Hoe plat is de wereld?

Aan niemand zal The World is Flat inmiddels zijn ontgaan. Het is al twee jaar een mondiale megaseller en op elk vliegveld in de wereld tref je nog altijd hoge, verse stapels aan van dit werk van New York Times- columnist Thomas Friedman.

Statistisch is de kans bijna honderd procent dat de volgende zin overbodig is. Friedman betoogt dat de communicatierevolutie grenzen doet vervagen, met call centers in India, ontwerp- en rekencentra in Peking, waardoor de hele wereld met elkaar verknoopt raakt en het economisch leven zich aan de staat en zijn grenzen onttrekt.

Ik was destijds tamelijk enthousiast over ‘The World is Flat’ (NRC Handelsblad, Boeken, 13 mei 2005), vooral omdat de auteur als een ware verslaggever overal met frapperende staaltjes grenzeloosheid komt, die een onstuimige dynamiek van verandering verraden. Geen mens zal ontkennen dat de wereld kleiner is geworden en vooral als je veel reist, struikel je telkens weer over verrassende onverwachte ontwikkelingen. Boeken die mensen de ogen openen voor wat er buiten Hilversum-Amsterdam-Den Haag gebeurt zijn per definitie welkom, nietwaar.

Friedman had in zijn boek ook nog een theorie, die ik destijds een beetje heb genegeerd omdat zijn ontdekkingsreis interessanter was en ook meer zijn vak. Dat is achteraf jammer. Hij beredeneerde dat de werkende mens bezig was zich van tijd en plaats te bevrijden. Economie zou meer en meer het leven gaan bepalen, politiek en overheid minder en minder. Een beetje, kortom, kreeg Marx gelijk.

Er is sedert Friedmans ‘The World is Flat’ een hele stroom tegenpublicaties verschenen. Sommigen betoogden dat Friedman ernstig overdrijft en statistisch gezien is dat ook zo. De meeste mensen e-mailen niet de wereld door, maar met hun vrienden en kennissen in de buurt, de meeste investeringen zijn niet grensoverschrijdend maar om de hoek, enzovoort.

Maar dat leek toch vooral een type kritiek in de sector maatvoering: Friedman overdreef weliswaar maar de trends die hij schetste zijn onmiskenbaar.

Inmiddels wordt de kritiek echter ernstiger en raakt deze de theorie. Harvardeconoom Pankaj Ghemawat geeft in de jongste Foreign Policy (maart-april 2007) een voorproefje van zijn nieuwe boek onder de titel Why the World isn’t Flat. Hij lepelt statistieken op in de geest van het hierboven vermelde en gaat nog een paar stappen verder: „We moeten er serieus rekening mee houden dat diepgaande economische integratie niet kán samengaan met nationale soevereiniteit – zeker niet gegeven de trends onder kiezers in vele landen”, aldus Ghemawat. Want als het volk het niet wil, is het nog maar de vraag welke kant het opgaat, want globalisering is zeker geen automatisme of onvermijdelijkheid. Wat hem betreft klopt dus niet wat staatssecretaris Frans Timmermans vorige week in Parijs beweerde: „Politieke keuzen kunnen de globalisering niet keren – áls we dat al zouden willen.” (NRC Handelsblad, 26 april)

Eigenlijk is het volgens Ghemawat nog veel erger: de kampioenen van de globalisering beschrijven „een wereld die niet bestaat” en Ghemawat gaat verder: „Dit type kortstondig massabedrog kun je normaal gesproken laten overwaaien, maar daarvoor is het veel te gevaarlijk, want politici kunnen in de verleiding raken het gouden korset te aanvaarden dat volgens Friedman bedoeld is om economie steeds belangrijker te maken en politiek steeds minder belangrijk.”

En de slotzin van zijn betoog: „Deze versie van een geïntegreerde wereld zomaar overnemen – of erger nog, het gebruiken als uitgangspunt voor beleid – is niet alleen improductief – het is gevaarlijk.”

Is hier een associatie met de lotgevallen van ABN Amro gepast? Een handig, Brits hedgefonds gooit een bommetje naar binnen, mede mogelijk gemaakt door uitzonderlijk geglobaliseerde vennootschapsregels – ondenkbaar in Zweden, ondenkbaar in Duitsland, heel lastig in Amerika, ondenkbaar in Frankrijk, ondenkbaar in heel Azië – alleen vrij gemakkelijk in Engeland. Ze halen in een maand tijd een bedrijf weg dat ongeveer zo groot is als tien procent van het totale Nederlandse jaarlijkse bruto nationaal product. Onmogelijk in de meeste landen van de wereld en de politiek staat erbij en kijkt ernaar, mag zich nog een beetje opwinden over perverse bonuspraktijken – falen loont – en het zaakje wordt verder bijgezet in de wereld van de moderne economische onvermijdelijkheden.

Zomaar tien procent van de Nederlandse balans in een maand tijd verdwenen, jammer, maar dat is de moderne tijd, die houd je niet tegen, moet je niet tegen wíllen houden.

Ongetwijfeld valt er veel meer over te zeggen, want hoofdfondsen in de AEX zijn allang niet Nederlands meer, noch naar aandeelhouderschap noch naar omzet noch naar winst en in deze zin is het Nederlanderschap van de AEX allang schijn. Maar toch, de armoe in het vocabulaire, de irrelevantie van de politiek in zo’n majeure zaak – het heeft iets vervreemdends. Temeer omdat het hier en daar ook nog wordt gevierd als een bevrijdende verworvenheid: lange leve de destructie, want dan komt later ook de creativiteit, nietwaar?

Globalisering vergt beleid en moet met beleid, globalisering vergt politiek. Voor Nederland – anno 2007 bijna een vloek in de kerk – vergt globalisering bovenal een Europees kader, want het land is te klein en de wereld te groot.

‘The World is Flat’ was een prachtig boek, maar als de burger het vermoeden krijgt dat niemand eigenlijk greep heeft op die wereld of erover gaat, meer nog, erover wenst te gaan, dan gaat die burger op een goed moment zelf in actie komen en dan zullen inderdaad Friedman en Marx en vele anderen nog raar staan te kijken.