Acht vliegtuigen per dag, vol met brandweermannen

Van de Utrechtse Heuvelrug tot aan de grens heeft de brandweer de hoogste droogtecode afgegeven. Overal is brandgevaar. „Er zijn mensen die graag rode autootjes zien rondrijden.”

Er zijn verschillende manieren om nader kennis te maken met de droogte in Nederland.

Je kunt om te beginnen naar vliegveld Teuge bij Apeldoorn gaan. Daar vertrekken sinds enkele weken acht vliegtuigen per dag, met brandweermannen als passagiers. Zij zijn gespecialiseerd in het „vroegtijdig detecteren” van bosbranden. En elke dag is het raak. Worden er branden ontdekt, die gelukkig ook weer snel konden worden geblust. Chef-vlieger Harry Meijer van het bedrijf Special Air Services laat de foto’s zien; branden waargenomen vanuit de cockpit. „Hier. Kijk. Gisteren in Nunspeet.”

De werkwijze is als volgt. De vliegtuigen lokaliseren een rookpluim. De brandweer op de grond wordt gewaarschuwd. Vervolgens beginnen de tankautospuiten te rijden, op aanwijzingen uit de lucht. „Dat gaat een stuk sneller. Er staan immers geen straatnaambordjes in de bossen”, zegt Ron de Groot, commandant van dienst van de veiligheidsregio Noord-en Oost-Gelderland. De communicatie tussen vliegtuig en auto gaat via de alarmcentrale.

Bij grote branden kunnen helikopters van de luchtmacht worden ingeschakeld. Die scheppen grote hoeveelheden water uit bijvoorbeeld het Uddeler Meer in een gigantische zak die ze vervolgens boven de brand legen. Chinook-helikopters kunnen per vlucht tienduizend liter ophalen. Helaas zijn de Chinooks in Afghanistan. De Cougar-helikopters die paraat staan, zijn goed voor tweeënhalfduizend liter per vlucht. De Groot: „Ik ben nu in onderhandeling over onze vraag of wij ook komend weekeinde nog deze helikopters kunnen gebruiken.”

Want de komende dagen blijft het nog droog. Pas na het weekeinde wordt regen voorspeld.

[Vervolg Bosbranden: pagina 3]

De Chinooks kunnen nu niet blussen

Daar is Erik Pluim, commandant van de brandweer in Ommen, een mooi korps met ruim honderd vrijwilligers, onder wie veel boeren. Ook Pluim gaat vandaag vliegen, op zoek naar branden. Hij heeft in zijn gemeente het vuurwerk tijdens Koninginnedag moeten afgelasten. „We zitten hier met de ‘code droog’, en het waaide schofterig hard.” Over de oorzaak van de meeste branden hoeft hij niet lang na te denken. „Ik ben ervan overtuigd dat alle branden worden aangestoken.” Een collega heeft hetzelfde gevoel. „Er zijn mensen die graag rode autootjes rond zien rijden.”

Kortenhoef – Je kunt ook eens kijken wat het effect is op de natuur. We spreken af met Ron van Overeem en varen over een kwetsbaar stukje van de Vechtplassen, tussen de Utrechtse Heuvelrug en de Vecht. Hij is hier beheerder voor Natuurmonumenten. Vijf weken regende het niet. „Behalve twee keer drie druppels.”

Vooralsnog verdorren de planten nog niet. Wel neemt de verdroging elke dag toe, zegt Van Overeem. Om het afgesproken waterpeil in de sloten en polders te kunnen handhaven, zijn de watermanagers, in dit geval van hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht, verplicht water uit de Vecht en uit het Amsterdam-Rijnkanaal in te laten. Al was het maar om te voorkomen dat heipalen droog komen te staan en gaan rotten. Dat inlaten doen ze met „gebiedsvreemd water”. Daar zitten fosfaten, sulfaten en chloriden in.

