Van de gracht naar het hof in New York

Bank of America dreigt ABN Amro met een miljardenclaim als de koop van LaSalle niet doorgaat.

Advocatenkantoor Wachtell Lipton staat de bank bij.

De stellingen worden betrokken. Zowel in Europa als in de Verenigde Staten. Bank of America heeft een gerenommeerd advocatenkantoor opdracht gegeven een miljardenclaim voor te bereiden tegen ABN Amro.

De vraag is of de „flitsverkoop” van de Amerikaanse ABN Amro-divisie LaSalle aan de Bank of America „een ongeoorloofde beschermingsconstructie” is. Deze stelling is van de Vereniging van Effectenbezitters en werd afgelopen zaterdag geponeerd tijdens een spoedzitting voor de ondernemingskamer in Amsterdam.

Maar kom bij de advocaten van Bank of America niet met dit soort kwalificaties aanzetten. Het advocatenkantoor van de bank – Wachtell, Lipton, Rosen & Katz – is nota bene de uitvinder van de gifpil, oftewel van zakelijke beschermingsconstructies tegen vijandige overnames.

Bank of America heeft het kantoor volgens internationale media gevraagd een claim voor te bereiden voor het geval president Huub Willems van de Ondernemingskamer donderdag beslist dat de verkoop stopgezet moet worden. Die claim zou kunnen oplopen tot 220 miljard dollar (161 miljard euro), ruim tien keer de afgesproken overnamesom. De advocaten kunnen procederen tegen zowel ABN Amro als tegen het consortium van drie Europese banken dat ABN in haar geheel wil kopen. Tegen ABN wegens het niet nakomen van de overname, tegen het consortium wegens het verhinderen van de deal.

De overnamestrijd kan zich daarmee binnen enkele dagen verplaatsen van de Amsterdamse grachtengordel naar een New Yorks gerechtshof. Wat is bekend over Bank of America’s advocaten? Wachtell Lipton is een van de meest gerenommeerde kantoren van New York, zegt April Klein, hoogleraar bedrijfsrecht aan New York University. „Ze zijn slim. Ze winnen zaken voor degelijke ondernemingen.”

Dezelfde universiteit waar Klein haar betrekking heeft, is Wachtell Liptons thuisbasis. In de jaren vijftig studeerden de naamgevers van het kantoor er en nieuwe partners werden bij voorkeur op New York University gerekruteerd. Wachtell Lipton houdt nu kantoor ten zuiden van Central Park en opende – ondanks dat het over de hele wereld klanten heeft – nooit ergens een tweede vestiging. Het kantoor groeide hard maar bleef afgezet tegen branchegenoten relatief klein. Van zeven partners in de jaren zeventig naar 23 in de jaren tachtig naar 76 partners nu. Wachtell Lipton is een van de drie kantoren waar de winst per partner meer dan 3 miljoen dollar per jaar is, aldus vakblad American Lawyer.

Totdat dit tijdschrift in 2001 een vertrouwelijke prijslijst in handen kreeg, was Wachtell Liptons tariefbeleid voor buitenstaanders met raadsels omgeven. Een typisch gespreksonderwerp voor „bij het kampvuur of aan de bestuurstafel van met ontzag vervulde concurrenten”, schreef American Lawyer. De partners van Wachtell Lipton schrijven geen uren voor hun cliënten, zo bleek.

De reputatie is zo sterk dat het kantoor zich op dezelfde manier laat belonen als een zakenbank – ongebruikelijk voor de sector waar advocaten tot op de minuut bijhouden wat ze doen. Wachtell Liptons cliënten betalen een percentage van de transactie, gemiddeld 0,25 procent. Bij transacties van meer dan 20 miljard dollar kan dat dalen tot eentiende van een procent van de overnamesom. Volgens deze vuistregel kan Wachtell Lipton aan de ABN-zaak 21 miljoen dollar verdienen.

Volgens zakenkrant The Wall Street Journal is de bankenspecialist van het kantoor, Edward Herlily, een zachtmoedig advocaat die liefst op de achtergrond blijft. Hij laat bestuurders tot overeenstemming komen alvorens zich te laten horen – en zelfs dan doet hij niets liever dan het sturen van golftips of krantenartikelen aan cliënten.

De website van Wachtell Lipton wijst op de eigen betrokkenheid bij „de grootste en meest complete transacties in de VS en wereldwijd” en „het uitvinden van nieuwe financiële producten en ingewikkelde financieringen van transacties”. De lijst met cliënten laat zich lezen als een vademecum van de recente overnamegeschiedenis. Het kantoor stond Lucent bij bij de overname van Alcatel voor 13,6 miljard dollar, olieconcern Unocal bij de overname door Chevron voor 19 miljard en de New Yorkse beurs bij de fusie van 10 miljard met Euronext.

Hoogleraar Klein „komt Martin Lipton weleens tegen”, zegt ze. Dat bedoelt ze als een prestatie. De moeilijk benaderbare Lipton is partner van het eerste uur en heeft mede de wereldwijde overnamepraktijk veranderd. Tijdens een vorige fusiegolf in 1982 stond hij talloze bedrijven bij die niet overgenomen wensten te worden. Lipton ontwikkelde de zogeheten gifpil, waarmee het voor bedrijven die op een overname uit zijn lastiger wordt een belang in hun prooi te verwerven – exact wat de VEB nu ABN Amro en Bank of America verwijt.

Eerdere artikelen over ABN Amro op www.nrc.nl/abn.