Van oude mannen en beelden die beklijven

Altijd gedacht dat RTL-coryfee Albert Verlinde de eerste televisiepresentator was die in zijn roddelprogramma ongegeneerd reclame maakt voor zijn eigen musicals.

Maar Willem Duys was hem jaren voor. Hij liet om de haverklap mensen van zijn eigen platenlabel opdraven in zijn radio- en televisieprogramma’s. Opdat ze meer singles zouden verkopen.

De televisie van gisteravond ging over oude mannen en televisie die voorbij is. Het NOS Journaal nam afscheid van de langst zittende correspondent, Eddo Rosenthal, die 31 jaar lang verslag deed vanuit Israël. En omroep MAX kwam met het portret Willem Duys: Leven voor de vuist weg. Aangekondigd als ‘tv-biografie’, maar het bleek een kruiperige hagiografie.

Vrienden, dochters, AVRO-collega’s en een mediasocioloog die wetenschappelijke distantie had ingeruild voor idolate blabla prezen ‘de vader aller praatprogramma’s’ de hemel in. Vakman. Pionier. Ongekroonde tv-koning. Gedreven tovenaar. „Een zeer fijn mens die goed van binnen zit.” In de woorden van pianist Louis van Dijk: „Willem Duys was plaatsvervanger van God in Nederland.”

Al dat gejubel stak merkwaardig af tegen tv-recensies uit die tijd. Behoort tot de wormenkaste van de televisie, schreef Gerrit Komrij in 1976 op deze plek. En hij was een populist: „de rechtse Mies Bouwman, met dat verschil dat Mies Bouwman niet links is.”

In Goedemorgen Nederland gaf documentairemaker Jan van Galen aan waarom elke kritische noot ontbrak. Het was hem en collega en Jan-Cees ter Brugge niet te doen geweest om Duys „te fileren”. Ze wilden „een fenomeen” van inmiddels 78 jaar portretteren. Dat was een mooi alibi om weer eens de zwart-wit- en kleurenbeelden van toen te laten zien.

En eerlijk is eerlijk: die beelden verrasten veertigminners die Duys nimmer aan het werk hadden gezien. De AVRO-coryfee presteerde het tijdens het Grand Gala du Disque Gert Timmerman te lanceren. Zijn tenniscommentaar groeide uit tot tv-format. Het zondagse radioprogramma Muziekmozaïek werd een alternatief voor kerkgang: „Als u het zachte bed prefereert boven de harde banken.” En de praatshow Voor de vuist weg was een stuk eigentijdser, lees: commerciëler, dan gedacht.

Toen al, tussen 1963 en 1979, zaten gewone mensen aan tafel. Waren er stunts: krokodillen die met wijd opengesperde bekken kronkelden op de vloer van ’t Spant in Bussum. En moesten interviews spraakmakend zijn. Met een meesterbankrover en een moeder die de verkrachter van haar dochter had vergeven.

Duys: „Ik zou hem hartstikke doodslaan.” Het publiek klapte. Duys: „Ja, ook als -ie uit de gevangenis kwam.” Het publiek klapte nog harder. Dat zou Robert Jensen hem zo nadoen.

Minder zoetsappig was het portret dat het NOS Journaal schetste van Eddo Rosenthal. In een item van amper vijf minuten slaagde de redactie erin de verschroeide idealen van ‘onze man in Tel Aviv’ in beeld te brengen. Na flitsen van de correspondent in actie – inclusief het gekleurde gasmaskercommentaar over de benauwde baby ten tijde van de Golfoorlog – besprak Rosenthal met opvolger Sander van Hoorn de nieuwsontwikkelingen door de jaren heen.

Stopwoord was „weerzinwekkend”. Ooit gekomen omdat Israël een veilige thuishaven beloofde te zijn voor joden, stelde Rosenthal nu radeloos vast dat het land „de gevaarlijkste plek ter wereld” is geworden. „Ik zie geen perspectief”, zei hij met op de achtergrond de opgetrokken muur. „Het gaat steeds verder bergafwaarts.”

Met een sardonisch lachje: „En dat mag jij, Sander, nu verslaan.”

Discussieer over deze column op www.nrc.nl/ogen