Een feestelijke week (2)

Nog iets aan 1 mei gedaan, gisteren?

Nee, vermoed ik. Een van de weinige landen in Europa en de rest van de wereld waar Marx van het christendom geen kans kreeg: Nederland. Voor de ‘Engelse zaterdag’ zijn we in de vroege jaren zestig van de vorige eeuw gezwicht. Tegen de zin van de kerkse meerderheid die zich aan Gods woord wenste te houden (zes dagen zweet des aanschijns, alleen zondag even uitblazen), kon daardoor ook hier zoiets als een dag des Heren van het socialisme ontstaan. Maar 1 mei als feestdag erkennen? Nooit.

Je mocht het wel vieren natuurlijk, als het maar fatsoenlijk toeging en de burgerij er geen hinder van ondervond. In de vooroorlogse jaren dertig werd ten opzichte van de arbeidersklasse een neerbuigend soort lankmoedigheid betracht, die er in bestond dat Jan met de pet een dag onbetaald verlof mocht opnemen, en zelfs zijn kinderen van school mocht houden, om als rood gezin op het Amsterdamse IJsclubterrein strijdliederen aan te horen en naar voorgangers van de SDAP te luisteren.

Bij ons thuis waren we vrijzinnig democraat, dus ik zat zo’n dag om negen uur gewoon in de klas. Die was half leeg, en de meester – die misschien zelf ook wel naar de IJsclub had gewild – gaf vanwege de grote hoeveelheid absenten niet echt les, maar liet ons de uren naar eigen keus een beetje verjubelen.

Vond ik zo’n lummeldag extra gezellig, of was ik jaloers op de kinderen die intussen met hun vader op het Museumplein de Internationale mochten staan zingen?

Allebei, vermoedelijk. Ik ben een Tweeling. Ik heb aan de ene kant van huis meegekregen dat het nogal ordinair is om temidden van een paar honderdduizend geestverwanten in het openbaar op te komen voor de verworpenen der aarde. Maar aan de andere kant heb ik al vroeg het gevoel gehad dat veel ordinaire dingen een stuk leuker waren dan ze me thuis wilden wijsmaken. Zo heb ik vaak honger geleden tussen twee schelven hooi.

In België, waar de scholen op 1 mei dicht zijn, hebben ze ineens een probleem ontdekt dat zowel voor Vlaanderen, Wallonië en Brussel als voor België zélf binnen een jaar moet zijn opgelost. De Dag van de Arbeid valt in 2008 namelijk op Hemelvaartsdag (je kunt het ook omgekeerd zeggen), en dat betekent dat óf de christenen óf de socialisten een extra vrije dag claimen omdat ze normaal gesproken van beide wallen kunnen eten, maar nu geen keus hebben.

Ik volg het een beetje op de VRT, en als het mee zit zien we in de komende weken een mooie ruzie ontluiken tussen vakbonden, deelregeringen, federale instanties, bisschoppen, francofonen, flaminganten en Europeanen. Er gaan al mogelijke data over en weer, maar er is op de kalender bijna geen dag meer die niet al voor onzelieveheer, een lekeninstelling of een goed doel is geoormerkt, zoals er ook allang veel meer heiligen zijn dan mogelijke naamdagen.

Welke hel zou losbreken als de Verenigde Naties het einde van het 1-mei-tijdperk in alle werelddelen zouden afkondigen? Niks aan verloren natuurlijk. De standbeelden van Marx, Engels, Lenin en Stalin zijn toch ook al bijna overal verdwenen? En Jeltsin is nota bene christelijk ter aarde besteld! Het zou wat ruimte scheppen in het internationale feestrooster. De ChristenUnie weigerde indertijd met kromme argumenten (ooit in Handelingen 2: 1-13 gelezen dat er op de dag van de Heilige Geest nog een tweede stortdag volgde?) om de Tweede Pinksterdag aan onze mohammedaantjes te geven voor hun blijdschap dat ze na de ramadan weer gewoon mogen eten. Daar kunnen we nu toch de eerste mei voor gebruiken?

Zolang het maar een feestelijke week blijft.

Lees alle eerdere columns van Jan Blokker via nrc.nl/blokker