Van comic tot franchise

De rubriek Bijzien zet elke week een nieuwe film in bredere context.

Deze week aandacht voor de geschiedenis van de stripverfilming, naar aanleiding van het verschijnen van de derde Spider-Man-film in de bioscopen.

Film en de krantenstrip hebben veel gemeen. De populariteit van het medium film viel samen met die van de comics: de meestal uit vier panelen bestaande strip die in kranten door heel Amerika werden gepubliceerd. ‘The Golden Age of Comics’ begon in 1914, precies tegelijk met de geboorte van de feature film - een film met een lengte van minimaal 90 minuten - die het begin inluidde van de Gouden Hollywoodperiode.

Naast die gedeelde geschiedenis als smaakmaker van de populaire cultuur, zijn er ook formele overeenkomsten. Een paneel is gelijk te stellen aan een kader, één camera-instelling. In het paneel/kader gebeurt iets wat grafisch interessant is en de aandacht vasthoudt.

Cartoons en strips werden vaak gepubliceerd als serie, met elke dag of week een aflevering. Dat bracht de filmindustrie op een idee: waarom doen we dit niet ook in de bioscoop? Het leidde tot de ‘serial’, een serie waarvan elke week een episode van 20 minuten in de bioscoop werd vertoond als voorprogramma. Veel van die serials werden gebaseerd op populaire krantenstrips: Flash Gordon (strip uit 1934; drie serials tussen 1936 en 1940), Dick Tracy (strip: 1931, serial: 1937), Batman (strip: 1939/1940, serial: 1943) en Superman (strip: 1938, als animatie: 1941-1943, serial: 1948, televisieserie: 1951, 1966). Allemaal titels die inmiddels ook hebben geleid tot een moderne franchise (met diverse sequels, zoals Batman en Superman) of verfilming (Flash Gordon, Dick Tracy).

De relatie tussen strip en film gaat terug tot 1898, toen de Britse filmpionier George Albert Smith de Engelse karikaturen rond ‘Ally Sloper’ verfilmde. Een initiatief dat in 1921 ook al vervolgfilms opleverde als Ally Sloper Goes Yachting. De eerste Amerikaanse stripverfilming volgde in 1900 toen J. Stuart Blackton een adaptatie maakte van de cartoon Happy Hooligan.

De verwantschap tussen getekende strip en animatiefilm dateert ook al van meer dan een eeuw geleden. Het beroemdste voorbeeld is de overstap die Winsor McCay’s Little Nemo in Slumberland maakte van krant naar korte tekenfilm in 1911. Ook Popeye is al oud: de eerste geanimeerde Popeye-cartoon dateert uit 1933. De eerste Nederlandse verstripping is er eentje waarbij de tekenaar ook (co)regisseur was: eind jaren dertig, begin jaren veertig maakte Alfred Mazure diverse films met zijn jiujitsuheld Dick Bos in de hoofdrol. De eerste Tom Poes-film draait op 4 en 5 mei in het Filmmuseum in het programma over Nederlandse animatiefilms uit de Tweede Wereldoorlog: het betreft het voor de Duitse filmmaatschappij Degeto vervaardigde Tom Puss: Das Geheimnis der Grotte (1944). Bijna veertig jaar voor de eerste Nederlandse avondvullende Marten Toonder-tekenfilm Als je begrijpt wat ik bedoel (1983) blijkt er dus al een voorganger te zijn gemaakt die vrijwel vergeten is.

André Waardenburg