Volksdansen en vechten

Op 1 mei vermeden we de betogingen die door Moskou slingerden. Met de communisten hebben we het gehad, de marsen van de Kremlinpartijen zijn te duf met kinderen. Dus werd het de multicultidag op de Patrice Loemoemba Universiteit, waar de USSR gestaalde kaders opleidde voor de derde wereld. Nog steeds komen Aziaten en Afrikanen op het goedkope en niet-slechte onderwijs af. Nog steeds staat Vriendschap der Volkeren er hoog in het vaandel. Nog steeds is 1 mei vooral een kwestie van volksdansen tot je erbij neervalt.

En een beetje vechten, want Vriendschap der Volkeren kent grenzen.  De buurtenten India en Pakistan hielden het beschaafd, minder gezellig verliep het tussen de Azeri en Armeniërs. Begin jaren negentig veroverde Armenië namelijk de enclave Ngorno-Karabach en joeg de Azeri weg. In de Armeense tent hing een kaart met dat gebied als deel van Armenië, de landkaart van de Azeri dacht daar anders over. Weg met die kaart, eiste men over en weer.

Tegen drie uur stonden twee groepen identiek ogende jongelui in met ravenzwart haar, spijkerbroeken en leren jassen tegenover elkaar te broeien. Later op de middag werd dat schreeuwen, in de schemering vechten. De oproerpolitie kwam eraan te pas. Maar toen waren wij er met de kinderen tussenuit geknepen.