Samen tegen eerwraak en slankheidsideaal

Betere samenwerking tussen allochtone en autochtone vrouwen is geboden, menen Stine Jensen en Çilay Özdemir.

Benadruk niet wat ons scheidt maar wat ons bindt.

‘Tijd voor een derde feministische golf!’ schreef Heleen Mees (Opiniepagina, 18 april). Het is niet de eerste keer dat hiervoor het startschot is gegeven. Naast het powerfeminisme van Mees, die meer vrouwen aan de top wil en afwil van deeltijdbanen, gaf Cisca Dresselhuys in 2003 al het startsein voor de derde golf, die volgens haar moest gaan over de emancipatie van de allochtone vrouw – die van de autochtone vrouw was zo goed als voltooid.

Onder de noemer De derde feministische golf (2006) schoof Dirk Verhofstadt, broer van de Belgische premier en lid van de liberale denktank Liberales, vervolgens zes Nederlandse vrouwen uit moslimlanden als rolmodellen naar voren (onder wie Ayaan Hirsi Ali en Yasmine Allas, actrice en auteur van Somalische afkomst). Maar dat autochtone vrouwen nog niet zijn uitgeëmancipeerd, bewijst het manifest Seks moet weer haute couture worden, waarin het onbereikbare schoonheidsideaal en de seksualisering van de maatschappij worden aangepakt.

Gelukkig. Er is weer aandacht voor de positie van vrouwen, en hoe! Maar van wie is die golf eigenlijk? En waar dienen de prioriteiten te liggen?

De derde feministische golf in Nederland splitst vrouwen op in allochtoon en autochtoon. Voor ‘autochtone’ vrouwen lijkt het een strijd te zijn voor betere doorstroomkansen naar de top en een strijd tegen onhaalbare opgelegde schoonheidsnormen (jong, slank, energiek, en sexy all the time!).

De strijd van ‘allochtone’ vrouwen lijkt over heel andere dingen te gaan, namelijk eerwraak, geloof, hoofddoek, besnijdenis en gedwongen huwelijken. Zowel Cisca Dresselhuys als Hedy d’Ancona (in het onlangs verschenen Zwartboek, de positie van vrouwen wereldwijd) stelde enigszins maternalistisch vast dat juist allochtone en niet-westerse vrouwen de nieuwe feministische beweging dienen vorm te geven en daarbij kunnen profiteren van de tweede golf lessen van westerse vrouwen om zaken als eerwraak en besnijdenis te lijf te gaan.

Het lijkt alsof autochtonen ervan uitgaan dat allochtone vrouwen zoveel achterstand op hen hebben, dat ze eerst die achterstand moeten inlopen om in de emancipatiebeweging mee te mogen lopen. Maar hebben autochtone en allochtone vrouwen wel andere problemen? Slechts een minderheid van de allochtone vrouwen in Nederland heeft te maken met zaken als eerwraak, besnijdenis en uithuwelijking – ook voor hen zijn dit extreme situaties.

Allochtone vrouwen delen met de autochtone vrouwen de last van discriminatie op de arbeidsmarkt, geringe doorstroomkansen naar topfuncties, en de media-maniakale beeldvorming van vrouwelijkheid. In een land waar de christelijke regeringspartijen verworvenheden van de emancipatie van de vrouw trachten terug te draaien; waar de invloed van de salafitische richting, die de moslimvrouwen verder achter de man probeert te duwen, binnen de islam groeit (vorige week geconstateerd door de AIVD); en waar de Partij voor de Vrijheid van Geert Wilders moslims tegenover autochtonen plaatst, daar is een gezamenlijk machtsblok van allochtone en autochtone vrouwen prioriteit nummer één.

Wat arbeid betreft: alle vrouwen in Nederland, allochtoon en autochtoon, delen de achterstandspositie op de arbeidsmarkt. Slechts 10 procent van de top in het bedrijfsleven en de overheid is vrouw, 73 procent van de Nederlandse vrouwen werkt in deeltijd en is daarmee niet volledig economisch onafhankelijk. Verder hebben autochtone en allochtone vrouwen gemeen dat zij meer risico lopen in armoede te leven dan mannen. Vooral alleenstaande vrouwen lopen dat risico (het CBS waarschuwde in februari hiervoor).

