Een gewone jongen

Acteur Tobey Maguire speelt vaak de buitenstaander.

Die rol past hem goed: net als Peter Parker in Spider-Man 1 t/m 3 was Maguire vroeger een onopvallende eenling.

Niemand kan zo goed aanbidden als Tobey Maguire. Met zijn grote ogen kijkt hij in de Spider-Man-films vol adoratie naar Kirsten Dunst, met haar geloken ogen al jarenlang zijn ultieme object van begeerte. „Hi”, kan hij nog net verlegen uitbrengen. Ook als hij zich niet aan haar vergaapt, staart hij vaak dromerig in de verte. Met de scheiding in het haar en zijn hoornen bril ziet hij eruit als een aaibare nerd, een jongvolwassen dromer die nog alle kanten op kan gaan. Welke kant, dat houdt hij voor zichzelf. Zijn nieuwste film heet toepasselijk The Quiet Type.

Tobey Maguire (1975, Santa Monica) gedijt goed in Hollywood, dat onverwacht veel van boekenwurmen en outcasts is gaan houden. Als tegenhanger van het type bulldozer (Vin Diesel) of type zelfverzekerde charmeur (George Clooney) laat het verlegen type steeds vaker van zich horen. Gevoelsmatig past Maguire bij acteurs als Jake Gyllenhaal en Thora Birch: buitenbeentjes die hun eigen weg gaan, niet altijd begrepen door hun omgeving. Maguire is geen Johnny Depp, die onder Tim Burton van excentrieke zonderlingen zijn specialisme heeft gemaakt. Maguire speelt geen buitengewone types, maar blijft doodgewoon. Zelfs als superheld houdt hij er een bijbaan als pizzakoerier op na en moet hij zijn Spider-Manpak zelf naar de wasserette brengen.

Maguires eigen leven lijkt ook wel wat op dat van Peter Parker, die zo plots in Spider-Man verandert. Afkomstig uit een arm, gebroken gezin, groeide de onopvallende, impopulaire leerling Maguire, die al op zijn dertiende van school ging, uit tot een megaster in blits spinnenpak. „De verantwoordelijkheid, de eenzaamheid, de opoffering: ik ken het allemaal”, zei hij zwaarmoedig in een interview.

Volgens Maguire zat er wel een voordeel aan een leven zonder vrienden: zo had hij alle tijd om mensen te observeren, deels om te zien of hij hen kon vertrouwen. Hierdoor kon hij later als acteur makkelijker in andermans huid kruipen.

Ook in zijn films is Maguire graag de observator, vaak van het ogenschijnlijk idyllische leven in suburbia. In The Ice Storm (1997) maakte hij een verpletterende indruk met zijn scherpe analyses van het seventies-gezin dat onder het gewicht van zijn eigen liberale levensstijl zou bezwijken. In Pleasantville exploreert hij de jaren vijftig. Hij belandt in de zoete wereld van de fifties-soap waaraan hij als eenzame jongen verslaafd is, een wereld van eeuwig glimlachende ouders in heerlijk overzichtelijk zwart-wit. Na rollen in The Cider House Rules en Ride With The Devil zagen we hem weer als stemmingsgevoelige intellectueel in Wonder Boys, waarin hij als aanstormend schrijftalent onder de hoede wordt genomen van geblokkeerd schrijver Michael Douglas. Ook hier leren we Maguire kennen als een getroebleerde adolescent, die het gewone leven te kleurloos vindt maar het gedroomde leven niet aankan. Geen wonder dat depressie-expert Woody Allen hem als een van zijn alter ego’s castte in Deconstructing Harry, waarin Maguire een schoenverkoper speelde.

Voor Maguire is het eigenlijk maar een kleine stap naar die andere specialist in alter ego’s, Spider-Man. In Spider-Man 3 komt Peter Parkers duistere kant bovendrijven. Onder invloed van een buitenaardse zwarte smurrie transformeert hij tot haatdragende wreker. Spider-Man verruilt zijn rode pak steeds vaker voor een zwarte, waarmee hij als een Dr. Jekyll and Mr. Hyde langs de New Yorkse wolkenkrabbers scheert. Hij is dubbel gespleten: hij leidt een dubbelleven als zoveel superhelden, maar verenigt ook goed en kwaad in één persoon. Spider-Man kan al drie delen lang niet kiezen tussen een gewoon leven aan de zijlijn en een meeslepend leven in de schijnwerpers. De knoop doorhakken kan hij niet. Liever staart Peter Parker, alias Tobey Maguire, in de verte, zijn mond dromerig halfopen alsof hij iets wil zeggen, maar het komt er niet uit. Het stille type.

Spider-Man 3 is nu te zien in de bioscoop