Rusland telt weer mee in de wereld

Rusland telt weer mee – met krachtige woorden benadrukt president Poetin dit feit.

Voor het Westen is vooral belangrijk hoe Moskou zich opstelt in kwesties als Kosovo.

Vluchtelingen uit Kosovo willen met de demonstratie kenbaar maken aan de VN dat ze terug naar huis willen. Foto AFP Kosovo Serb refugees gather 27 April 2007 on the Kosovo border in the village of Jerinje, north of Kosovska Mitrovica, to demonstrate and tell the UN mission that they still want to return to their homes in the province. NATO allies called Friday in Oslo for a rapid political resolution to Kosovo's future status amid concern that further delays could spark security problems, with Russia threatening to veto the process. AFP PHOTO/SASA MARICIC SERBIA OUT AFP

Rusland grijpt zijn kans. De Verenigde Staten zijn verstrikt in een oorlog waar vrijwel niemand meer in gelooft, en de positie van president Bush is ernstig verzwakt. De NAVO zet alles op alles om zich te bewijzen in Afghanistan. En de Europese Unie heeft haar handen vol aan zichzelf, aan de vraag hoe het verder moet met het Europees grondwettelijk verdrag en met het de verdere uitbreiding met nieuwe lidstaten.

Het vermogen van het Westen om Rusland tegenwicht te bieden is aanzienlijk afgenomen. En dat in een periode dat Rusland dankzij de hoge olieprijzen veel geld heeft en als energieleverancier aan het Westen hoe dan ook sterk staat. Rusland telt weer mee – met krachtige woorden drukt president Poetin de wereld graag op dat politieke feit. En de wereld kan dat niet negeren.

Vorige week overviel Poetin het Westen met de aankondiging dat Rusland een belangrijk ontwapeningsverdrag opschort, het verdrag voor conventionele strijdkrachten in Europa (CFE), in reactie op het Amerikaanse plan voor een raketschild met bases in Europa. Ook verweet hij het Westen onrust te zaaien in Rusland onder het mom van het verspreiden van democratie. In februari had Poetin de VS al een gevaar voor de wereldvrede genoemd. Het belangrijkste is nu, zei de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Steinmeier vrijdag, dat we een spiraal van wantrouwen tussen Rusland en de Verenigde Staten voorkomen.

Retorisch vuurwerk mag de sfeer bepalen, maar voor het Westen is belangrijker hoe Rusland zich opstelt in concrete kwesties. Als al dan niet betrouwbaar energieleverancier. Als grote, machtige buur van Europese landen die zich juist aan de Russische invloedsfeer en onderdrukking hebben ontworsteld. Als bondgenoot in de strijd tegen het terrorisme. En ten slotte als permanent lid van de VN-Veiligheidsraad, die oplossingen zoekt voor Kosovo en de nucleaire ambities van Iran en Noord-Korea.

De opstelling van Rusland in zulke internationale kwesties geeft een gemengd beeld te zien.

Aan de ene kant draaide Moskou ruim een jaar geleden ijskoud (tijdelijk) de gaskraan dicht om een geschil met Oekraïne over prijzen te beslechten. Aan de andere kant trekken de Russen binnen de Veiligheidsraad samen op met Amerika en Europa bij het opleggen van sancties aan Iran.

Voor Europa hangt er veel van af of Rusland de komende weken het plan zal torpederen voor onafhankelijkheid (onder internationaal toezicht) van de Servische provincie Kosovo. Als Rusland een veto uitspreekt over het plan, zoals Moskou heeft gesuggereerd, dan kan het geweld op de Balkan makkelijk weer oplaaien, vrezen de Verenigde Staten en Europa.

Het is een testcase voor de goede bedoelingen van Rusland, zei Richard Holbrooke, voormalig Amerikaans ambassadeur bij de Verenigde Naties, dit weekeinde in Brussel. Als na een Russisch veto in Kosovo de vlam in de pan slaat en er weer oorlog uitbreekt, waarschuwde Holbrooke alvast, dan is Rusland daarvoor verantwoordelijk.

Maar Rusland wil niet te horen krijgen wat het moet doen, en zeker niet van Amerika. Rusland wil dat zijn zorgen serieus worden genomen. In de kwestie-Kosovo zegt Moskou: als de internationale gemeenschap de provincie tegen de zin van Servië onafhankelijkheid toekent, dan zullen allerlei andere regio’s die in hun land naar onafhankelijkheid streven daar een aanmoediging in zien – hoe hard iedereen ook benadrukt dat Kosovo een geval apart is.

En in de kwestie van het raketschild zegt Moskou: de Verenigde Staten beweren wel dat de plaatsing van onderdelen van het schild in Polen en Tsjechië gericht is tegen raketten uit Iran, maar het is ondertussen wél dicht bij onze grens. En Washington mag nóg zo vaak zeggen dat het een klein systeem wordt dat op geen stukken na de Russische kernmacht kan neutraliseren, maar als het er eenmaal staat kan het worden uitgebreid. En, klagen de Russen, de NAVO is met de opname van nieuwe lidstaten toch al zo sterk in onze richting opgeschoven.

Hoe zwaar dergelijke overwegingen werkelijk voor Rusland wegen is nog niet duidelijk. Moskou maakt er in elk geval een punt van, al was het maar omdat het er in de huidige machtsverhoudingen een punt van kán maken. En als het zich uiteindelijk toch coöperatief opstelt, dan kan het daar altijd nog een prijs voor bedingen. Voorlopig is de prijs van dwarsliggen voor Moskou in elk geval niet hoog.

Europa komt hierdoor in een lastig parket, omdat over de verhouding met Rusland nu eenmaal heel anders gedacht wordt in landen als Polen en Tsjechië, dan in bijvoorbeeld Duitsland en Frankrijk. Niet veel Polen en Tsjechen die voor het raketschild zijn, zullen zich werkelijk veel zorgen maken over de dreiging uit Iran. Het project is voor hen eerder een welkome bevestiging van de band met Amerika en van de vrijheid om iets te doen waar Rusland tegen is.

De NAVO heeft na het einde van de Koude Oorlog nieuwe taken op zich genomen, zoals op de Balkan en in Afghanistan. Maar daarmee is de oude NAVO nog niet helemaal verdwenen – niet in de beleving van Rusland, maar ook niet in die van de landen uit de invloedsfeer van de voormalige Sovjet-Unie. Zij zijn niet in de eerste plaats tot het bondgenootschap toegetreden (of nog van plan dat te doen) om hun troepen te kunnen inzetten in de steden en woestijn van Irak of Afghanistan. Sterk staan ten opzichte het grote Rusland blijft voor hen een belangrijk motief.

West-Europese landen zijn beduchter voor het bruuskeren van Moskou en de dreiging van een nieuwe wapenwedloop, die volgens Moskou kan losbarsten als het raketschild er komt. Bovendien zijn in het ‘oude Europa’ de reserves tegenover de VS groter – vooral door de Irakoorlog en de manier waarop de VS de oorlog tegen het terrorisme voeren. De Russische bezwaren tegen het schild kunnen zo in een vruchtbare bodem vallen. De kwestie kan niet alleen Europa uiteen spelen, maar ook binnen Europese bevolkingen (bijvoorbeeld in Polen) en regeringen (zoals de Duitse) tot verdeeldheid leiden.

Meer over de botsing tussen Rusland en het Westen:www.cfr.org/region/323/russia