Van uitstel komt afstel

Ambitie is nog altijd een belangrijke reden om kinderloos te blijven.

„Werkgevers vinden het prettig dat ik niet belemmerd word.”

„In de eerste jaren van onze relatie hadden mijn partner en ik het regelmatig over kinderen. Hoe zouden we dat regelen?” zegt Jolanda Smit (32), lerares op een basisschool in Haarlem. „Omdat we geen van beiden alleen maar thuis wilden zitten, zouden we allebei één of twee dagen werk inleveren voor het kind.”

Maar het liep anders dan gepland. „Mijn partner kan niet parttime werken. In zijn branche, de luchtvaarttechniek, is dat zeer ongebruikelijk. Daarom hebben we besloten helemaal geen kinderen te krijgen. Als we niet samen kunnen zorgen voor een eerlijke verdeling, dan wil ik niet degene zijn die er zo veel voor moet opofferen.”

Het aantal vrouwen met een hbo-opleiding of hoger dat geen kinderen krijgt, neemt volgens de emancipatiemonitor 2006 van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) toe. Was van de huidige 56 tot 62 jarigen 10 procent kinderloos, onder de hoogopgeleide vrouwen tussen de 26 en 30 jaar, zal dat aantal verdubbelen naar 20 procent. En het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) verwacht, naar aanleiding van het onderzoek Gezinsvorming 2003, dat dit percentage verder zal stijgen naar 25 procent.

De oorzaak volgens het SCP: hoe hoger vrouwen zijn opgeleid, hoe meer uren ze werken. En in Nederland geldt nog altijd dat een voltijdbaan en kinderen door de beperkte opvang lastig te combineren zijn.

Dat is, naast een gebrek aan moederkriebels en een grote hang naar vrijheid, ook het geval bij Jolanda Smit: „Mijn baan speelt een belangrijke rol in mijn dagelijkse leven. Ik denk veel na over de leerlingen, over de organisatie op school. Ik zou mijn werk niet meer goed kunnen doen als ik thuis alles opzij zou moeten zetten voor mijn kind. Ik zie hoe dat gaat bij collega’s met kinderen. Ik bewonder hun organisatietalenten, maar ik zie ook vaak dat ze de kantjes er van aflopen. Dat wil ik niet. Ik wil mijn werk goed doen.”

Gijs Beets, onderzoeker aan het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut (NIDI) ziet een aantal oorzaken voor de toenemende kinderloosheid onder hoogopgeleide vrouwen. Zo hebben deze vrouwen een sterke ambitie om carrière te maken en naast hun werk allerlei nevenactiviteiten te ontplooien die nuttig zijn voor de maatschappij. „Ze denken dat kind kan altijd nog komen”, zegt Beets. „Ze stellen het uit. Een paar jaar later hebben ze een prachtige baan en voelen ze zich goed in hun carrière. Van uitstel komt afstel.” De behoefte moeder te worden, verschuift naar de achtergrond.

Toch komt het besluit niet alleen vanuit de vrouw zelf. Invloeden van buitenaf bepalen net zo goed haar gedrag, volgens Beets. „De overheid hamert op werken, werken en stimuleert vrouwen financieel onafhankelijk te zijn. Hoogopgeleide vrouwen nemen daarop de weloverwogen beslissing van kinderen af te zien.”

Ook de houding van de nog altijd hoofdzakelijk mannelijke werkgevers speelt een belangrijke rol in de kinderloosheid onder hoogopgeleide vrouwen. Beets: „Werkgevers zien vrouwelijke werknemers met kinderen als krachten bij wie het werk op de tweede plaats komt, voor wie het moederschap belangrijker is. Wanneer het kind bijvoorbeeld ziek is, gaat de moeder naar huis om het te verzorgen. Vrouwen worden door hun werkgevers als niet optimale arbeidskrachten beschouwd. Voor vrouwen die carrière willen maken biedt kinderloos blijven dan ook een oplossing.”

Hoewel werkambitie voor Marije Feddema (31) niet de belangrijkste reden is om van het moederschap af te zien, heeft haar kinderloosheid in haar werk wel deuren geopend. Feddema, schrijfster van het boek Kindervrij Verklaard en momenteel werkzaam in Australië als systeemanalist bij de politie in de provincie New South Wales: „Ik heb banen gekregen waarbij ik veel moest reizen, onregelmatig moest werken, meer verantwoordelijkheid had en dus een hoger salaris kreeg.”

Haar verklaring: „Werkgevers vinden het prettig dat ik niet word belemmerd door kinderen. Ik ben heel rekbaar, sta in principe altijd paraat. Als mijn baas wil dat ik vroeg begin, dan kan dat en hoef ik me niet in bochten te wringen omdat er kinderen naar de crèche moeten. Ik hoef alleen tegen mijn man te zeggen dat ik moet werken. Dat is alles.”

Toch zou Feddema, na in verschillende banen heel hard te hebben gewerkt, het best iets rustiger aan willen doen. Maar teruggaan naar een vierdaagse werkweek is haar tot nu toe nog niet gelukt. „Ik heb er bij diverse werkgevers wel om gevraagd, maar het is jammer genoeg nooit ingewilligd.” De reactie was steevast: Je hebt toch geen kinderen? Waar heb je dan zoveel vrije tijd voor nodig? Feddema: „Alsof ik geen andere dingen in mijn leven zou hebben, waar ik tijd aan zou willen besteden.”

Kijk voor een forum over ‘kindervrijheid’ op: http://forum.kindervrij-forum.org