Onderzoek incident mariniers in Irak

De marechaussee is een onderzoek gestart naar een verklaring van een marinier die op 7 december 2003 betrokken was bij een schietincident in Irak. Het incident werd destijds in een zogeheten ‘commandantenmelding’ gerapporteerd aan Den Haag. In deze rapportage werd geen melding gedaan van slachtoffers.

Inmiddels heeft een marinier tegenover de marechaussee echter een andere lezing gegeven van het incident, zo meldde het televisieprogramma Nova gisteren. Volgens de marinier zijn bij het vuurgevecht mogelijk één of meer slachtoffers gevallen aan Iraakse zijde.

Een woordvoerder van de marechaussee bevestigt dat de marinier gisteren is gehoord, maar wil niet ingaan op details. De directeur voorlichting van het ministerie van Defensie, Joop Veen, bevestigt dat in de rapportage van de commandant uit 2003 niet werd gesproken over slachtoffers. Op grond van deze melding constateerde de marechaussee destijds dat er geen sprake was geweest van strafbare feiten. Nu lijken er aanwijzingen te zijn voor het tegendeel.

Volgens Veen vond het incident plaats op de weg van de Iraakse plaats Al-Khidr naar As Samawah, de hoofdstad van de provincie Al-Muthanna. „De mariniers zijn beschoten en hebben daarna teruggeschoten. Dat staat in de commandantenmelding”, aldus Veen. In totaal waren zestien mariniers bij het incident betrokken. Volgens Nova vuurden de mariniers in vijf minuten tijd ruim vijfhonderd kogels af. De mariniers zouden één man hebben zien vallen. Een tweede persoon struikelde, maar werd weggesleept.

De mariniers zouden zijn beschoten vanuit een autowrak. Na afloop van de schietpartij vonden ze er niets verdachts. „Er lag geen lijk, geen bloed, geen enkele huls en in het modderige zand was geen voetspoor te bekennen”, zo zou een getuige van het incident tegen Nova hebben gezegd.

De nieuwe lezing van het schietincident is naar voren gekomen in een onderzoek naar aanleiding van een nieuw onderzoek rond de zaak Eric O. De sergeant-majoor zou eind 2003 ten onrechte schoten hebben gelost in de richting van plunderaars, waardoor één dode viel. Zowel de rechtbank als het Hof sprak O. evenwel vrij. Enkele weken geleden deed een andere sergeant-majoor, John Hoekendijk, aangifte van vermeende strafbare feiten rond de zaak Eric O. Volgens Hoekendijk is er bewijsmateriaal achtergehouden en zijn getuigen geïntimideerd.