‘5.51’ laat acteurs stil spelen

Theater: 5.51u, door Toneelgroep De Appel. Concept en regie: Geert de Jong. T/m 2/6 Appeltheater, Den Haag, daarna op het Oerol Festival, Terschelling en op tournee. Inl 070-3502200 en www.toneelgroepdeappel.nl

Aan de muur hangen posters van verre bestemmingen en door de luidsprekers klinken exotische namen. Plastic stoeltjes en een steriele vloer vormen de rest van het decor. Voor de voorstelling 5.51u is een zaal in het Haagse Appeltheater omgetoverd tot een net echte wachtruimte op een vliegveld. Eén voor één nemen de passagiers plaats. Vier dames met allemaal spulletjes en een heer die alleen maar zichzelf bij zich heeft.

Actrice Geert de Jong regisseert hen en laat hen heel stil spelen. Woorden hebben plaatsgemaakt voor blikken of gebaren. Zo klein mogelijk houden Isabella Chapel, Judith Linssen, Jessica Zeylmaker, Rick Nicolet en Hubert Fermin hun bewegingen. De plot bestaat uit een wending: zodra het bericht „All flights are cancelled” de reizigers bereikt, tonen zij meer van zichzelf. Een vrouw aait een urn, een meisje mijmert bij een paar uit haar rugzak geviste muiltjes, een ander kleedt zich uit.

De Jong regisseerde al eerder een voorstelling waarin weinig gebeurde: Dans, ook bij Toneelgroep De Appel, was een ode aan bedeesde mensen in een danslokaal. De onhandigheid, de melancholie en de verborgen hartstocht van die kleine mensen gaf De Jong mooi vorm. Ook in haar nieuwe regie zitten mooie momenten. Zoals de scène waarin een huilende vrouw troost vindt bij de man. Die man (Fermin op zijn subtielst) heeft sowieso iets fascinerends. Tersluiks en tegelijk teder observeert hij de vrouwen; misschien is hij helemaal geen reiziger maar iemand die van het kijken leeft.

Toch stelt 5.51u een beetje teleur. Dat veel van de emoties door de muziek in plaats van door de acteurs wordt vertolkt, is een zwaktebod. En de magerheid van De Jongs concept kan door die steeds schaamtelozere muziek niet worden verhuld. 5.51u lijkt nog het meest op een oefening in minimalisme. Regisseur en spelers leren er ongetwijfeld veel van, zoals beheersing en onderhuidse verbeelding. Maar wij toeschouwers zagen nauwelijks meer dan wat we in een echte wachtruimte zien, en dat is te weinig.