De veiling van ABN Amro is politiek een hamerstuk

Het is stil in politiek Den Haag. Niet alleen wegens de vakantie. Wie maakt zich druk om de biedingsstrijd om ABN Amro? In Frankfurt en New York groeit de angst. Wie volgt?

De vrijmarkt is voorbij, de opruiming kan beginnen.

Morgenmiddag neemt de ondernemingskamer van het Amsterdams gerechtshof een beslissing in de biedingsstrijd om ABN Amro. De biedingen overtreffen 70 miljard euro voor een bank met 987 miljard euro balanstotaal en 107.000 werknemers, van wie 27.000 in Nederland.

Hier is het vakantie, de wereld draait door. Het lijkt even 23 februari 2003 toen het Ahold-boekhoudschandaal aan het licht kwam. Ook toen had Nederland vakantie. De gesneefde Ahold-topman Cees van der Hoeven ging zelf ook maar skiën. In Lech.

Aan het eind van die week kwam fungerend minister van Financiën Hans Hoogervorst (VVD) met wat ferme verklaringen. Zal minister van Financiën Wouter Bos (PvdA) nu van zich laten horen, als de grootste bank van Nederland door de ene of de andere buitenlandse bieder wordt overgenomen?

Begin 1990, toen ABN en Amro samengingen, gaf minister van Financiën Wim Kok (PvdA) direct fiat voor hun fusie. Een sterke bank was een Nederlands belang.

En nu? Politiek gezien lijkt de verkoop van ABN Amro aan de hoogste bieder een hamerstuk. Degenen die zich nog druk maken zijn de werknemers, de vakbonden, de beleggers, werkgeversorganisatie VNO-NCW, president van De Nederlandsche Bank Nout Wellink en SP-leider Jan Marijnissen, die op zijn weblog vanzelfsprekend kiest voor de underdog. Dat is in dit geval ABN Amro-bestuursvoorzitter Rijkman Groenink, die zijn beoogde fusie met de Britse bank Barclays moet bevechten tegenover zijn eigen aandeelhouders. Voor hetzelfde geld was Groenink weggezet als ‘graaier’ gezien de opbrengst van zeker 10 miljoen euro op zijn aandelen en andere verdiensten bij verkoop aan Barclays. Maar nu de zakenwereld zucht onder de suprematie van speculanten, biedt Groeninks gevecht stof voor een nieuwe aflevering in de SP-serie ‘Stop de uitverkoop van de beschaving’.

Een van de handicaps van ABN Amro bij het vinden van politieke steun zijn haar activiteiten. Banken en financiers zijn nooit populair. Ze lenen de paraplu uit die zij terug willen hebben als het gaat regenen. In Nederland is er nog een tweede handicap: de traditionele kloof tussen (geld)handel en staatsbestuur. Amsterdam zorgt voor de financiën, Financiën let op de staatsschuld en daartussenin werkt de overlegeconomie.

Langs de zijlijnen kijken de vaste deelnemers aan het overleg hun ogen uit. Henk van der Kolk, voorzitter van FNV Bondgenoten, de grootste bond in de marktsector en de grootste cao-partner bij ABN Amro, roept op tot een consumentenstaking als de bank wordt opgebroken en in delen verkocht, zoals het consortium van Fortis, het Spaanse Santander en de Royal Bank of Scotland van plan is.

Voorzitter Bernard Wientjes van VNO-NCW zet grote vraagtekens bij de afbraak van de beschermingsmaatregelen die tot voor kort zo gewoon waren. Zij gaven managers bewegingsruimte tegen opdringerige aandeelhouders als speculant TCI bij ABN Amro.

Zowel Van der Kolk als Wientjes verbaast zich over de afstandelijke opstelling van het kabinet. Nederland is roomser dan de paus, zegt Wientjes. Zou een Franse, Amerikaanse of Duitse minister van Financiën zomaar accepteren dat de grootste bank in het land inzet werd van een opkopersslag?

De vraag stellen is hem beantwoorden. Geld is te belangrijk om aan bankiers over te laten, daarom is er in het belang van de spaarders door de overheid georganiseerd toezicht op banken. Daarom is er subtiel politiek toezicht op het geldbeleid van centrale banken. Opdat zij de rente niet zo hoog opschroeven dat de economische groei wordt gesmoord.

Franse, Duitse en Amerikaanse ministers zouden moord en brand schreeuwen. Beschaafd natuurlijk. Zeker een van hen zou zeggen wat volgens hem in het beste belang van het land was. Hij zou kritiek van een Europees Commissaris dat hij daarmee het biedingsproces frustreerde pareren met de opmerking: sinds wanneer mag ik als minister van Financiën niet zeggen wat ik in het belang van het land vind? Wie heeft hier een kiezersmandaat, u of ik?

En zo hypothetisch is de vraag niet eens meer. Een afzwaaiend lid van het bestuur van de Duitse centrale bank zei deze week dat de Bundesbank zich niet zomaar zou neerleggen bij een vijandig bod op een grote bank. De Financial Times meldde dat de grootste bank ter wereld, Citibank, zich zorgen maakt om een ‘aanval’ van financiële speculanten à la ABN Amro. Zoals Wellink een paar weken geleden al voorspelde: dit kan repercussies hebben tot ver buiten onze landsgrenzen.