In het spoor van Wild Romance

Nederlandse bands toeren door de VS, maar het Midwesten slaan ze vaak over.

Hun ervaringen zijn positief. Over ‘college towns’, boekers en de T-shirtcultuur.

Kraak&Smaak, About, Voicst, Alamo Race Track, zZz – de jongste generatie Nederlandse bands slaat regelmatig de vleugels uit richting Amerika. Voor optredens, plaatrelease of muzikale bijdragen aan de film- en tv-wereld. De afgelopen maanden speelden Kraak&Smaak, About en Alamo Race Track in de Verenigde Staten; Voicst nam er de nieuwe cd op en Alamo Race Track verkocht twee minuten muziek aan Grey’s Anatomy.

Kraak&Smaak, de danceband uit Leiden, is aan een Amerikaanse opmars bezig. Hun dj Mark Knepper draaide onlangs in Atlanta een Kraak&Smaak-dj-set, terwijl op hetzelfde moment de rest van Kraak&Smaak een liveoptreden gaf in New York. Daarna vloog het hele gezelschap naar Los Angeles voor een uitverkocht optreden in het beroemde El Rey-theatre. En afgelopen weekend stond Kneppers weer als dj op het Coachela-festival in de Californische woestijn, waar ook Björk, Red Hot Chili Peppers en DJ Tiësto optraden. „Onze cd, Boogie Angst, heeft niet heel veel verkocht in de VS”, zegt Kneppers. „Maar onze concerten vinden ze geweldig. Ze vinden het bijzonder dat wij een echte band zijn, met muzikanten en zangers, en niet wéér een paar mannen achter kastjes met knoppen. Sinds onze concerten regent het mailtjes bij het management, met de vraag om méér. Ook de grote platenmaatschappijen worden wakker. Van Sony kregen we de vraag of ons platencontract bij Quango niet open te breken is.”

„Wij hebben veel baat gehad bij airplay door radiostation KCRW, uit LA. Daar werkt een gezaghebbende dj, Jason Bentley, de ‘John Peel van de danscultuur’, en hij draait onze nummers Take Me Home en Money In The Bag. KCRW en Quango hebben een hechte band. Het is in Nederland ondenkbaar dat een radiostation en platenmaatschappij elkaar openlijk steunen. In de VS is het heel normaal dat bijvoorbeeld Quango en KCRW aandelen in elkaars zaak hebben.”

Kraak&Smaak zoekt op dit moment een concert-boeker voor de VS. „Eerst waren we aan het zoeken, en kregen we nergens gehoor. Nu bellen ze zelf. We gaan kiezen tussen William Morris, de grootste internationale boeker, en Richard De La Font Agency, die bijvoorbeeld ook Faithless doet. Ze zijn allebei geschikt, maar het gaat om de voorwaarden. Willen ze je ‘exclusief’ hebben of niet; dat soort dingen.”

Ook Rutger Hoedemaekers, van het Amsterdamse elektronicaduo About, is in onderhandeling. Op dit moment zit hij in New York, waar hij werkt aan de postproductie van de nieuwe cd van Voicst. Voordat Hoedemaekers met Voicst aan het werk ging, was hij in maart met About, zijn duo met zangeres en gitariste Marg van Eenbergen, op het SXSW-festival in Austin, Texas. Na SXSW, reisden ze verder voor optredens in Phoenix en Los Angeles. „Ik heb op SXSW contacten gelegd, met wie ik nu overleg over concerten voor het najaar.”

Verwacht Hoedemaekers dat About in Amerika aanslaat? „Amerika is het land van de liedjes. Ze zitten wel vast aan een rock ‘n’ roll-traditie, en daar passen wij, als elektronica/gitaar-duo, niet helemaal in. Maar Amerikanen weten het te waarderen als je een show maakt op het podium. In Europa vinden ze eerder dat het wel gek genoeg is. In Amerika stonden we dan ook in een geschikte ambiance: een electroclub. Je moet ons niet in een rockcafé in Texas zetten.”

De omstandigheden in Amerika zijn minder dan wat Hoedemaekers in Nederland gewend is. „Het is een zootje. In Austin, op het grootste popfestival ter wereld, was praktisch niets geregeld. We hadden geen licht, een ondermaatse geluidsman, en de stagemanager was te stoned om te weten wie hij op het podium had.” Is de gage anders dan in Nederland? „Heel anders, je krijgt daar namelijk niets. In Austin betaalden ze 200 dollar omdat het een showcase was. Maar onze andere optredens leverden niets op. Je legt er geld bij. Ik vind het niet erg, ik zie het als een investering in de toekomst.”

Liesbeth Esselink, alias Solex, heeft al een stuk of vier Amerikaanse tournees achter de rug. Esselink hield er meestal wel wat aan over, dankzij de T-shirtcultuur. „Amerikanen vinden het leuk om na afloop van een concert je band-shirt te kopen. Dat doen ze eerder dan een cd, want die kunnen ze altijd nog kopen. Een T-shirt is exclusief.” Esselink reed meerdere keren van Oost naar West. „Toeren in Amerika is vooral eindeloos rijden. Ik reed vaak zelf. Na een concert pak je je spullen in en begin je vast te rijden, op weg naar de volgende plaats waar je gaat optreden. Onderweg hoop je dat je een motel of een slaapplaats tegenkomt”, zegt Esselink. „Maar ik vind het prettig. Rijden in Amerika is rustiger en relaxter dan in Europa.”

De Amerikaanse tournees van alternatieve bands lopen altijd langs college towns. Daar zijn de alternatieve radiostations en popzalen gevestigd. „Wij zijn afhankelijk van de studentensteden. Daar zijn er gelukkig veel van. Behalve in de Midwest. Als je op weg bent van Oost naar West, zou je denken dat je onderweg nog wel ergens een concert zou kunnen geven. Maar daar zijn geen studentensteden en dan is er meteen ook niets te beleven. Je moet daar gewoon zo snel mogelijk doorheen. Op naar het volgende college.”