Smoelenboek met hinderlijke jongeren

Politiekorpsen slaan foto’s en andere gegevens van hangjongeren op, voor agenten. „Jongeren doen zelf ook niet moeilijk over privacy”.

Informatie verzamelen over groepen probleemjongeren en die verwerken tot analyses die inzicht geven in groepsgedrag. Deze week kwam het politiekorps Zuid-Holland-Zuid in het nieuws omdat het foto’s en andere informatie van deze jongeren opslaat in een database die voor alle agenten toegankelijk is. Kamerleden eisen onderzoek naar mogelijke inbreuk op privacy.

Toch is de ophef opmerkelijk. De werkwijze is al anderhalf jaar oud, deze krant berichtte er begin vorig jaar al over. En Zuid-Holland-Zuid is niet uniek. Het ministerie van Binnenlandse Zaken vroeg de 25 regionale korpsen in 2000 al om groepen probleemjongeren te registreren, vertelt Dineke Mekel, bij Zuid-Holland-Zuid betrokken bij het zogenoemde Jeugdinformatiesysteem (JIS). Volgens haar werken 24 korpsen al met een of andere vorm van groepsregistratie.

Het opstellen van dergelijke ‘smoelenboeken’ is in 2003 ook gefiatteerd door het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) toen de politie in Groningen daarmee aan de slag wilde. Ook als het gaat om dossiers, inclusief foto’s en beschrijvingen van personen die niet bij strafbare feiten betrokken zijn, maar zich wel ophouden in wijken met veel overlast. Vorige maand ging het CBP nog een stap verder door de 21 zogenoemde Antillianengemeenten in Nederland tijdelijk toestemming te geven dergelijke dossiers over Antilliaanse jongeren aan te leggen en die onderling ook uit te wisselen. De ervaringen met dat project kunnen op termijn de basis vormen voor een algemene verwijsindex voor risicojongeren, tekende het CBP daarbij aan.

De politie Zuid-Holland-Zuid kondigde vorig jaar aan dat foto’s, namen en adresgegevens in een centraal bestand worden opgeslagen. Ook wordt daarbij vermeld wat ze doen en waar ze rondhangen. Kamerleden noemen het verontrustend dat het CBP er geen onderzoek naar deed. Maar het CBP is geïnformeerd en tekende verder geen bezwaar aan. De wet was precies gevolgd.

Veel politiekorpsen gebruiken de ‘Beke-shortlist’ bij het aanleggen van dergelijke smoelenboeken – genoemd naar het onderzoeksbureau dat de methode ontwikkelde. Drie categorieën jongeren worden onderscheiden: hinderlijke groepen, overlastgevende groepen en criminele groepen. Buurtagenten brengen de jongeren individueel in kaart, waarna onderzocht wordt voor welke hulpverlening zij in aanmerking komen. Dat kan uiteenlopen van de politie, jeugdzorg, het opbouwwerk tot de woningbouwcorporatie.

„Niet alle politiekorpsen voegen ook foto’s toe aan de individuele dossiers, aldus een woordvoerder van het onderzoeksbureau Beke. „Die dossiers dienen ook niet om alleen te registreren, maar als middel om preventief te kunnen optreden. Als een korps foto’s maakt zonder toestemming van de betrokkene, is dat niet een methode die wij direct zouden aanbevelen, maar als het doel blijft om preventief beleid te kunnen ontwikkelen, zie ik daar geen grote problemen mee.”

Die foto’s maakt Zuid-Holland-Zuid wel, zegt Mekel. In het systeem staat verder welke activiteiten gemeenten, buurtwerkers, politie en andere overheden op de jongeren loslaten. Ook groepskenmerken (gedrag, hanglocaties) komen in de database terecht. Soms schrijven wijkagenten ook informatie over individuen op. „Het is een kwestie van professionalisering: door dit soort gegevens van deze groepen geautomatiseerd bij te houden, voorkomen we dat de kennis alleen in het hoofd van de plaatselijke wijkagent zit.” Allemaal, zegt Mekel, om de kwaliteit van de preventieve werkzaamheden te verhogen. „Het zou ook gek zijn om dit soort technologie niet te gebruiken.” Zo bracht het korps de afgelopen anderhalf jaar 174 groepen in kaart.

Om hoeveel jongeren het gaat, is volgens Mekel voor de politie niet relevant. Maar de grootte van de groepen varieert tussen de drie en twintig leden. Als van een groep één jaar lang geen meldingen binnenkomen, dan worden ze opgeslagen in het archief, en zijn die gegevens niet meer direct opvraagbaar. Die status geldt nu voor dertig van de groepen.

De Rotterdamse politie werkt met de Beke-shortlist, maar voegt volgens een woordvoerder geen foto’s toe aan het dossier. „In onze bestanden zitten alleen de criminele jongeren en daarover hebben we ook zonder die foto’s voldoende informatie. Op wijkniveau zijn de stadsdelen verantwoordelijk voor het aanleggen van die shortlists in de categorie ‘hinderlijk en intimiderend’ en de daarop volgende preventieve aanpak.” Vorig jaar werden zo 1.795 risicojongeren door stadsdelen en de wijkagenten in kaart gebracht, waarvan er volgens een woordvoerder van de gemeente inmiddels 650 weer ‘op de rails zijn gezet’. In 2004 en 2005 konden met deze aanpak vier hinderlijke, zeven criminele groepen en een jeugdbende worden ontmanteld.

Voor opsporing mogen de in het JIS opgeslagen gegevens niet gebruikt worden, benadrukt Mekel. Maar: „De deskundigheid die de wijkagent ambtshalve heeft, kan wel bij een opsporing gebruikt worden.”

Ook in het korps vroegen mensen zich anderhalf jaar geleden af of foto’s maken wel kon. Vijf jaar geleden had het niet gekund, zegt Mekel. „Maar we gaan mee met de tijd. Jongeren zelf doen ook veel minder moeilijk over privacy, zetten van alles over zichzelf op internet.”