De Turkse impasse

Het Turkse hooggerechtshof heeft de knoop doorgehakt. Wegens het ontbreken van een quorum in het parlement bij de stemming over een nieuwe president moeten vervroegde verkiezingen de impasse doorbreken tussen twee politieke stromingen, de seculiere en de islamitisch geïnspireerde. Een nieuw parlement moet dan bepalen of de strenge moslim Abdullah Gül president mag worden. Zo ja, dan zal de Turkse first lady voor het eerst sinds het ontstaan van de republiek een hoofddoek dragen. De symboliek van die hoofddoek zal niemand ontgaan. Hoofddoeken zijn nu – naar Frans republikeins model – bij alle publieke functies verboden en ook scholieren mogen ze niet dragen. De strak volgehouden scheiding tussen seculier en religieus wordt bij verkiezing van Gül minder, omdat dan niet alleen de premier streng islamitisch is, maar ook de president. Die is nu nog de verpersoonlijking van het seculiere overheidsapparaat.

In deze politieke strijd hebben de seculiere, vaak heftig nationalistische Turken het gelijk niet vanzelfsprekend aan hun zijde. Zij zijn sterk vertegenwoordigd in de Turkse elite en zij worden gesteund door het leger dat in het verleden vaak zijn boekje te buiten is gegaan in de verdediging van de erfenis van stichter Kemal Atatürk.

Afgelopen weekeinde verdiepten de Turkse strijdkrachten de crisis door dreigend te verklaren dat ze ‘de situatie met bezorgdheid gadeslaan’ als ‘onwankelbare verdediger van het secularisme’. De inperking en het besturen van religie door de Turkse seculiere overheid staan op gespannen voet met de in Europese verdragen vastgelegde godsdienstvrijheid. Vandaar dat de fundamentalistisch gewortelde islamitische AK-partij van premier Erdogan zich meer heeft ingezet voor toetreding tot de EU dan de seculieren die nu in de oppositie zitten. Onder het Europese dak vinden Turkse moslims meer vrijheid om hun godsdienst te beleven. Aan de andere kant maken Europese regels de ontwikkeling naar een theocratie onmogelijk. Of Turkije met al zijn beperkingen ooit volwaardig lid kan worden van de EU, is nog onzeker. Maar Brussel heeft met zijn regels voor de toetredingsprocedure op onzichtbare wijze invloed op het democratische verloop van de strijd om het presidentschap.

Het is niet zeker of de vervroegde verkiezingen een einde maken aan de verdeeldheid. Bij een zelfde uitslag blijft de patstelling bestaan en moet er worden gezocht naar een andere oplossing. Het grote wederzijdse wantrouwen tussen de twee stromingen maakt dat moeilijk. Erdogan had al een stapje teruggezet door niet zichzelf naar voren te schuiven als presidentskandidaat, maar zijn milde en verzoeningsgezinde minister van Buitenlandse Zaken, Gül. Tot nu toe hebben zij er geen van beiden blijk van gegeven dat ze de seculiere structuur van de Turkse staat willen aantasten.

Turkije, een van de schaarse islamitische democratieën, gaat door een precaire fase. Vereist is terughoudendheid van alle partijen. Het leger moet dit keer in de kazerne blijven. Met hun staat van dienst verdienen Erdogan en Gül het voordeel van de twijfel.