IMF en Wereldbank

De geur van crisis rond de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds (IMF) wordt sterker. Maandag zei de Venezolaanse president Hugo Chávez alle banden met beide instellingen te willen verbreken. Vorige week wees Ecuador zijn vertegenwoordiger van de Wereldbank al uit. In grote delen van Latijns-Amerika zullen de ontwikkelingen met instemming worden gevolgd. Een soortgelijke botsing met Argentinië lijkt een kwestie van tijd.

Beide instellingen hebben het moeilijk. Aziatische landen, met het trauma van de financiële crisis van 1997-1998 en de harde receptuur van het IMF vers in het geheugen, bouwen enorme financiële reserves op. Grondstoffenproducenten zien het geld binnenstromen door de extreme prijs op de wereldmarkt van goederen als olie, nikkel of koper. Vrijwel niemand lijkt het IMF in de nabije toekomst nodig te hebben, en zeker ook niet nodig te willen hebben, voor overbruggingskrediet. Leningen worden versneld afbetaald. Drie jaar geleden bedroeg de leningportefeuille van het IMF nog 96 miljard dollar. Die is nu teruggelopen tot 20 miljard. Omdat de instelling leeft van de rente op kredieten, is er een gat in de begroting ontstaan van, dit jaar, 165 miljoen dollar.

De Wereldbank ziet zijn actieradius intussen flink afnemen. Naarmate meer landen in Azië en Latijns-Amerika zich ontworstelen aan onderontwikkeling, neemt Afrika beneden de Sahara een steeds belangrijker plaats in bij de activiteiten. Maar ook daar veranderen de verhoudingen. China schuimt het continent af op zoek naar grondstoffen en brengt zelf miljardenkredieten mee, zonder lastige vragen. De instroom van ontwikkelingsgeld uit het Westen naar de Wereldbank hapert, omdat de donorlanden zich maar net houden aan de afspraak dat de schuldkwijtschelding aan de allerarmste landen niet ten koste zou gaan van bestaande ontwikkelingsbudgetten. Daar komt de Wolfowitz-zaak nu bovenop.

De Wereldbank en IMF zien hun morele autoriteit afkalven. Kan de Wereldbank anderen de les lezen over corruptie, terwijl de eigen topman in een nepotismeschandaal is verwikkeld? Kan het IMF andere landen opdragen de tering naar de nering te zetten, terwijl het zelf een begrotingstekort heeft? De kritiek is makkelijk, maar daarom niet minder aantrekkelijk. Beide instellingen worden sinds jaar en dag gezien als een verlengstuk van de Westerse buitenlandse politiek, en zijn daarmee ook vaak ideale bliksemafleiders voor binnenlands falen. En: hun voorschriften en recepten zijn vaak rigide geweest en zeker niet onfeilbaar.

De vraag dringt zich op waar het met de twee naartoe moet. Allereerst zal de kwestie-Wolfowitz snel moeten worden opgelost voor deze nog meer schade doet. Daarnaast zal er een diepere discussie moeten komen over de veranderende rol van beide instellingen. Maar het belangrijkste is dat de dominantie van Westerse landen, die de belangrijkste aandeelhouders zijn, sterk wordt teruggebracht. Als Wereldbank en IMF een rol van betekenis willen blijven spelen, dan is het zaak dat alle landen zich eerlijk vertegenwoordigd zien. Anders rest, eerder vroeger dan later, de marginalisering. De erosie is al in volle gang.