveloppen. Daardoor weet ik meteen dat ik ze niet moet openmaken. Als de Belastingdienst zijn brieven in groene enveloppen deed, of mijn adres in een kinderlijk handschrift opschreef met hartjes op de i, of in het handschrift van mijn zus in Amerika, ja, dan opende ik ze wel. Maar als ik iets blauws zie, doe ik het meteen in de doos en ga ik onschuldig wat fluiten.

Daarmee ben ik trouwens niet van de problemen af. (Anders zou ik iedereen aanraden om meteen zo’n doos te nemen.) Want de Belastingdienst is heel vasthoudend. Ze blijven je brieven sturen, die soms zelfs in groepjes van vier op je deurmat vallen, en uiteindelijk krijg je dan een brief waarop heel groot IN NAAM DER KONINGIN staat. Die maak ik altijd open. Daarop staat dat je onmiddellijk in je pyjama naar het dichtstbijzijnde postkantoor moet rennen, je rekening moet leeghalen en met de contanten in een onopvallende bruine envelop naar het grote Belastingkantoor moet komen, en wel voor de lunchpauze.

Dat doe ik dan, al begrijp ik nooit waar ze het bedrag precies vandaan halen. Er staat altijd iets bij van ‘aanslag H2938293.04, dagtekening 1 december 1994-1996, betreffende dossier 2329PIEP-hoi, versie 1.2, schriftstelling betreffende factuur aan uwer’. En dat geloof ik dan maar.

Dit alles probeerde ik aan mijn belastingman uit te leggen, die verbaasd was over mijn ongeopende enveloppen. Hij probeerde mij vervolgens enthousiast te krijgen door belastinganekdotes te vertellen over een andere klant, die de belastingen juist leuk vond en lol had met aftrekposten. Ik knikte schaapachtig, maar wist dat dit bij mij niet ging gebeuren. Ik wacht wel weer op een brief van de koningin.