Onderzoeken laten daarnaast zien dat allochtone meisjes grote ambities hebben: ze willen hogere vormen van studie volgen, ze willen in hun vakgebied werken en ze willen gezin en carrière combineren. Dat willen autochtone meisjes ook, maar die geven eerder aan een stap terug te zullen doen als ze kinderen krijgen. De cijfers tonen aan dat ze dezelfde obstakels tegenkomen: glazen plafond, kinderopvang, ongelijke beloning voor hetzelfde werk. Gezamenlijk strijden voor economische zelfstandigheid dient in het hart van de emancipatoire beweging te staan, omdat het helpt de andere problemen waar (jonge) vrouwen tegen oplopen, op te lossen. Een economisch zelfstandige vrouw wordt bijvoorbeeld minder snel uitgehuwelijkt. Zij kan ook gemakkelijker in opstand komen tegen besnijdenis van haar nichtjes door hen onder haar hoede te nemen. En wat te denken van de voorbeeldfunctie die ze uitstraalt? Eén allochtone vrouw als manager heeft meer invloed dan tien imams in de moskee.

Wat betreft seksualiteit en zelfbeschikking lijken er op het eerste gezicht verschillen te zijn. Voor de moslima kan het symbolische ‘ontkleden’, het op de kaart zetten van haar seksualiteit, het flirtend verleggen van de grenzen en het claimen van haar vrouwelijkheid een daad van emancipatie zijn, terwijl de autochtone vrouw juist de grenzeloosheid en de maakbaarheidsdwang ter discussie wil stellen. De schaamlipcorrectie, een extreme consequentie van het westerse schoonheidsideaal, ontmoet op ironische wijze het ‘ideaal’ van haar islamitische zuster op de operatietafel die een maagdenvliesoperatie of een besnijdenis ondergaat. Beide zijn uitwassen van eenzelfde symptoom, namelijk dat vrouwen nog altijd proberen te voldoen aan een door mannen opgelegde norm van kuisheid, seksualiteit en schoonheid. De commercialisering van schoonheid en seksualiteit treft álle vrouwen. Maar het debat hierover wordt vooralsnog alleen door autochtone vrouwen gevoerd.

Autochtone vrouwen dienen op hun beurt het misplaatste maternalisme (‘wij willen hen wel helpen bij hun strijd maar ze moeten het zelf doen!’) en tevredenheidsgevoel te laten varen (‘onze emancipatie is voltooid!’). De retorische wijze waarop Heleen Mees haar gedachtegoed in bestraffende imperatieven uitdraagt (‘de Nederlandse vrouw is lui en niet ambitieus!’) stimuleert het debat en is in grote lijnen juist, maar is niet vruchtbaar. Het leidt terecht tot irritatie bij autochtone vrouwen die zich niet in haar typering herkennen.

Vruchtbaarder is: een krachtige beweging vormen door het vertrekpunt ‘wat kúnnen vrouwen en wat bindt hen’ in plaats van ‘wat zijn hun beperkingen en verschillen’. Wij noemen dat het mediterrane gevoel in alle vrouwen. Dat behelst: leren genieten van de ‘zonnige’ kanten die emancipatie ons heeft gebracht, namelijk de keuzevrijheid van de vrouwen die nu groter is dan ooit. Maar ook voorbereid zijn op de harde winters. Denk aan de keuzevrijheid die dreigt te worden ingeperkt door de ChristenUnie, religieuze bewegingen en de commercie. Aan het bewaken van individualiteit maar ook het kracht ontlenen aan het behoren bij een gemeenschap. Strijdlustig zijn ondanks sociale druk om ambities te laten varen. De dialoog zoeken in plaats van mee te gaan in de maatschappelijke polariserende trend. Optimistisch en krachtig streven naar de top, maar zonder daarbij de vrouwelijkheid compleet overboord te zetten.

De derde feministische golf moet er een zijn van autochtone en allochtone vrouwen samen. Alleen zo kunnen wij een effectief machtsblok vormen voor de belangrijkste thema’s van de feministische agenda: arbeidsparticipatie, seksualiteit en armoede.

Çilay Özdemir is freelance journalist en columniste van SEN-magazine. Stine Jensen is filosoof, recensent voor NRC Handelsblad en auteur van ‘Turkse vlinders. Liefde tussen twee culturen’.

Lees het artikel van Heleen Mees en reacties daarop op www.nrc.nl/opinie