Gek van de wereld

Cas van Kleef (18) reist voor Spunk en Move Your World door Afrika. Hij krijgt 50 euro per dag, waarmee hij zichzelf en mensen in zijn omgeving moet redden. In deze aflevering vertrekt hij in depressieve toestand uit Egypte.

Ik vind reizen ontzettend stom. Ik kan niet geloven dat ik dit zo graag wilde toen ik nog op de middelbare school zat. Iedereen die zegt: „Wat een geluk dat je dit mag doen”, moet oprotten. Ik wil niet meer ontdekken en reizen. Ik word doodmoe van elke dag totaal andere dingen te doen, nieuwe mensen te ontmoeten en intensieve gesprekken te voeren. Ik wil gewoon op mijn kamer zitten, weg van al het taxigetoeter. Maar als ik de deur van mijn kamer dichttrek, wil ik er het liefst zo snel mogelijk weer uit. Mijn kamertje heeft geen ramen. Alleen maar een airconditioning die stinkt en warme lucht uitblaast. Buiten word ik gek van de wereld, en binnen gek van de muren.

In Nederland werd ik door sommigen vergeleken met een Teletubbie omdat ik altijd vrolijk en springerig was. Dat klopte en ik vond chagrijnig zijn maar tijdverspilling. Maar hier ben ik een soort borderliner. Het ene moment is deze reis een enorm avontuur, zijn de mensen aardig en kan ik genieten van alle geuren en geluiden. Een halve minuut later wil ik alleen nog maar naar huis, vind ik alle mensen schijnheilige oplichters en word ik gek van het lawaai. En de afgelopen week lijkt dat laatste heel vaak te gebeuren.

Ik reis al twee maanden, dus waarom is het nu opeens stom? Na intensief beraad ben ik tot het antwoord gekomen: ik heb geen vrienden. Ik kwam erachter dat ik al weken niemand meer ‘sociaal’ heb gesproken. Natuurlijk praat ik elke dag wel met iemand, maar dat gaat over mijn wereldverbeterpraktijken. Terwijl ik het over milkshakes en Paris Hilton wil hebben.

Anderhalve maand geleden moest ik voor het eerst alleen eten in een restaurant. Ik had in Nederland altijd een beetje medelijden met mensen die alleen dineerden (vaak mannen in hun midlifecrisis). Nu was ik aan de beurt. Ik had een soort overlevingspakket samengesteld van zes kranten en een boek, alles om maar niet niks te doen te hebben. Een andere keer nam ik alleen nog maar mijn notitieboekjes mee, en nu loop ik de deur uit en ga ergens zitten. Ik ben een professional geworden in alleen zijn. Ik zie soms wel eens andere mensen alleen aan hun tafeltje zitten, maar ik ga nooit naar hen toe. Ik wil ze niet storen. Stel je voor dat ze een kutdag hebben en niemand willen zien. Nou, dan zit je veiliger aan je eigen tafel.

In Tanzania was het allemaal zo erg nog niet. Er waren buitenlandse vrijwilligers, en genoeg plaatsen waar je een biertje kon drinken. In Egypte kun je dat wel vergeten. Er wordt bijna geen alcohol geschonken, en dansen in het openbaar is een aanval op de goede zeden. Net als zoenen op straat overigens. Kan je een boete voor krijgen. Het probleem is dat niks vanzelf gaat. In elk land moet je dingen opnieuw opbouwen. Zoals vriendschappen.

Maar als ik ’s avonds na een lange dag op bed plof heb ik geen zin meer om buiten mijn best te doen om leuk gevonden te worden. Ik wil bij mijn vrienden zijn. Die kennen me tenminste.

Ik ben niet depressief van mijn diarree en buikinfectie. Die zouden wel overgaan, en dat deden ze ook. Ik ben niet depressief geworden van de ellende die ik om me heen zag. Daar zou ik niemand mee helpen. Ik dacht dat ik alles wel zo’n beetje onder controle had. Maar ik heb totaal onderschat hoe depressief je wordt als je niemand hebt om mee te praten. Misschien moet ik op mijn volgende bestemming beter mijn best doen om vrienden te maken. Ik merk dat het moeilijker is om de wereld te verbeteren als je zelf ongelukkig bent.

Ik vertrek uit Egypte, en zit te wachten tot het tijd is om naar het vliegveld te gaan. Ik heb nu twee missies. Behalve zorgen dat ik weer wat nuttigs kan doen, moet ik ook zorgen dat ik weer gelukkig word. Daar heb ik nog vier maanden voor.

Zie voor meer details: www.spunk.nl