Normaal worden de Vechtplassen gevoed met kwelwater. Kalkrijk water dat van de Heuvelrug afstroomt, in de bodem zakt, en vanuit de grond weer opkomt. Mooi, schoon water dat zorgde voor het ontstaan van trilveen. Als je daarop staat, schudt het als een matras. Van Overeem vaart door het Hol, een voor publiek niet toegankelijk deel van de Kortenhoefse Plassen. Hij legt aan en plukt wat zeldzame planten van de oever. Waterdrieblad. Zonnedauw. Moeraskartelblad. „Het inlaten van gebiedsvreemd water is desastreus voor deze soorten”, zegt hij.

Zo ver is het nog niet. De kwaliteit van het water is de afgelopen weken minder geworden, maar rampzalig is de situatie nog niet. „Dan zou het nog veel en veel langer droog moeten blijven.”

Alphen – Om de effecten van de droogte waar te nemen, kun je ook naar bossen waar deze week branden hebben gewoed. Zoals in het Brabantse Alphen. Hier ging maandagavond anderhalve hectare particulier bos verloren.

Het bos ligt niet ver van een camping. Aan de overkant is een munitiedepot. Pal ernaast loopt een fietspad. De bomen zijn zwart. Het mos is zwart. Alles is zwart. Grote aantallen mieren zijn alleen door hun gekrioel nog van hun omgeving te onderscheiden.

Het ligt voor de hand om te denken dat een fietser een brandende peuk heeft weggegooid. „Het onderzoek loopt nog”, vertelt brandweercommandant Adriaan Machielsen van Alphen-Chaam. Hij vertelt dat hij niet zo blij is met het verbod op roken en open vuur in omliggende gemeenten. „Mensen roken een sigaret en gooien die snel weg zodra ze een surveillant zien.” Zijn advies luidt: „Je gezonde boerenverstand gebruiken.”

Kootwijk – Je kunt ook een kijkje nemen in de bossen bij Kootwijk om te zien hoe droog Nederland is. Op de stuifzandgronden heeft hier op 11 augustus 1995 een grote brand gewoed. Ongeveer honderd hectare bos werd in de as gelegd. „Het was gortdroog en er was oostenwind”, vertelt boswachter Wim Huisman van Staatsbosbeheer. „Het vuur sloeg in ijltempo om zich heen.”

Nog steeds liggen er verkoolde takken en stammen. „Het was een van de eerste keren dat we besloten het bos na een brand of een storm niet helemaal op te ruimen, maar de natuur min of meer z’n gang te laten gaan”, zegt Wim Huisman.

De huidige droogte, met alle risico op bosbranden, is misschien niet het moment om er uitgebreid over te vertellen. Maar feit is wel dat de brand een aantal interessante natuureffecten heeft opgeleverd. „Soms heel verrassend”, zegt Huisman. Er zijn talloze vliegdennen verloren gegaan, en prachtige jeneverbessen. Wat daarna opbloeide waren zeldzame mossen. Insecten die op het dode hout afkwamen, wat een invasie van insectenetende vogels tot gevolg had. „Vooral spechten.” En zeldzame paddestoelen zoals de houtskoolzwam, een soort waarvan de sporen ontkiemen bij verhitting.

Tussen de zwarte staken recreëren gezinnen. Rinus en Gerda Westerneng zitten aan een picknicktafel en vertellen dat ze zich maar al te goed bewust zijn van het gevaar. Hun kinderen Henja en Remco bouwen hutten van oude, verkoolde takken. Het gezin uit Voorthuizen gooit nóóit iets weg. Geen papier. Geen flesje. En vooral geen glas. „Dat werkt als een vergrootglas. Met de zon erop kan het tot brand leiden”, weet Gerda. Zo hebben ze hun kinderen ook opgevoed. Vader Rinus: „Ze mogen wel snoepen, maar de papiertjes stoppen ze netjes in hun broekzak.”