Komedie over machtsstrijd tussen baas en slaaf

Fragment uit ‘The Boss Of It All’ van Lars von Trier met o.a. Jens Albinus als ‘directeur’ (l.) en Peter Gantzler als Ravn (r.) The boss of it all (2007) scene uit film

The Boss of It All (Direktøren for det hele). Regie: Lars von Trier. Met: Jens Albinus, Peter Gantzler, Iben Hjelje, Fridrik Thor Fridriksson. In: 5 bioscopen.

Lars von Trier heeft het weer voor elkaar. Hij heeft met The Boss of It All een film gemaakt waar je mond van openvalt. Soms van verbazing, vaak van het schaterlachen en af en toe van misselijkheid. Want de regisseur die in 1996 de Europese artfilm door elkaar schudde met zijn hotsebotsende handheld camera in Breaking the Waves, heeft weer iets nieuws bedacht om de toeschouwer in beweging te brengen. Of eigenlijk bedacht hij het voor zichzelf. Want Von Trier maakt de laatste jaren nooit zomaar een film omdat hij een verhaal moet vertellen. Hij vindt steeds weer nieuwe restricties uit waar hij zich van zichzelf aan moet houden.

Het begon ruim tien jaar gelden met het Dogma-manifest, een set kuisheidsregels die leidde tot films zonder special effects en andere poespas. Toen bande hij in Dogville (2003) en Manderlay (2005) de decors uit zijn ensceneringen. En nu heeft hij een computergestuurde camera- en geluidsmachine uitgevonden, de Automavision (zie kader) die bepaalt wat en hoe er te zien is.

En dat ziet er vaak niet uit. Het lijkt er nog het meeste op alsof apen met een typemachine hebben zitten spelen. Al doet dat de film verder geen recht, want als je je ogen dicht doet, je verder niet aan het slechte geluid stoort en Deens spreekt, is The Boss of It All een geslaagde variant op The Office – al kende Lars von Trier die tv-serie niet toen hij zijn film maakte.

Verder moeten we er niet te veel achter zoeken. Want: „Hoewel je m’n reflectie kunt zien is deze film geen reflectie waard.” Aldus Von Trier zelf aan het begin van de film, waarin hij als filmmaker-demiurg en zelf ook ‘boss of it all’ weerspiegeld wordt in de ramen van een kantoortoren. Daarachter ontvouwt zich een klassieke komedie, waarin de personages zoveel praten dat ze niet meer weten wat ze zeggen. Alleen al die misverstanden zijn verrukkelijk.

Von Trier beweerde dat hij zich daarvoor door de Amerikaanse screwball comedies heeft laten inspireren, maar in plaats van over de strijd tussen de seksen, gaat The Boss of It All over de strijd tussen bazen en slaven.

Ravn is zo’n baas. Hij heeft een bloeiende luchthandel in IT-kreten opgebouwd. Maar omdat hij geen zin had in zware beslissingen en de bijbehorende verantwoordelijkheid, heeft hij een baas uit Amerika bedacht, in wiens naam hij handelde. Zo geformuleerd klinkt het als definitie van politiek of als godsdienst voor beginners.

Maar de film gaat ook over de illusie van idealisme en de rollen die mensen spelen en denken te moeten spelen. Ravn heeft namelijk een acteur ingehuurd die voor één dag in de grote baas moet spelen, want hij wil zijn bedrijf verkopen aan een IJslandse investeerder. De IJslands-Deense gevoeligheden zullen toeschouwers van onder de 54ste breedtegraad ontgaan, maar reken erop dat er sneren worden uitgedeeld door de IJslandse zakenman, die weer wordt gespeeld door de IJslandse filmregisseur Fridrik Thor Fridriksson. De locaties waar echte baas en nepbaas, of baas en opperbaas (natuurlijk speelt de film daar een spelletje stuivertje-wisselen mee) hun geheime ontmoetingen hebben, zijn ook veelzeggend. Het zijn de troosteloze hotspots van Pretpark Europa: een hotdogkraampje, de kermis. Amusement is ook niet meer wat het geweest is, lijkt Von Trier te willen zeggen. Ook het bedrijfsuitje, inclusief het ritueel van de rotsen werpen van een teddybeer die bij vergaderingen als directeur figureerde, is van een opgefokte opgewektheid.

The Boss of It All is een komische studie naar macht, die door de macht van bedenker Von Trier ondermijnd wordt, door de Automavision gestuurd en vervolgens weer door Von Trier gemanipuleerd. Hoe er in de montage met al die automatisch gegenereerde beelden en geluiden is omgegaan, daarover zwijgt iedereen in alle spraakverwarrende talen. Hoe hard hij ook z’n best doet het tegendeel te beweren en bewijzen: Lars von Trier is een illusionist.